Klacht over stageldverhoging 2024 niet-ontvankelijk verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Recreatie    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 890089/981898

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over een verhoging van het stageld met ongeveer 8% in 2024 en 2025. De ondernemer trok de verhoging voor 2025 in, maar de consument wilde ook compensatie voor 2024. De commissie oordeelt dat de klacht alleen over 2025 ging en dat de consument de klacht over 2024 niet eerder bij de ondernemer heeft ingediend. Daarom wordt de consument niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de verhoging van het stageld met ongeveer 8%.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Zowel in 2024 als in 2025 kregen wij een onaangekondigde verhoging van ongeveer 8%. Dus gevraagd om een motivatie gezien het ontbreken van onderhoud en investeringen en de deplorabele staat van de camping. Na een eerste zeer summiere verklaring (geen motivatie) nog om een (uitvoerige) motivatie gevraagd. Daar hebben wij geen reactie meer op gekregen.

In reactie op het verweerschrift van de ondernemer heeft de consument de commissie laten weten dat wat hem betreft de klacht ook ziet op 2024. Hij verwijst daarbij naar zijn e-mails van 2 en 6 januari 2025, waarin hij uitdrukkelijk vraagt naar een motivering om het jaargeld voor het tweede jaar met meer dan 8% te verhogen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er is wat ons betreft in het geheel geen sprake van een geschil. De eis van de consument om de verhoging van het stageld voor 2025 in te trekken, is namelijk volledig ingewilligd. Na verkoop van ons bedrijf op 30 december is met de nieuwe eigenaar overleg geweest en is besloten de verhoging voor seizoen 2025 in te trekken. Nu echter lees ik dat de eis van de consument is dat dit ook voor 2024 gebeurt, met terugwerkende kracht. Dit verrast ons en was geen onderdeel van de klacht van de consument. Het is wat ons betreft dan ook op zijn minst discutabel en welhaast ongepast om een geschil aanhangig te maken met betrekking tot een eis waarover wij niet eerder in een onderling overleg gecommuniceerd hebben.

Juridisch kader

Artikel 6 van het reglement van de commissie

1. De commissie verklaart op verzoek van de ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – de consument in zijn klacht niet-ontvankelijk:
a. indien hij zijn klacht niet eerst overeenkomstig de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden bij de ondernemer heeft ingediend.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft indirect een beroep gedaan op artikel 6, eerste lid, onder a, van het reglement van de commissie door zich op het standpunt te stellen dat de consument zijn eis met betrekking tot het jaar 2024 niet eerder bij hem bekend heeft gemaakt.

Naast de door de consument genoemde e-mails van 2 en 6 januari 2025 bevindt zich in het dossier ook een e-mail van de consument van 9 januari 2025. Daarin schrijft hij onder meer het volgende.

Het is dus zeer onredelijk en onbillijk om twee jaar achter elkaar het jaargeld met ca. 8% te verhogen. Wij hebben daarvoor dus absoluut geen begrip.

Wij verzoeken dan ook beleefd maar dringend om een nieuwe factuur voor 2025 met daarin hetzelfde stageld als voor het jaar 2024. De toeristenbelasting zullen wij uiteraard wel betalen.

Gelet op het voorgaande kan de commissie niet anders concluderen dan dat de klacht die de consument heeft voorgelegd aan de ondernemer, alleen ziet op het jaar 2025 en dus niet op het jaar 2024.

Op grond van het voorgaande zal de consument niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 2 juli 2025.

Opslaan als PDF