Klacht over warmtelevering en facturen ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Overig    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 256596/426241

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat de warmtelevering in haar woning niet goed was en dat de facturen niet klopten. De commissie oordeelt dat de ondernemer niet tekort is geschoten: de temperatuur voldeed meestal aan de afspraken en er waren geen ernstige storingen. Ook mocht de ondernemer voorschotten berekenen op basis van gemiddeld verbruik. De consument moet de facturen gewoon betalen. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument beklaagt zich over ondeugdelijke warmtelevering en over facturen die ondeugdelijk zijn opgesteld. Klacht ongegrond.

Beoordeling
De commissie maakt uit de dossierstukken en het ter zitting besprokene het volgende op.

De consument is woonachtig in een wooneenheid van een gebouw waaraan de ondernemer in de levering van warmte voorziet.
Kern van het geschil tussen partijen betreft het antwoord op de vraag of de ondernemer tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens de consument met betrekking tot die warmtelevering. De consument stelt dat dit het geval is geweest: de warmtelevering heeft ondeugdelijk plaatsgevonden, waardoor er onder meer regelmatig sprake is geweest van onvoldoende warmtelevering. Om die reden heeft hij besloten alleen voor voldoendewarmtelevering te betalen en stelt hij naar de commissie begrijpt niet gehouden te zijn de bedragen te betalen waarvoor de ondernemer hem aanmaant.

De ondernemer heeft verweer gevoerd tegen de stellingen van de consument. Voor zover relevant zal de commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

Allereerst merkt de commissie op dat de ondernemer zijn niet-ontvankelijkheidsverweren ter zitting heeft ingetrokken. Wat betreft de vraag of de klacht van de consument gegrond is en de vorderingen van de consument toewijsbaar zijn, oordeelt de commissie dat dit niet het geval is. Redengevend daarvoor is het volgende.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat artikel 1.2 van de tussen partijen gesloten “Overeenkomst voor levering warmte, koude en/of warm tapwarmte voor consumenten” bepaalt dat de aanvoertemperatuur van het water bestemd voor ruimteverwarming gelegen zal zijn tussen de 25 graden Celsius en 40 graden Celsius. De ondernemer erkent dat de temperatuur in het verleden incidenteel onder de overeengekomen waarde is gezakt, maar heeft onweersproken gesteld binnen de daarvoor geldende regels tijdig actie te hebben ondernomen en er toen coulance halve eenmalig compensatie is verleend. Naar het oordeel van de commissie is niet gesteld of gebleken dat zich in de periode waarover de consument klaagt ernstige storingen als bedoeld in artikel 3a lid 1 van de Warmtewet hebben voorgedaan, dan wel dat de ondernemer anderszins is tekortgeschoten in zijn uit de overeenkomst, Warmtewet, Warmtebesluit en Warmteregeling voortvloeiende verplichtingen.

Niet gebleken is dat de ondernemer tot op heden onverschuldigde bedragen aan de consument in rekening heeft gebracht. Voorts zijn ook geen feiten of omstandigheden komen vast te staan op grond de commissie tot de conclusie is kunnen komen dat de consument gerechtigd is betaling van door de ondernemer aan hem in rekening gebrachte bedragen op te schorten. De commissie acht de consument dan ook gehouden de door de ondernemer aan hem in rekening gebrachte bedragen te betalen.

Het voorgaande neemt niet weg dat de commissie het betreurt dat de consument ontevreden is over de leveringskwaliteit. Mede gelet op het ter zitting met de gemachtigde van de consument besprokene sluit de commissie niet uit dat de oorzaak van het ervaren van onvoldoende warmte gelegen is geweest in het feit dat er in het betreffende gebouw alwaar de consument woonachtig is naar de commissie begrijpt sprake is van zogenaamde lagetemperatuurverwarming (LTV).
LTV is vooral geschikt voor ruimten die veel worden gebruikt en in beginsel op een constante temperatuur worden gehouden en niet voor de verwarming van de ruimten die je snel of voor een korte duur wilt verwarmen. Dit kan betekenen dat het ’s nachts (te) laag instellen van de thermostaat kan leiden tot onvoldoende (snel op)warmen overdag.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip en mevrouw mr. R. Jelicic, leden, op 20 december 2024.

Opslaan als PDF