Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1056178/1199927
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De verbruiker sloot via een tussenpersoon een energiecontract af waarin stond dat de elektriciteitsmeter een capaciteit van 3×25 A had. In werkelijkheid bleek dit 3×50 A te zijn, wat leidde tot een hoger dagtarief en een bijbetaling van € 3.720,41. De verbruiker had tot november 2024 geen toegang tot het klantportaal en ontdekte toen pas de hogere capaciteit. Hij liet deze in januari 2025 aanpassen. De commissie oordeelt dat het de verantwoordelijkheid van de verbruiker is om de juiste capaciteit te kennen en aan te passen. Omdat het werkelijke tarief terecht is berekend, wordt de klacht afgewezen en als ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
In de offerte van het bedrijf is uitgegaan van een lagere metercapaciteit dan in werkelijkheid aanwezig was. De commissie oordeelt, in lijn met vorige uitspraken, dat het aan de verbruiker/aangeslotene is om de capaciteit te kennen, althans aan te passen als deze niet aansluit op zijn behoefte.
Beoordeling
De verbruiker/aangeslotene heeft digitaal via een tussenpersoon met het bedrijf met ingang van 25 maart 2024 een overeenkomst gesloten. In die overeenkomst is vermeld dat de elektriciteitsmeter een capaciteit heeft van 3×25 A. De verbruiker/aangeslotene heeft in de maanden daarna tot in november 2024 geen toegang gehad tot het zakelijk klantportaal, zodat hij niet gezien heeft dat de meter in werkelijkheid een capaciteit heeft van 3×50 A en dat het daarop betrekking hebbende hogere tarief dan dat voor een 3×25
A-aansluiting berekend wordt (€ 5,77020 per dag ten opzichte van € 1,03190 per dag). Toen de verbruiker/aangeslotene in november 2024 die hogere capaciteit onderkende heeft hij de netbeheerder verzocht de capaciteit aan te passen, hetgeen eerst in januari 2025 gebeurd is. De verbruiker/aangeslotene heeft € 3.720,41 moeten bijbetalen, welk bedrag deels betrekking heeft op het tarief voor de aansluiting van 3×50 A (naar de commissie berekent aan meerkosten ongeveer € 1.375).
Het bedrijf voert aan bij het sluiten van de overeenkomst niet op de hoogte te zijn geweest van de capaciteit van de meter. Kennelijk is van een standaard aansluiting uitgegaan. Na het sluiten van de overeenkomst is het bedrijf door de netbeheerder geïnformeerd over de werkelijke capaciteit van de meter. Dat heeft het dan ook vermeld in de bevestiging van de overeenkomst aan de verbruiker/aangeslotene. Dat de verbruiker/aangeslotene geen toegang tot het zakelijk portaal had, is niet voor november 2024 onder de aandacht van het bedrijf gebracht, zodat eerst toen de verbruiker/aangeslotene heeft kunnen zien dat het maandbedrag onvoldoende was om de kosten te dekken. Tussen partijen is inmiddels een betalingsregeling overeengekomen, waarvan ten tijde van de zitting nog € 1.736,41 openstaat.
De commissie citeert uit haar uitspraak onder nummer 118530 (te kennen op de website van de commissie onder uitspraken): “Het is aan verbruiker/aangeslotene zelf om ervoor te zorgen dat zijn aansluitcapaciteit voldoet aan zijn eigen wensen dan wel aanpassing behoeft.
De commissie is van oordeel (en dat is in deze materie vaste lijn van de commissie) dat in dit soort zaken de zorgplicht van het bedrijf niet zover gaat dat van het bedrijf gevergd en verwacht mag worden (met zo’n 3,5 miljoen aansluitingen) om verbruiker/aangeslotene te wijzen op zijn te hoge aansluitwaarde/capaciteit, nu immers niet slechts het verbruik daarvoor maatgevend is maar met name ook de piekbelasting.”
De commissie blijft bij het oordeel dat de capaciteit van de aansluiting ter beoordeling van de verbruiker/aangeslotene is en niet van het bedrijf. Het had op de weg van verbruiker/aangeslotene gelegen om bij het sluiten van de overeenkomst de juiste capaciteit te vermelden, althans actie te ondernemen toen het bedrijf in de bevestiging van de gesloten overeenkomst de juiste capaciteit vermeldde. De klacht wordt dan ook afgewezen.
Terzijde merkt de commissie op dat het aanbeveling verdient in de offerte te vermelden dat het capaciteitstarief gebaseerd is op een aanname. Het bedrijf zou tevens kunnen overwegen om het voorschot in de bevestiging van de overeenkomst aan te passen als het voor de capaciteit berekende tarief hoger blijkt te zijn dan aangenomen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 29 september 2025.