Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: Installatie
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
410207/ 599259
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde dat zijn warmtepompinstallatie van ruim € 22.000 onvoldoende vermogen had om de woning te verwarmen en daardoor gebrekkig functioneerde. De commissie liet een deskundigenonderzoek uitvoeren. Daaruit bleek dat de installatie conform de berekeningen voldoende warmteopwekkingsvermogen heeft om de woning aan de norm van 20 °C te laten voldoen. Wel zou het bestaande afgiftesysteem (vloerverwarming en oude radiatoren) moeten worden aangepast, maar dat viel buiten de opdracht aan de ondernemer. Ook andere klachtonderdelen werden ongegrond verklaard. De commissie besloot dat de klacht ongegrond is en dat het depotbedrag van € 1.512,50 aan de ondernemer wordt doorbetaald.
De volledige uitspraak
Het tussenadvies
Bij het tussenadvies heeft de commissie overwogen dat zij dient te beoordelen of de door de ondernemer geleverde warmtepompinstallatie voldoet aan de eisen die de consument eraan mag stellen, waarbij van belang is of die installatie voldoende capaciteit heeft om te worden toegepast in de situatie bij de consument en of met de installatie de woning van de consument voldoende verwarmd kan worden.
In dat kader heeft de commissie een nader deskundigenonderzoek gelast, waarbij in ieder geval beoordeeld moet worden welke van de gepresenteerde berekeningen correct is en wat daarvan dan
technisch het gevolg is. Vervolgens dient dan, voor zover nog nodig, vastgesteld te worden wat de minimale temperatuur is waaraan een woning volgens de daarvoor geldende normen dient te voldoen en of met de geleverde installatie deze minimale temperatuur in de woning van de consument daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Cliënt kocht voor € 22.106,70 bij tegenpartij een warmtepompinstallatie. Plaatsing vond plaats medio juni 2023. Van meet af aan functioneert deze installatie niet en is deze gebrekkig. Vermoedelijk beschikt de installatie over onvoldoende vermogen om het pand te kunnen verwarmen. Cliënt heeft tevens diverse financiële schadeposten als gevolg van de gebrekkige installatie. Er zijn herstelpogingen gedaan door tegenpartij, maar deze hebben de problemen niet verholpen. Tegenpartij stelt nu dat de installatie naar behoren functioneert.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld:
De minimale temperatuur waaraan een woning volgens de daarvoor geldende normen dient te voldoen is 20 °C (woning dateert uit 2010, vallend onder Bouwbesluit 2003).
[De ondernemer] is uitgegaan van: 1. De totale oppervlakte is afgerond 365 M2. 2. De ruimtetemperatuur moet 20 °C zijn. 3. Het benodigde vermogen is zonder aanwarmtoeslag en met een ruimtetemperatuur van 20 °C: 14031-4442 = 9589W. 4. Dan volgt er een benodigd vermogen van 9589/365 = 26,3 W/M2, deze is in de berekening (voor de veiligheid) afgerond naar 29 W/M2. Wanneer deze waarden worden ingevuld in het programma van Nibe kom je op een vermogen van 10,7 kW. Als je warmtepomp S2125-12 selecteert volgt daaruit dat de warmtepomp dekkend is tot – 1,1 °C en een bijverwarming noodzakelijk is van 4.0 kW. [De ondernemer] heeft een verwarmingselement bijgeplaatst van 6.0 kW. De conclusie is dat er ruim voldoende vermogen opgesteld staat om 20 °C te halen.
De berekening van Pols bestaat uit een verslag van 69 pagina’s, gevolgd door een eindconclusie. Deze 69 pagina’s heb ik niet nader bestudeerd i.v.m. de grote hoeveelheid informatie. De betreffende bestanden heb ik toegevoegd aan het dossier. Zie bijlage 1 en 2. Wanneer de aanwarmtoeslag niet meegerekend wordt, zijn er geen grote verschillen in de getallen. Daarnaast is het de vraag of alle ruimtes continu op de aangegeven temperatuur dienen te worden gehouden. De getallen van de eindconclusie kan ik daardoor niet duiden. Ik vind dit ook minder relevant omdat de berekening van [de ondernemer] naar mijn idee correct is.
Om tot de gewenste temperatuur van 20 °C te komen zou het bestaande afgiftesysteem (vloerverwarming en vooral de radiatoren) aangepast moeten worden. Ruimtes met “oude” radiatoren zullen namelijk nooit de gewenste temperatuur halen, omdat er water aangevoerd wordt met een veel lagere temperatuur. Een warmtepomp geeft water van max. 40 °C terwijl een CV tot 80 °C gaat. Ook de vloerverwarmingsverdeler moet aangepast worden. Dhr. Pols is hierop geattendeerd, maar vond dit niet nodig. Het aanpassen van vloerverwarming, radiatoren en afgiftesysteem zat dan ook niet in de offerte.
