Commissie: Post
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
999979/1104489
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verzond een aangetekend pakket met een Pokémon-kaart, die vermist raakte. Hoewel de ondernemer aansprakelijkheid voor de vermissing erkende, werd schadevergoeding geweigerd wegens gebrek aan rechtsgeldig bewijs van de waarde. De consument overhandigde geen aankoopfactuur of taxatie, enkel een gradingfactuur en een algemene internetlink. De Geschillencommissie Post oordeelde dat de ondernemer terecht nadere bewijsstukken had gevraagd en dat het recht op schadevergoeding verviel. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Zaaknummer 999979/1104489
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vergoeding van een vermist aangetekend pakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 13 januari 2025 heeft de consument een aangetekend pakket verzonden naar een geadresseerde in [locatie]. Het pakket bevatte een Pokémon-kaart die hij verstuurde naar een bedrijf om de kaart te laten ‘graden’. De verzekerde waarde (€ 500,–) is ver onder de werkelijke waarde. De Pokémon-kaart heeft een waarde van $ 1.300,–. Het pakket is door de geadresseerde niet ontvangen.
De consument heeft hierover meermaals contact opgenomen met de ondernemer, maar geen uitsluitsel ontvangen waarom de ondernemer niet tot vergoeding overgaat.
De ondernemer gaf aan niet te weten waar is afgeleverd en wie heeft getekend, maar er staat wel een handtekening in de app. Als er een handtekening staat moet de ondernemer weten waar het is afgeleverd, hetgeen niet het geval is. Ook heeft de consument geen hulp of voldoende informatie over de bezorging van het pakket ontvangen van de ondernemer. Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer dat het pakket bij de geadresseerde aankomt. Sprake is van een tekortkoming in de uitvoering van de vervoerovereenkomst, waarvoor de ondernemer aansprakelijk is.
De consument verlangt vergoeding voor de Pokémon-kaart.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het pakket is met de aanvullende dienst ‘aangetekend’ verstuurd. Gelet op de toepasselijke regelgeving is de aansprakelijkheid naar gelang de waarde van de inhoud beperkt tot een maximum van € 500,–.
De ondernemer heeft onderzoek gedaan naar het pakket. De klantenservice-medewerker heeft navraag gedaan bij het depot van waaruit het pakket bezorgd zou zijn, zonder resultaat. De consument is vervolgens geïnformeerd dat het pakket als vermist moet worden beschouwd. De ondernemer aanvaardt aansprakelijkheid voor de vermissing van het pakket als zodanig, maar is niet gehouden tot betaling van een schadevergoeding.
Er zijn vervolgens gegevens, waaronder documenten als een aankoopfactuur, opgevraagd bij de consument die nodig waren om zowel de aansprakelijkheid als de hoogte van de schadevergoeding te kunnen vaststellen. De consument heeft die niet verstrekt. Gelet hierop vervalt het recht op uitkering van schadevergoeding.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Niet is in geschil dat tussen partijen een vervoerovereenkomst bestond waarbij de consument de ondernemer een pakket met de aanvullende service ‘aangetekend’ ter verzending heeft aangeboden naar een geadresseerde in [locatie]. Evenmin is in geschil dat dit pakket vermist is geraakt en dat de ondernemer hiervoor aansprakelijk is. De schadevergoeding betreft de kern van dit geschil.
Op grond van de Postwet 2009 en artikel 9 Algemene Voorwaarden voor de universele Postdienst 2019, artikelen 9.2, 9.3 aanhef en onder 2 (hierna: AV) is de ondernemer in het geval van aangetekende ‘Niet Brievenbuspost binnenland’, zoals hier, aansprakelijk voor schade ontstaan tijdens de uitvoering van de overeenkomst tot ten hoogste € 500,– per poststuk, indien de schade de ondernemer toerekenbaar is.
In artikel 9.4 AV staat dat de ondernemer de schadevergoeding en de hoogte daarvan bepaalt aan de hand van rechtsgeldig bewijs dat door de afzender dient te worden overgelegd. In dit artikel is een aantal voorbeelden van rechtsgeldig bewijs genoemd, zoals het originele verzendbewijs; de in- of aankoopfactuur; de verkoopnota en/of ander rechtsgeldig bewijs van de waarde van de inhoud van het pakket.
Ingevolge artikel 9.5 AV is de consument verplicht mee te werken aan alle redelijke verzoeken van de ondernemer, waaronder het overleggen van foto’s, verklaringen of andere bewijsstukken die nodig zijn om zowel de aansprakelijkheid als de hoogte van de schadevergoeding te kunnen vaststellen. Als de consument hieraan niet meewerkt, vervalt het recht op uitkering van schadevergoeding.
Het is betreurenswaardig dat het pakket vermist is geraakt. De consument heeft echter onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd waaruit kan worden afgeleid wat de (waarde van de) inhoud van het door hem verzonden poststuk is geweest. Dat dit pakket een Pokémon-kaart bevatte, met de door de consument gestelde waarde, is niet gebleken.
Uit de stukken blijkt dat door de ondernemer de consument verzocht heeft diverse bewijsstukken aan te leveren om een schadebeoordeling mogelijk te maken. Hierbij is expliciet genoemd dat documenten zoals een aankoopfactuur vereist zijn om de waarde van de kaart voldoende te kunnen onderbouwen. De consument heeft ter onderbouwing van zijn schade alleen een factuur ad € 71,25 overgelegd, afkomstig van het bedrijf dat de kaart zou gaan graden en ter zake kosten in rekening heeft gebracht en dat is onvoldoende. De consument heeft weliswaar ook een internetlink verstrekt, maar de ondernemer heeft daarover, onweersproken, gesteld dat de internetlink slechts verwijst naar een algemene, niet-geverifieerde waarde-inschatting van soortgelijke Pokémon-kaarten, terwijl de waarde van een specifieke kaart wordt bepaald door individuele kenmerken zoals staat, zeldzaamheid en authenticiteit. Daarbij komt dat de consument de kaart heeft opgestuurd juist om deze te ‘graden’, zodat ook om die reden niet van de door hem opgegeven waarde van deze kaart kan worden uitgegaan. Verdere documentatie waarmee de (daadwerkelijke waarde van de) Pokémon kaart zou kunnen worden aangetoond, ontbreekt. Gelet op artikel 9.4 AV heeft de ondernemer nadere bewijzen mogen vragen. De consument is hiertoe niet overgegaan.
Het is aan de consument zelf vóór verzending van het pakket zich op de hoogte te stellen van de op de vervoerovereenkomst toepasselijke voorwaarden. Uit hetgeen de consument heeft aangevoerd blijkt niet dat hij die bronnen heeft geraadpleegd, hetgeen in zijn risicosfeer ligt.
Conclusie is dat de consument niet heeft voldaan aan het verstrekken van rechtsgeldig bewijs ex artikel 9.4 AV. Gelet hierop vervalt het recht op een schadevergoeding ex artikel 9.5 AV. De ondernemer heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat hij ter zake geen aansprakelijkheid hoefde te aanvaarden.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting kan niet worden geconcludeerd dat de behandelingsduur van de klacht onredelijk lang is en dat de ondernemer onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klacht van de consument.
Voor eventuele vergoeding van de verzendkosten dient de consument contact op te nemen met de ondernemer.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer A. Verkaik, de heer H.W. Zuur, leden, op 14 juli 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.