Klacht over vloerverwarming ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Installerende bedrijven    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 385886/436505

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde dat zijn vloer ongelijk en bewegend was, vermoedelijk door de wijze waarop de vloerverwarming in piepschuim was aangelegd. Hij verlangde onderzoek en vervanging van de vloerverwarming. De ondernemer stelde dat het probleem werd veroorzaakt door een verkeerde tussenvloer die door de vloerenlegger was aangebracht: een zachte Jumpax-vloer in plaats van een harde houten tussenvloer. Uit deskundigenonderzoek bleek dat de vloerverwarming conform de montagevoorschriften was aangelegd en dat nader onderzoek nodig zou zijn om de precieze oorzaak vast te stellen. De commissie concludeerde dat de klacht niet aan de ondernemer kan worden toegerekend en verklaarde deze ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een overeenkomst van 11 juli 2022 tot het leveren en aanleggen van een droogvloer vloerverwarming.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht betreft een ongelijke/bewegende vloer die volgens de consument waarschijnlijk tot oorzaak heeft de wijze waarop de vloerverwarming is ingebed in piepschuim. Hij wenst een grondig onderzoek hiernaar en vervanging van de vloerverwarming.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is van oordeel dat de klacht veroorzaakt wordt door de (door de vloerenlegger) aangebrachte tussenvloer onder de pvc toplaag. Geadviseerd is namelijk een harde (houten) tussenvloer, terwijl aangebracht is een zachtere (Jumpax) tussenvloer. De ondernemer wijst daarom aansprakelijkheid af.

Het deskundigenonderzoek

De deskundige K. Hermsen heeft de klacht onderzocht en op 31 januari 2025 rapport uitgebracht van zijn bevindingen.

Hij oordeelt dat de vloerverwarming conform de montagevoorschriften is gemonteerd en dat er nader onderzoek moet worden gedaan om de oorzaak van de klacht vast te stellen. Hij stelt vast dat er in de pvc-vloer (zeer) kleine bobbels te zien zijn.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Omdat niet, zoals door de ondernemer is geadviseerd, een harde (houten) tussenvloer is aangebracht door de vloerenlegger maar een vloer van zachter materiaal en de deskundige heeft vastgesteld dat de vloerverwarming door de ondernemer conform de montagevoorschriften is gemonteerd, kan de commissie niet tot het oordeel komen dat de klacht veroorzaakt wordt door de wijze waarop de vloerverwarming door de ondernemer is aangelegd, zoals de consument veronderstelt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer drs. H.H.F.M. van den Oever, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 26 maart 2025.

Opslaan als PDF