(…)
Loszittende dataleidingen: In de eerste plaats zijn er geen dataleidingen zichtbaar. Wel enkele voedingen, voor bijvoorbeeld de nieuw aangebrachte pomp. Omdat 1 klep is afgekoppeld hangt de leiding hiervan ook los. Wat er met de leiding van de andere klep is gebeurd is niet duidelijk. Deze moet in ieder geval wat netter afgewerkt worden. Isolatie: Isolatie op de hoeken moet nogmaals gecontroleerd worden. Er is echter in de hele installatie eerder te veel dan te weinig isolatie aangebracht. Pompen en kleppen moeten hun warmte ook kwijt kunnen. Zie rapport K. Hermsen en reactie [de ondernemer]. Stroomverbruik: Het is niet aan te tonen dat het extra elektriciteitsverbruik uitsluitend door een niet goed functionerende warmtepomp komt. Een deel komt voort uit het bijverwarmen met elektrische kachels. Ik heb gezien dat er flink verbouwd wordt en er een jacuzzi staat. Deze stond er gezien het stroomverbruik zeker nog niet in de periode van de eerste energienota. Een energieverbruik van ruim 2000 kWh in een jaar minimaal is heel gebruikelijk voor zo’n bad. En een warmtepomp gebruikt nou eenmaal elektriciteit om warmte op te wekken. Ook is er over de 2e getoonde periode sprake van een aanzienlijk hogere kWh prijs. Deze nota’s zijn daarom niet met elkaar te vergelijken. M.b.t. klacht 4: Er staan gegevens van 28-2-2024. Dat is kort na de dag dat de eerste warmtepomp vervangen is. De 29e zijn door [de ondernemer] aanpassingen gedaan waardoor het geheel normaal functioneerde. M.b.t klacht 5: Zolang het afgiftesysteem niet aangepast is aan de lagere aanvoertemperatuur van de warmtepomp is te verwachten dat de woning niet voldoende warm wordt. Aanpassing van het afgiftesysteem zat niet in de offerte. M.b.t klacht 6: Zie klacht 5. In het afgiftesysteem moet altijd voldoende doorstroming zijn. M.b.t klacht 7: Het aantal start/stops betreft de oude installatie van juni 2023, deze is in februari 2024 vervangen. Conclusies zijn dus onterecht. Zie ook klacht 6. M.b.t klacht 8: Er is uitgegaan van andere aannames dan [de ondernemer] heeft gedaan. O.a. de aanwarmtoeslag en temperaturen in de verschillende ruimtes. Aanpassingen van het afgiftesysteem kunnen veel verbeteren. Ik vertrouw op de gegevens van [bedrijf], zeker met de huidige pomp.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft het nader deskundigenrapport zowel wat betreft de wijze van onderzoek als wat betreft de daarin vervatte conclusie als onzorgvuldig aangemerkt.
Aan de consument kan worden toegegeven dat de deskundige niet eraan is toegekomen de gepresenteerde berekeningen te vergelijken en beoordelen, maar de commissie verklaart dit aldus dat hij zulks niet nodig heeft geoordeeld omdat hij geen relevante verschillen in de getallen van de gepresenteerde eindconclusies aanwezig acht, ervan uitgaand dat de aanwarmtoeslag niet meegerekend wordt bij een warmtepomp en dat niet alle ruimtes continu op de aangegeven temperatuur dienen te worden gehouden. Zijn conclusie is dan dat de minimale temperatuur van de woning volgens de geldende normen voldoende moet zijn en dat er daarvoor ruim voldoende warmte opwekkingsvermogen staat opgesteld. Om echter ook daadwerkelijk tot die temperatuur te komen in de woning van de consument zou het bestaande afgiftesysteem, bestaande uit de vloerverwarming en oudere radiatoren, moeten worden aangepast. Die aanpassing maakt evenwel geen deel uit van de opdracht van de consument aan de ondernemer, zoals de deskundige ook vaststelt.
Aldus conformeert de commissie zich aan de conclusie van de deskundige dat de geleverde installatie voldoende warmte opwekkingsvermogen heeft om de woning aan de geldende temperatuurnorm te laten voldoen, zodat in zoverre geen sprake is van non-conformiteit en de klacht dus ongegrond is.
De deskundige heeft voorts nog de verschillende klachtonderdelen besproken, waaraan de commissie zich eveneens conformeert. Ten aanzien van het enkele punt van geadviseerde controle van de isolatie op de hoeken heeft de consument ter zitting verklaard dit niet langer relevant te achten. Op grond van een en ander moet de klacht ook op deze onderdelen ongegrond worden verklaard.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande zal het depotbedrag ad € 1.512,50 aan de ondernemer worden doorbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer drs. H.H.F.M. van den Oever, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 26 maart 2025.