Klacht over tariefstijging bouwaansluiting ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Water    Categorie: grondslag en/of hoogte tarief    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 975262/989023

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument betwistte een tariefstijging van € 1.620 naar € 2.200 voor een bouwaansluiting, geleverd op 14 februari 2025. Hij achtte een verhoging van maximaal 10% redelijk. De ondernemer verwees naar het standaard ‘postzegeltarief’, dat kostendekkend moet zijn en onder overheidstoezicht valt. De Geschillencommissie Water oordeelde dat de tariefstijging niet buitensporig is en doorstaat de marginale toetsing. Wel had de ondernemer de consument beter kunnen informeren. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument klaagt over een zijns inziens exorbitante tariefstijging. De commissie wijst dat, marginaal oordelend, af, mede vanwege het overheidstoezicht op tariefvaststelling.

Beoordeling

De consument heeft op 18 november 2024 een offerte voor een bouwaansluiting gevraagd aan de ondernemer. De door de consument geaccepteerde offerte vermeldde een bedrag ad € 1.620,– exclusief BTW. In de offerte stond dat het tarief dat geldt op de datum van uitvoering, uiteindelijk bepalend is voor de hoogte daarvan. De aansluiting is geleverd op 14 februari 2025. De voor de levering uitgebrachte factuur vermeldde een bedrag ad € 2.200,– exclusief BTW. De consument acht de prijsstijging buiten proporties en acht een verhoging van maximaal 10% redelijk.

De ondernemer heeft volgende betoogd: Het gehanteerde tarief is een standaardtarief, een zogenaamd ‘postzegeltarief’ wat inhoudt dat het een gemiddelde is van de kosten die normaal met dit soort werkzaamheden gepaard gaan. In sommige gevallen zullen de daadwerkelijke kosten lager uitvallen, in sommige gevallen ook hoger. Vergelijk het met een postzegel: het maakt niet uit of de brief helemaal naar Terschelling moet of naar de buren, het tarief is voor beide brieven hetzelfde. De reden dat de ondernemer gebruik maakt van een dergelijk tarief is dat het maken van individuele calculaties kostbaar en tijdrovend is. Alle drinkwatertarieven, ook de tarieven voor dit soort werkzaamheden, kennen een kostprijsberekening welke van overheidswege getoetst wordt door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), onderdeel van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, na consultatie van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Alle drinkwatertarieven moeten op grond van artikel 11 van de Drinkwaterwet minimaal kostendekkend zijn. In het standaardtarief zijn de kosten verdisconteerd die met het geheel verbonden zijn, zoals onder andere het administratief verwerken van de aanvraag, het eventueel ter plaatse schouwen van de situatie, het daadwerkelijk uitvoeren van de werkzaamheden inclusief materiaal en tot slot het administratief afwikkelen zoals het aanmaken van de factuur.

Ter zitting voerde de ondernemer nog aan dat de forse stijging komt door een inhaalslag. Het in 2024 gehanteerde tarief was niet kostendekkend en dat is in hoge mate ingehaald door het in 2025 gehanteerde tarief.

De commissie heeft in diverse eerdere beslissingen uitgemaakt dat de gehanteerde tariefstijging een marginale toetsing kan doorstaan (zie bijvoorbeeld de door de ondernemer overgelegde uitspraak met nummer 222833/233943). Immers uitgangspunt is dat de commissie niet bevoegd is een tariefhoogte te beoordelen, tenzij deze buitensporig is. In die eerdere beslissingen is uitgemaakt dat mede door het toezicht op tarieven van overheidswege er geen aanleiding is, marginaal oordelend, een tarief als het onderhavige af te wijzen of te matigen. Voor een wat uitvoeriger onderbouwing van een vergelijkbare casus verwijst de commissie naar haar uitspraak onder nummer 254194/312523 (te kennen op de website van de commissie onder uitspraken en analyses).

De commissie overweegt ten overvloede dat de ondernemer er verstandig aan had gedaan zich, naast de publicatie van zijn tarieven voor het volgend jaar op zijn website, communicatiever op te stellen. De commissie doelt erop dat de ondernemer na vaststelling van deze forse tariefstijging (in november 2024) de consument daarop had kunnen wijzen en hem wellicht de mogelijkheid had kunnen bieden zijn opdracht te annuleren.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer H.H. van der Linden, leden, op 27 mei 2025.

Opslaan als PDF