Commissie: Bruidsmode en Maatwerk
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1309465/1320143
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt dat haar bruidsjurk slecht was vermaakt en daardoor onbruikbaar was, terwijl de ondernemer stelde dat de jurk goed was afgeleverd en dat de consument dit zelf had bevestigd. Volgens de commissie is niet bewezen dat de jurk gebrekkig was en heeft de consument de ondernemer geen eerlijke kans gegeven om de problemen te herstellen, terwijl daar nog tijd voor was. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft klachten over een bruidsjurk.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft een bruidsjurk bij de ondernemer gekocht, welke vermaakt moest worden. Na vermaken van de trouwjurk door de ondernemer bleek de afwerking zeer slecht: te kort ingekort, scheve belijning, te strak ingenomen (met risico op scheuren), scheve rits en knopen, ontbrekende cups en slechte afwerking van mouwen. Ondanks het feit dat de consument meerdere malen haar ontevredenheid heeft aangegeven, is dit niet naar verwachting hersteld. De jurk is onbruikbaar. De consument verzoekt daarom om terugbetaling van de kosten.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. De ondernemer weerspreekt dat de trouwjurk teveel ingekort is. De jurk sloot goed aan bij de borst en de rug.
De jurk moet aansluitend zijn om rimpels in de stof te voorkomen. De rimpels die zichtbaar waren bij het passen voorafgaand aan de aflevering, zijn vermaakt en verdwenen, zoals uit een van de foto’s blijkt. Uit die foto blijkt voorts dat de jurk mooi recht valt in het midden van de rug. Ook de knopensluiting zit volgens de ondernemer mooi en recht in het midden van de rug. Omdat de jurk is vermaakt tot een off-shoulder model, valt de achterkant inderdaad naar beneden. Met professionele bridal tape is dit te verhelpen. Dat een van de knopen los is gekomen, kan gebeuren. Over de cups is bij aflevering niet meer gesproken. Voordat de consument de jurk mee naar huis heeft genomen, heeft de consument haar handtekening geplaatst op een document waarin staat dat de jurk op 16 augustus 2025 naar tevredenheid is afgeleverd. Terugbetaling van de jurk of vermaakkosten is daarom niet redelijk. De ondernemer vindt het jammer dat de consument geen vertrouwen in het atelier van de ondernemer meer heeft. De ondernemer had graag verder geholpen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument stelt dat zij meerdere malen haar ontevredenheid heeft aangegeven, maar dit niet naar verwachting is hersteld. Ter onderbouwing hiervan heeft de consument een bericht overgelegd waarin zij haar klachten opsomt en aan het slot waarvan zij de ondernemer verzoekt om de problemen op te lossen.
Hoewel het bericht geen datum vermeldt, volgt uit de tekst van dit bericht dat deze twee weken voor de bruiloft is gezonden. De consument heeft aan het slot van dit bericht aan de ondernemer meegedeeld dat zij gezien het gebrek aan vertrouwen niet nog eens wil terugkomen bij de coupeuse van de ondernemer.
Uit de stukken leidt de commissie af dat de consument de jurk mee naar huis heeft genomen, nadat de consument haar handtekening geplaatst op een document dat de jurk op 16 augustus 2025 naar tevredenheid is afgeleverd. Daaruit volgt dat het aan de consument is om aan te tonen dat de jurk niet de eigenschappen bezat die zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Uit de overlegde foto’s valt dit niet op ondubbelzinnige wijze vast te stellen. Ook uit de jurk zelf die bij de commissie is afgegeven, blijkt niet zonder meer dat deze ondeugdelijk is.
De commissie begrijpt de klacht van de consument zo, dat zij de koop van de trouwjurk ongedaan wil maken en de aankoopprijs en vermaakkosten wil terugontvangen. Hierin gaat de commissie niet mee.
Niet alleen is niet vast komen te staan dat de jurk niet de eigenschappen bezat die de consument op grond van de overeenkomst mocht verwachten, maar ook heeft de consument de ondernemer geen reële gelegenheid geboden om de klacht te beoordelen en de eventuele gebreken (tijdig) te herstellen. Ingevolge artikel 7:22 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, indien herstel en vervanging onmogelijk was of van de consument niet gevergd konden worden, dan wel dat de ondernemer niet (binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument) tot herstel of vervanging is overgegaan.
Het systeem van de regeling van de consumentenkoop veronderstelt naar het oordeel van de commissie dat voor een verkoper duidelijk wordt dat er sprake is van een gebrek. Daartoe moet de verkoper kennis hebben genomen van de staat van de trouwjurk. Vast staat dat de consument die mogelijkheid, nadat zij de jurk na aflevering mee naar huis heeft genomen, niet heeft geboden. De consument heeft immers aangegeven niet meer te willen terugkomen bij de coupeuse van de ondernemer. Op het moment dat de consument dit schreef resteerden er nog twee weken tot de huwelijksdag. Naar het oordeel van de commissie zou dat voldoende tijd moeten zijn om zonodig nog enkele aanpassingen te kunnen doen aan de trouwjurk. Het lag op de weg van de consument om de ondernemer daar direct de gelegenheid toe te bieden. Na de huwelijksvoltrekking is de (eenmalige) gelegenheid, waarvoor de trouwjurk is bedoeld, gepasseerd en heeft herstel geen nut meer. De consument kwalificeert de jurk zelf ook als onbruikbaar.
Gezien het voorgaande is niet vast komen te staan dat herstel onmogelijk was of van de consument niet gevergd konden worden. Ingevolge artikel 7: 22 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek is alsdan de bevoegdheid tot ontbinding niet ontstaan. Derhalve komt de door gevorderde ontbinding niet voor toewijzing in aanmerking en kan de vordering niet worden toegewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Bruidsmode en Maatwerk, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer T. Speksnijder en mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 9 januari 2026.