Commissie: Afbouw
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
709380/817455
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over scheuren en vlekken in een gietvloer, kort na plaatsing. Een deskundige stelde vast dat de schade voortkwam uit constructiefouten in de onderliggende dekvloer, zoals het ontbreken van dilataties en onjuiste wapening. De ondernemer had de bestaande scheur vooraf hersteld en handelde volgens goed vakmanschap. De commissie oordeelt dat de ondernemer niet tekort is geschoten en wijst de klacht af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een gietvloer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 6 december 2021 sloot klant een overeenkomst met [bedrijf] voor het laten plaatsen van een gietvloer. In totaal heeft klant voor het uitvoeren van de offerte een bedrag van € 14.056,57 aan [bedrijf] voldaan. Begin 2022 zijn de werkzaamheden uitgevoerd. Kort na de uitvoering van de werkzaamheden ontstond er een beschadiging en een gaatje in de vloer. Klant heeft dit direct bij [bedrijf] gemeld. Zij heeft dit door een medewerker laten herstellen. Dit herstel is echter niet deugdelijk uitgevoerd, daar er op beide plekken een vlek is ontstaan. Dit is door de medewerker nog eens lak op aangebracht, waardoor de vlekken enkel nog maar groter zijn geworden, hetgeen klant ook heeft laten weten. Tevens constateert klant sinds maart 2023 dat er een scheur in de gietvloer is ontstaan. Gaandeweg lijken er in de omgeving meerdere, kleinere scheuren te ontstaan. Klant heeft dit op 30 maart 2023 bij [bedrijf] gemeld. Op 7 juli 2023 heeft [adviesbureau] een deskundigenonderzoek uitgevoerd. [Adviesbureau] concludeerde dat de gebreken [bedrijf] zijn toe te rekenen. [Bedrijf] geeft aan het niet eens te zijn met het rapport en weigert vooralsnog aansprakelijkheid te erkennen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Voor het leggen van de gietvloer hebben wij, zoals gebruikelijk, de op dat moment aanwezige scheur zo goed mogelijk gerepareerd. De problemen zijn vooral veroorzaakt omdat de aannemer verzuimd heeft een dilatatie te maken.
Rapport van de deskundige
In het dossier bevinden zich foto’s waaruit blijkt dat er een zogenaamde verend opgelegde cementgebonden dekvloer aangebracht met de volgende opbouw:
• De bestaande betonnen draagvloer is voorzien van een isolatiemateriaal.
• Hierop zijn bindnetten aangebracht waarop de vloerverwarmingsleiding (Ø 16mm) is verknoopt.
• Direct op deze vloerverwarmingsleidingen zijn krimpnetten aangebracht.
• Vervolgens is er ([factuurnummer] d.d. 21-1-2022 van [vloerspecialist] aan consument) een 147m²
cementgebonden dekvloer klasse D20 voorzien van durimit 50 in een laagdikte van gemiddeld 7cm
aangebracht.
