Klacht over provisie en afsluiting elektra ongegrond: consument moet €850 provisie betalen

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Recreatie    Categorie: Betaling    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 716541/906522

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde bij de Geschillencommissie Recreatie over de provisie die hij moest betalen voor onderverhuur van zijn stacaravan en over de afsluiting van de elektriciteit door de ondernemer. Hij stelde dat er afspraken waren gemaakt over een aangepast tarief bij langhuur en dat de stroom onrechtmatig was afgesloten. De commissie oordeelde dat de consument niet had onderbouwd dat de afspraak over langhuur ook gold voor de tweede huurder en dat hij daarom de reguliere provisie van €850 verschuldigd is. Wel merkte de commissie op dat het afsluiten van elektra als pressiemiddel onterecht was, maar dit leidde niet tot een gegrondverklaring van de klacht. De klacht werd ongegrond verklaard en het depotbedrag van €850 werd aan de ondernemer toegewezen.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Recreatie

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de provisie die de ondernemer bij de consument in rekening heeft gebracht ter zake onderverhuur én de volgens de consument onrechtmatige afsluiting van elektra.

De consument heeft een bedrag van € 850,- niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Deze klacht betreft een geschil over te betalen provisie aangaande het verhuren van een stacaravan op een vakantiepark. Daarnaast heeft de eigenaar van het park intussen (onrechtmatig) de stroom afgesloten.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is in de veronderstelling dat hij vanwege langhuur een aangepast tarief kan betalen. Wij hadden met hem een afspraak gemaakt over een aangepast tarief indien sprake zou zijn van langhuur. Echter, van langhuur is niets terechtgekomen. De gast die zes maanden zou huren (commissie: eerste huurder), was al na vier weken weer vertrokken, zodat er geen sprake was van langhuur. Voor die vier weken hebben wij de consument dan ook het gebruikelijke tarief doorberekend, hetzelfde tarief dat wij iedereen in rekening brengen bij onderverhuur. Daarop vormt de consument geen uitzondering en dient hij, net als ieder ander, het gewone tarief te betalen. In een e-mail van 24 mei 2024 laten we de consument weten dat we geen onderscheid willen maken tussen eigenaren en dat we daarin één lijn trekken. Dezelfde dag sturen we nog een e-mail met de constatering dat zijn chalet bewoond wordt en dat wij daarvan niet op de hoogte zijn gebracht. Als excuus voert de consument aan dat hij er vanwege een vakantie niet meer aan gedacht heeft om deze huurder te melden bij ons. Het is niet de eerste keer dat de consument ‘vergeet’ zijn huurders aan te melden. In dezelfde e-mail van 28 mei 2024 vraagt hij of hetzelfde aangepaste tarief voor langhuur wordt berekend. Hij meldt deze huurder onder voorbehoud als langhuurder aan, volgens zijn e-mail van 30 mei. Na de slechte ervaringen van de vorige huurder die maar vier weken bleef in plaats van zes maanden, de langhuur onder voorbehoud en daarbij opgeteld dat de consument regelmatig ”vergeet” om ons zijn huurders door te geven, heeft ons doen besluiten om hem via de e-mail te laten weten dat we de reguliere kosten in rekening brengen. In deze e-mail hebben we aangegeven dat we volgens de overeenkomst facturen sturen en dat we in het vervolg zijn boekingen willen ontvangen voordat de huurder in zijn chalet zit. De consument beantwoordt deze e-mail dat de huurder nu ineens zonder voorbehoud tot einde seizoen blijft.

Dan de factuur van de elektriciteit die de consument ons niet betaalt en waarvan hij vindt dat we de stroom onrechtmatig hebben afgesloten. Wij hebben alle eigenaren van een chalet op huurgrond die bij ons stroom afnemen in oktober 2023 een e-mail gestuurd met daarin de mededeling dat de berekening van de energiekosten gewijzigd zal worden met ingang van 1 januari 2024. Vanwege de sterk gestegen kosten hiervan waren wij genoodzaakt deze aan te passen. Ook de chalets op koopgrond die bij ons stroom afnemen, betalen exact hetzelfde tarief. Iedereen heeft deze brief ontvangen, ook de consument. Het afsluiten van elektra is niet onrechtmatig gebeurd. Ten eerste heeft de consument een seizoensplek, die loopt tot 31 oktober en toen is de stroom uitgeschakeld.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ter zitting heeft de consument desgevraagd verklaard dat hij voor de eerste huurder afspraken met de ondernemer had gemaakt in verband met langhuur en dat die afspraak ook gold voor de tweede huurder. Dat laatste zou mondeling toegezegd zijn. De tweede huurder zou verblijven van half mei tot eind oktober, maar feitelijk heeft hij verbleven bij zijn ex.

De factuur van € 200,- (provisie), betrekking hebbend op de eerste huurder, heeft de consument voldaan. De factuur van € 850,- , betrekking hebbend op de tweede huurder, heeft hij niet betaald. Dat bedrag heeft hij in depot gestort.

Ingevolge de huurovereenkomst die partijen met elkaar hebben gesloten, is onderverhuur toegestaan. Voor die onderverhuur ontvangt de ondernemer provisie van de eigenaar van het chalet, zodat de gasten gebruik kunnen maken van de faciliteiten op het park. In de betreffende huurovereenkomst staan de tarieven voor die provisie vermeld.

Volgens de consument heeft hij met de ondernemer afgesproken dat de eerdere afspraak inzake langhuur, die zag op de eerste huurder, ook van toepassing zou zijn voor de tweede huurder. De commissie stelt vast dat de consument deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Niet is komen vast te staan dus dat de afspraak inzake langhuur ook gold voor de tweede huurder. De consument is dan ook gehouden om de ondernemer de provisie te betalen overeenkomstig de tarieven zoals die zijn opgenomen in de huurovereenkomst.

Met betrekking tot het afsluiten van de elektra merkt de commissie op dat de ondernemer ten onrechte hiertoe is overgegaan. Dat er meningsverschillen zijn over een de betaling van een factuur, mag er niet toe leiden dat het afsluiten van elektra als een pressiemiddel wordt gebruikt om een openstaande factuur alsnog betaald te krijgen. Het voorgaande leidt echter niet tot een (gedeeltelijke) gegrondverklaring van de klacht.

Op grond van het voorgaande zal de commissie de klacht ongegrond verklaren.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond, zodat het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Het depotbedrag van € 850,- komt aan de ondernemer toe.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer P.W.M. Meijkamp, mevrouw mr. J.M. Huijsman- Hartkamp, leden, op 24 april 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF