Commissie: Telecommunicatiediensten
Categorie: Kwaliteit dienstverlening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
984369/1051854
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument claimde schadevergoeding voor een vermist verzekerd pakket met een tekentablet, maar verscheen niet ter zitting en gaf onvoldoende duidelijkheid over de adressering. De ondernemer stelde dat het pakket niet bezorgd kon worden door een onjuist adres en dat daardoor geen recht op vergoeding bestaat. De Geschillencommissie Post kon het geschil niet inhoudelijk beoordelen en verklaarde de klacht ongegrond.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Zaaknummer 984369/1051854
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft vergoeding van een verloren gegaan, verzekerd pakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op 11 december 2024 een pakket naar [locatie] verstuurd. Het pakket was verzekerd tot € 500,–. Het ging om een retourzending van een via een webwinkel gekocht tekentablet.
De adressering was ten name van [consument]. Het pakket is vermist geraakt, maar de ondernemer weigert ten onrechte de waarde van het tekentablet te vergoeden (€ 0).
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Indien de inhoud van een aangetekend pakket tijdens het postvervoer beschadigd raakt of vermist wordt, is de ondernemer in beginsel aansprakelijk en heeft de consument recht op schadevergoeding. Dit recht vervalt echter indien de schade of vermissing weliswaar tijdens het vervoer is ontstaan, maar het gevolg is van een onjuist of onvolledig adres (artikel 9.7 vierde gedachtestreepje van de toepasselijke
Algemene Voorwaarden).
Daarnaast blijkt uit de Track & Trace-functionaliteit dat het pakket vanuit het buitenland retour is gezonden naar Nederland. Dit wijst erop dat het pakket niet kon worden bezorgd op het opgegeven adres. Vastgesteld kan worden dat het adres incorrect of onvindbaar was. Hierdoor is onduidelijk waar het pakket daadwerkelijk naartoe gestuurd had moeten worden. Vermoedelijk was er ook geen retouradres op het pakket genoteerd (geen sorteerfoto beschikbaar).
De consument heeft verklaard dat het pakket retour verstuurd moest worden naar de webwinkel, waar hij de tekentablet had besteld. Uit de ingediende stukken blijkt echter dat de bestelling is geplaatst via het platform [externe partij] en dat de daadwerkelijke verkoper [externe partij 2] betreft. De opgegeven ontvanger, “[consument]”, en het adres dat gebruikt is lijken eerder op een transportbedrijf dan een webwinkel of leverancier.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Het valt te betreuren dat de consument niet ter zitting verschenen is. Dan had hij toelichting kunnen geven op zijn klacht en met name kunnen ingaan op het verweer van de ondernemer. Op basis van de thans beschikbare gegevens, met name ten aanzien van het adres en het retouradres, kan de commissie niet tot een beoordeling komen. De conclusie is dan ook dat de commissie de klacht zal afwijzen wegens onvoldoende onderbouwing ervan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 26 juni 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.