Voor dit type dekvloer is de NEN 2742 (In het werk vervaardigde vloeren – Zwevende dekvloeren – Terminologie, uitvoering en kwaliteitsbeoordeling) beschikbaar, hoewel deze norm niet specifiek is overeengekomen is deze door deskundige wel te hanteren als een maat waaraan goed en deugdelijk werk dient te voldoen. Volgens de NEN 2742 moet een cementgebonden verend opgelegde dekvloer met en zonder vloerverwarming door velddilataties in rechthoekige velden worden verdeeld teneinde scheurvorming zoveel als mogelijk te voorkomen. Deze scheuren zullen met name optreden op uitwendige hoeken en in deuropeningen (vloerversmallingen). Volgens factuur van [vloerspecialist] is er een D20 cementgebonden dekvloer voorzien van durimit 50 toegepast. De aanduiding D20 betreft de oude druksterkte die sinds 2008 is vervangen door de Cwaarde. Op de website van het TBA staat de vergelijkingsfolder met daarin aangeven dat een D20 overeenkomt met een Cw12 (Flyer A4). Maar bij het toepassen van een verend opgelegde dekvloer is deze Cw-waarde (voorheen D-waarde) onbelangrijk, juist de buigtreksterkte (F-waarde) is bepalend voor de dikte van de dekvloer. Deze F-waarde wordt verder niet benoemd. Wel staat aangegeven dat er in de mortel Duremit 50 is toegevoegd, dit betreft een hulpstof (plastificeerder) die aan de mortel wordt toegevoegd om de eigenschappen aanzienlijk te verbeteren. Onbekend is wat deze toevoeging heeft betekend voor de F-waarde/buigtreksterkte van de aangebrachte cementgebonden dekvloer. Bij het toepassen van een dekvloer op isolatiemateriaal (verend materiaal) wordt de dekvloer bij belasting op trek belast waardoor er een buigspanning optreedt. In verband met de aanwezigheid van vloerverwarming dient de opgegeven dekvloerdikte met ten minste 15mm te worden vermeerderd. Een traditionele cementgebonden dekvloer, zonder plastificeerder, heeft maximaal een F1 waarde. Gezien er plastificeerder (Duremit 50) aan de mortel is toegevoegd zal deze waarde hoger liggen, maar onbekend is de exacte F-waarde/buigtreksterkte. De dekvloer is voorzien van een wapening (krimpnet). Om goed te kunnen functioneren dient deze krimpwapening boven het midden van de dekvloer te zitten. In dit geval ligt deze op de vloerverwarmingsleiding (op circa 20mm hoogte) en dus te laag om in een 70mm dikke dekvloer goed te kunnen functioneren, optimaal zou het krimpnet op 40mm hoogte moeten zitten. De door deskundige vastgestelde scheurvorming in de woning van consument ontspringt vanuit buitenhoeken in vloerversmallingen en deurdoorgangen. Geconcludeerd kan worden dat het niet toepassen van velddilataties (volgens de NEN 2742) op deze plekken tot scheurvorming heeft geleid in de dekvloer en uiteindelijk ook in de hechtend aangebrachte pu-gietvloer. Voor meer informatie over verend opgelegde dekvloeren verwijs ik u graag naar de Folder Isolerende dekvloeren op de website van het Technisch Bureau Afbouw (TBA). Ondernemer heeft bij aanvang van z’n werkzaamheden (aanbrengen vloerafwerking) de scheurvorming ook vastgesteld. Hij heeft scheurherstel uitgevoerd in de dekvloer maar blijkbaar is dit niet juist uitgevoerd aangezien de dekvloer op exact dezelfde plek wederom is gaan scheuren. Hetzelfde geldt voor het door De Vloerendokter uitgevoerde herstel, ook dit is blijkbaar onjuist uitgevoerd waardoor er wederom, op exact dezelfde plek, scheurvorming is opgetreden. Bij een goed uitgevoerd scheurherstel in de cementgebonden dekvloer is de herstelde scheur (met epoxy) sterker dan het naastgelegen vloerveld, de kans dat de dekvloer na een juist uitgevoerd scheurherstel op exact dezelfde plek nogmaals scheurt is nihil. Belangrijk is dat dit scheurherstel over de volledige dikte (70mm) wordt uitgevoerd. De twee herstelplekken die tot ‘vlekken in de pu-gietvloer’ hebben geleid zijn naar de mening van deskundige op het moment van de inspectie netjes (zowel technisch als esthetisch) hersteld, van een eventueel gebrek op dit punt is dus geen sprake meer.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de ondernemer de tussen partijen gesloten overeenkomst niet deugdelijk is nagekomen. De commissie is het met de ondernemer eens dat de fout ligt in de constructie. Dit kan de consument niet met succes aan de ondernemer verwijten. De ondernemer heeft op basis van goed vakmanschap de op het moment van het leggen van de vloer aanwezige scheur verholpen; dat dit geen definitief resultaat heeft gehad, moet geweten worden aan het ontbreken van dilatatie, hetgeen niet in de risicosfeer van
de ondernemer ligt. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daaro wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, de heer H.H. van der Linden, leden, op 17 april 2025.