Commissie: Recreatie
Categorie: Beëindiging
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
226924/248486
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over het verwijderen van zijn chalet van een recreatiepark, dat hij in 2017 had gekocht voor €23.000. Hij wilde het chalet verkopen, maar de ondernemer stelde dat het vanwege de leeftijd van het chalet (ouder dan 20 jaar) niet vanaf de standplaats verkocht mocht worden. De consument vond dit onrechtvaardig, omdat deze regel niet bekend was bij aankoop en eerder niet was toegepast. Uiteindelijk werd het jaarcontract beëindigd en werd afgesproken dat de ondernemer het chalet zou afvoeren en de standplaats zou opruimen, zonder financiële vergoeding. De Geschillencommissie oordeelde dat de consument akkoord was gegaan met deze regeling en dat er geen sprake was van dwang of misleiding. Daarom is er geen grond voor schadevergoeding en is de klacht ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de verwijdering van het chalet van de consument.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 7 november 2017 kocht de consument het chalet op het recreatiepark van de ondernemer voor een bedrag van € 23.000,–. Drie jaar en acht maanden later, op 18 juni 2021, heeft de consument tijdens een gesprek met de parkbeheerder aangegeven het chalet te willen verkopen. Door een verhuizing was het voor de consument niet langer haalbaar om regelmatig in het chalet te verblijven.
Na een traag verlopende mailwisseling, verklaart de parkbeheerder op 10 oktober 2021 dat de verkoop kan plaatsvinden met (net als bij de aankoop) bemiddeling van de ondernemer. Tijdens een telefoongesprek met de parkbeheerder op 16 oktober 2021 brengt de parkbeheerder opeens de optie ter sprake dat het chalet misschien van de standplaats af getild moet worden en op de parkeerplaats verkocht moet worden. Het argument daarvoor is de ouderdom van het chalet. Het chalet is naar zeggen van de parkbeheerder ongeveer 28 jaar oud en er is al jaren een regel dat chalets ouder dan 20 jaar niet meer vanaf de standplaats verkocht mogen worden. De consument betwist dat er een dergelijke regel zou bestaan en voert aan dat deze wijze van verkoop een groot financieel verlies zou betekenen, omdat het chalet zijn waarde juist ontleent aan de schitterende standplaats.
Daarnaast is deze regel niet toegepast toen de consument het chalet kocht en het chalet toen al meer dan 20 jaar oud was. Er is aan de consument toen niets verteld over een 20 jaren regel dit staat ook niet in het koopcontract. In dit contract staat bij bouwjaar “n.v.t.”.
Op 1 november 2021 krijgt de consument definitief te horen dat als hij overgaat tot verkoop, het chalet van zijn plaats getakeld zal worden en vanaf de parkeerplaats verkocht moet worden. Na nog twee jaar vol vertwijfeling en twijfels van de consument is een niet-tijdig gesnoeide tuin het argument voor de ondernemer om het jaarcontract te beëindigen.
Het beste aanbod van de parkbeheerder is dat wij de sleutel afgeven aan het park en de caravan achterlaten. In ruil daarvoor ruimt de ondernemer de standplaats op. Dit alles met gesloten beurs. De ondernemer voert de caravan af en doet het opruimwerk en de consument krijgt niets. De consument blijft dus achter zonder één cent, na een uitgave in 2017 van € 23.000,–.
Dit voelt voor de consument als verschrikkelijk onrechtvaardig. Daarom vraagt de consument een schadevergoeding te betalen door de ondernemer voor het aangedane financiële leed.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In verband met een onacceptabele situatie rondom het chalet heeft de ondernemer tijdig op 23 juli 2023 de jaarplaats van de consument en zijn partner opgezegd. Zoals blijkt uit de mail van 27 oktober 2023 is de consument en zijn partner akkoord gegaan met afhandeling van die opzegging waarbij zij met de ondernemer zijn overeengekomen dat de kosten voor opruiming van de standplaats en het verwijderen en afvoeren van het chalet voor rekening van de ondernemer komt.
Verzocht wordt dan ook de klacht ongegrond te verklaren en het door de consument verlangde af te wijzen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In een aanvullende reactie op het verweer van de ondernemer heeft de consument aangegeven dat de beëindiging van het contract inzake de jaarplaats niet wordt bestreden. Daarnaast heeft de consument desgevraagd ter zitting niet weersproken dat partijen in verband met die beëindiging de verdere afwikkeling daarvan met gesloten beurs zouden afwikkelen waarbij voor rekening van de ondernemer de jaarplaats zou worden ontruimd en deze het chalet zou afvoeren zoals deze dit dienstig acht. Dat deze overeenkomst onder dwang of dwaling zou zijn overeengekomen is niet gebleken.
Op grond daarvan kan de consument thans niet meer klagen over hetgeen daarvoor zou zijn voorgevallen bij de bespreking met de ondernemer over de verkoop van het chalet. Van schade door toedoen van de ondernemer is, gelet op de hiervoor genoemde overeenkomst, dan ook geen sprake.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, mevrouw mr. M. de Rooij – Slager, de heer H.H. van der Linden, leden, op 28 mei 2024.