Commissie: Kinderopvang
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1220981/1298530
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een ouder die vindt dat de kinderopvang niet goed omgaat met persoonsgegevens in de ouderapp die zij gebruiken. De ouder is bang dat de app niet veilig is, dat er datalekken zijn geweest en dat de ondernemer niet duidelijk genoeg is over hoe gegevens worden verwerkt. Ook vindt de ouder dat zijn eerdere meldingen en klachten niet goed zijn onderzocht en dat hij onvoldoende informatie kreeg. De ondernemer zegt dat alle meldingen serieus zijn genomen, dat zij juridisch advies heeft gevraagd, contact heeft gehad met de leverancier van de app en dat het privacystatement is aangepast waar nodig. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft de klacht van de ouder al beoordeeld en geen reden gezien voor verder onderzoek, omdat niet is gebleken dat er sprake was van overtredingen van de AVG. De commissie stelt dat zij niet kan beslissen over onderwerpen waar de AP al een oordeel over heeft gegeven. Verder ziet de commissie dat de ondernemer veel stappen heeft gezet om de meldingen van de ouder te onderzoeken en hierover te informeren. Daarom vindt de commissie niet dat de ondernemer iets verkeerds heeft gedaan. De klacht wordt ongegrond verklaard en de verlangde maatregelen worden afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument stelt dat de ondernemer bij de verwerking van persoonsgegevens niet voldoet aan de vereisten van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), in het bijzonder in relatie tot het gebruik van de [naam] ouderapp (hierna: [naam]). De consument heeft hierover meerdere meldingen bij de ondernemer gedaan, maar is van mening dat de ondernemer onvoldoende maatregelen heeft getroffen. De ondernemer stelt daartegenover dat zij de meldingen serieus heeft genomen en alle redelijkerwijs van haar te verlangen stappen heeft ondernomen om deze meldingen te onderzoeken en de consument tijdig en adequaat te informeren.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De kinderopvang waar de kinderen van de consument gebruik van maken, maakt voor communicatie en administratie in de dagopvang gebruik van de [naam] ouderapp. De consument stelt dat deze applicatie niet voldoet aan de vereisten van de AVG. Volgens de consument is de beveiliging van de applicatie onvoldoende en is mogelijk sprake geweest van meerdere datalekken. De consument verlangt van de ondernemer dat deze concrete en verifieerbare stappen onderneemt om aan te tonen dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming is met de AVG.
De consument wenst dat een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar de vraag of sprake is (geweest) van datalekken. Indien onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens wordt vastgesteld, dient deze verwerking te worden beëindigd. Daarnaast verlangt de consument transparantie over een eventuele doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen.
In zijn brief aan de commissie van 14 oktober 2025 heeft de consument zijn klachten nader uiteengezet. Samengevat voert hij het volgende aan:
1. Hij is niet geïnformeerd over de geldende klachtenprocedure.
2. De transparantieverplichting en zorgplicht ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens via [naam] ouderapp zijn geschonden. Daarbij wijst hij onder meer op tegenstrijdige privacyverklaringen, een privacyverklaring die niet aansluit bij de feitelijke gegevensverwerking, een onduidelijke rolverdeling en rechtsgrondslag, en onbeantwoorde vragen over de noodzaak en beveiliging van de verwerking.
3. De klachtenprocedure is niet zorgvuldig nageleefd, nu hij geen ontvangstbevestiging heeft ontvangen, de klacht onvoldoende is onderzocht, hij niet op de hoogte is gehouden van de voortgang, geen gemotiveerd oordeel heeft gekregen, termijnen zijn overschreden en de communicatie eenzijdig is beëindigd.
4. Zijn verzoek om inzage is niet binnen de wettelijk gestelde termijn afgehandeld.
5. De afhandeling van zijn melding van een (vermeend) datalek is ontoereikend geweest.
6. Zijn verzoek tot beperking van de verwerking van persoonsgegevens is onvoldoende ingewilligd.
7. Niet is uitgesloten dat sprake is van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens.
Tijdens de zitting
Ter zitting heeft de consument toegelicht dat het geschil voor hem zit op de transparantie rondom de verwerking van persoonsgegevens. Volgens de consument dient deze verwerking plaats te vinden in overeenstemming met de AVG en moet hij erop kunnen vertrouwen dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. De consument is van mening dat er een onafhankelijk onderzoek moet worden uitgevoerd naar de gedane meldingen. Het door de kinderopvang zelf uitgevoerde onderzoek acht hij onvoldoende onafhankelijk vanwege mogelijke belangenverstrengeling. Daarnaast stelt de consument dat het privacystatement in overeenstemming moet zijn met de feitelijke werkwijze en de realiteit van de gegevensverwerking.
De consument is het met de ondernemer eens dat deze veel heeft gedaan met de melding van de consument. Ook heeft de consument aangegeven dat er een bezwaarprocedure loopt bij de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP).
