Klacht over warmtecontract en betalingsplicht ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1305285/1319668

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat het warmtecontract voor zijn appartement niet voldoet aan de Warmtewet en ISSO‑normen, en weigert daarom te tekenen of facturen te betalen. De commissie stelt vast dat de VvE – niet de consument – de contractspartij is en dat de bestaande WKO‑installatie uit 2008 niet hoeft te voldoen aan ISSO39, omdat die norm alleen geldt voor nieuwe installaties. De ondernemer levert sinds 15 september 2023 warmte aan de consument, terwijl deze al ruim twee jaar niets heeft betaald. Omdat de consument wel warmte afneemt, is volgens de commissie sprake van een stilzwijgende overeenkomst en zijn de facturen terecht, met uitzondering van een eerdere administratieve fout die al is gecorrigeerd. De klacht dat geen servicepakket voor de binneninstallatie is aangeboden, wordt ook afgewezen omdat dit buiten de verantwoordelijkheid van de ondernemer valt. De commissie beslist dat de consument alle openstaande facturen moet betalen, waarbij het depotbedrag van € 4.589,- wordt verrekend. Alle overige verzoeken van de consument worden afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument klaagt dat de leveringsovereenkomst voor zijn appartement met ondernemer niet voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving (Warmtewet art 3 lid 1), dat hij het contract daarom niet heeft getekend en een nieuw contract wil.

Ondernemer verweert zich dat overeenkomst is gesloten met VvE, dat ondernemer al sinds 15 september 2023 energie levert aan consument, maar consument nog nimmer heeft betaald (ca 2,5 jaar).

Beoordeling
De commissie begrijpt dat consument eigenaar is van een appartement van [appartementencomplex] waarin 138 appartementen zijn ondergebracht die medio 2008 zijn opgeleverd en die een WKO (Warmte Koude Opslag) hebben. Van 15 september 2008 tot 15 september 2023 was [naam leverancier] leverancier. Daarna werd door VvE, daartoe gemandateerd, een contract gesloten met ondernemer.

De commissie begrijpt dat vanwege de onverwachte snelle overdracht door [leverancier] tussen VvE en ondernemer werd afgesproken dat ondernemer per 15 september 2023 enkel de beheerdersactiviteiten van de installatie zou overnemen en daarbij, indien noodzakelijk, minimale service en onderhoud activiteiten zou uitvoeren. Ook dat de VvE in de tussentijd zorg zou dragen voor een nieuwe exploitatieovereenkomst waarbij de opstalrechten zouden worden overgedragen aan ondernemer met het oog op aanpassing/recovery van de installatie door ondernemer. De commissie begrijpt ook dat na ruim 2 jaar nog altijd geen exploitatieovereenkomst tot stand is gekomen waarbij de opstalrechten zijn overgedragen, omdat niet alle appartementseigenaren (zoals of alleen de consument) hebben getekend voor de overdracht van de opstalrechten, met als gevolg dat ook nog altijd geen recovery van de installatie heeft plaatsgehad.

Waar consument klaagt dat het contract met ondernemer niet voldoet aan de gestelde criteria en ISSO39, acht de commissie die klacht ongegrond, omdat de aanwezige wko-installatie dateert van voor de invoering van de ISSO39, en de norm ziet op nieuw te ontwerpen installaties. Daar komt bij dat de VvE de contractspartij van ondernemer is.

Waar consument klaagt over meerdere knelpunten die hij ervaart mbt het overnamevoorstel en de exploitatieovereenkomst, reden waarom hij zelf voor geen enkele overeenkomst wil tekenen of opstalrechten wil overdragen en ook geen facturen wil betalen, terwijl hij wel al warmte afneemt sinds
15 september 2023, acht de commissie de aanwezigheid van een (stilzwijgende) overeenkomst met betrekking tot warmte afname aan de orde en de gezonden facturen gerechtvaardigd, met in achtneming van de creditering benoemd door ondernemer, in verband met een administratieve fout met betrekking tot warmtetapverbruik in de periode 15 september 2023 tot 1 september 2024.

Waar consument klaagt dat geen servicepakket is aangeboden voor de binnen installatie, acht de commissie deze klacht eveneens ongegrond omdat de binnen installatie buiten de demarcatie van de overeenkomst met ondernemer valt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie
• bepaalt dat consument facturen voor alle door ondernemer geleverde warmte dient te voldoen, in het bijzonder dat consument binnen 1 maand na ontvangst van dit Bindend Advies, alle openstaande facturen dient te voldoen, voor zover deze niet zijn voldaan na verrekening met de depotgelden ad € 4.589,-, welke depotgelden aan ondernemer toekomen.
• wijst al hetgeen anders is verzocht is af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 4.589,-.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 29 januari 2026.

 

 

Opslaan als PDF