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De melding van de consument is serieus genomen. Naar aanleiding daarvan heeft zij contact opgenomen met [naam] ouderapp. Daarnaast heeft de ondernemer advies ingewonnen bij een juridisch adviseur met expertise op het gebied van privacyrecht, de rechtsbijstandsverzekering geïnformeerd en informatie opgevraagd bij de licentiehouder AVGsupport.nl. Volgens de ondernemer zijn de door de consument geuite zorgen door [naam] ouderapp en de juridisch adviseur weerlegd dan wel aanleiding geweest tot verbeteringen. In dat kader is onder meer het privacystatement aangepast. De consument is, aldus de ondernemer, steeds op de hoogte gehouden van de voortgang en status van de verbeterpunten. Alle standpunten van de consument zijn daarbij serieus genomen.
De ondernemer geeft aan het te betreuren dat de consument zich, ondanks deze inspanningen, heeft gewend tot diverse derde partijen, waaronder [naam] ouderapp, onderaannemers, de AP, de brancheorganisatie, de oudercommissie en de geschillencommissie. De klacht zoals opgenomen in het vragenformulier ziet volgens de ondernemer op de situatie in maart/april 2025, terwijl sindsdien meerdere verbeteringen zijn doorgevoerd.
De ondernemer stelt dat de beveiliging van de persoonsgegevens voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Volgens de ondernemer verwacht de consument echter een hoger niveau van beveiliging dan wettelijk is vereist.
Beoordeling van het geschil
Ter zitting heeft de consument desgevraagd aangegeven dat het geschil zich toespitst op de transparantie rondom de verwerking van persoonsgegevens en op de vraag of hij erop mag vertrouwen dat deze verwerking plaatsvindt in overeenstemming met de AVG. In dat verband wenst de consument een onafhankelijk onderzoek naar aanleiding van de door hem gedane meldingen. Tevens verlangt hij duidelijkheid over de vraag of en welke persoonsgegevens van zijn kinderen zijn verwerkt en wenst hij dat het privacystatement in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke gegevensverwerking. De consument heeft daarbij benadrukt dat zijn klachten in hoofdzaak betrekking hebben op het gebruik van de applicatie [naam] ouderapp. De commissie zal haar beoordeling dan ook beperken tot deze punten.
Uit het dossier blijkt dat de consument een klacht heeft ingediend bij de AP over [naam] ouderapp. Op 30 juli 2025 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens op deze klacht beslist. In dit besluit is onder meer opgenomen dat de klacht betrekking heeft op de informatievoorziening en transparantie over de verwerking van persoonsgegevens, waaronder de inhoud en juistheid van de privacyverklaring. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft geconcludeerd dat geen nader onderzoek wordt ingesteld indien aannemelijk is dat een (mogelijke) overtreding zich niet (meer) voordoet. Daarnaast is ingegaan op de klachten over de beveiliging van de applicatie en een vermeende onrechtmatige doorgifte van persoonsgegevens buiten de Europese Unie. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft daarbij expliciet overwogen dat het bestaan van een datalek niet zonder meer betekent dat sprake is van een schending van de AVG en heeft gemotiveerd waarom in dit geval geen aanleiding bestaat voor verder onderzoek. De consument heeft ter zitting verklaard dat hij tegen dit besluit bezwaar heeft ingesteld.
De commissie is van oordeel dat zij niet kan treden in geschilpunten waarover de AP reeds een oordeel heeft gegeven. De AP is op grond van de AVG en de Uitvoeringswet AVG de aangewezen toezichthouder en bevoegde autoriteit voor de handhaving van en het toezicht op de naleving van de AVG in Nederland. Daarbij komt dat thans een bezwaarprocedure bij de AP aanhangig is. De commissie merkt in dit verband op dat de Autoriteit Persoonsgegevens een onafhankelijke instantie is, zoals door de consument wordt gewenst, die de klachten van de consument heeft beoordeeld en daarbij gemotiveerd heeft beslist geen handhavend optreden te verrichten.
Voor zover het geschil ziet op het handelen van de ondernemer in de relatie met de consument, overweegt de commissie het volgende. Uit het dossier en hetgeen ter zitting is verklaard, blijkt dat de ondernemer naar aanleiding van de meldingen van de consument diverse concrete stappen heeft ondernomen. Vaststaat dat de ondernemer contact heeft opgenomen met de leverancier van de applicatie, juridisch advies heeft ingewonnen bij een ter zake deskundige adviseur en, waar nodig, aanpassingen heeft doorgevoerd, waaronder het aanpassen van het privacystatement. Tevens is niet gebleken dat de ondernemer de consument buiten de procedure om onvoldoende heeft geïnformeerd over de voortgang en uitkomsten van deze acties. De commissie acht daarmee voldoende aannemelijk dat de ondernemer de klachten van de consument serieus heeft genomen en zich heeft ingespannen om hierop adequaat te reageren.
Gelet op het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat geen sprake is van tekortschieten door de ondernemer in de nakoming van haar verplichtingen jegens de consument.
Op grond van al het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De klacht is ongegrond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer drs. T. Blom, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L.H.A. van Doorn, secretaris, op 4 december 2025.