Klacht over werking airconditioning afgewezen na meerdere kosteloze vervangingen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Airconditioning    Categorie: Installatie    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 283251/525341

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde over een airconditioning die in 2019 in haar woning was geïnstalleerd. Volgens de consument koelde de airco niet goed en werd de ruimte niet snel “ijskoud”, terwijl zij verwachtte dat de gehele bovenverdieping gekoeld zou worden. Ook meldde zij dat de airco water had gelekt en dat een printplaat defect was geraakt. De consument wilde dat de ondernemer kosteloos een tweede airco zou plaatsen of de overeenkomst zou ontbinden en alles weer in de oorspronkelijke staat zou herstellen. De ondernemer stelde dat de installatie volgens de overeenkomst was geleverd en dat er meerdere keren service was verleend. Kort na de eerste installatie werd het systeem al vervangen door een nieuw systeem onder garantie. Daarna kreeg de consument opnieuw een compleet nieuwe installatie met een groter vermogen van 3,5 kW, eveneens kosteloos. In totaal ontving de consument binnen een jaar drie systemen, terwijl zij er maar één had betaald. Daarna heeft de ondernemer nog verschillende keren servicebezoeken uitgevoerd. Volgens de ondernemer werkte het systeem technisch correct en had het voldoende capaciteit voor de ruimte. De commissie stelde vast dat in de offerte alleen stond dat de airco geschikt was voor een ruimte tot 80 m³. De consument kon niet aantonen dat was afgesproken dat de airco de hele bovenverdieping zou koelen. Ook de term “ijskoud” werd te vaag gevonden om als duidelijke afspraak te kunnen gelden. Verder bleek dat het uiteindelijk geïnstalleerde systeem zelfs een hogere capaciteit had dan oorspronkelijk afgesproken. Daarom oordeelde de commissie dat de airconditioning aan de overeenkomst voldoet. De klacht werd ongegrond verklaard en het verzoek van de consument werd afgewezen.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de door de ondernemer in de woning van de consument geïnstalleerde airconditioning voldoet aan de afspraken die partijen hierover hebben gemaakt en of de ondernemer een verkeerde diagnose heeft gesteld.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De airconditioning voldoet niet aan de afspraken. De airco zou binnen no time ijskoud worden, maar de airco heeft nooit echt goed gekoeld. Ik heb een grote unit genomen, die de gehele bovenverdieping zou koelen. De printplaat van de airco is stuk gegaan. Ook is de airco water gaan lekken in het gezicht van de consument.

De consument verlangt dat de ondernemer zonder bijkomende kosten een tweede zuinige airco van hetzelfde merk in de ruimte plaatst, danwel ontbinding van de overeenkomst waarbij alles in originele staat wordt teruggebracht (inclusief de wanden).

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. De ondernemer weerspreekt dat de gemaakte afspraken niet zijn nagekomen en voert hiertoe, samengevat weergegeven, het volgende aan.

Op 3 mei 2019 hebben wij bij de consument een Daikin Perfera FTXM25 wandmodel 2.5 kW geïnstalleerd, conform offerte, voor een totaalbedrag van € 1.925,00 inclusief BTW. Vervolgens heeft er op dinsdag 18 juni 2019 een storingsbezoek plaatsgevonden, naar aanleiding van een U4 melding. Mogelijkerwijs was de printplaat defect. Omdat er meteen een defect was ontstaan na installatie hebben wij besloten om de consument een compleet nieuw systeem aan te leveren onder garantie. Zowel de buiten- als binnenunit zijn uitgewisseld voor nieuw op dinsdag 25 juni 2019. Na dit voorval heeft de consument meermaals melding gedaan van het feit dat de installatie, met 2.5 kW koelvermogen, niet goed koelt. De totale capaciteit zou ruim voldoende moeten zijn gekeken naar de ruimte. Echter uit het oogpunt van service is wederom besloten om de consument een compleet nieuwe installatie te leveren. Ditmaal met een hoger vermogen, namelijk 3.5 kW. Dit vermogen is geschikt om te koelen en verwarmen tot een ruimtevolume van circa 115 kubieke meter. Op dinsdag 21 januari 2020 heeft de consument van ons dit nieuwe systeem opgeleverd gekregen, wederom onder garantie en geheel kosteloos. In nog géén jaar tijd heeft de consument van ons in totaal drie systemen opgeleverd gekregen, waarvoor er voor één is betaald. In de periode van 21 januari 2020 tot en met 28 april 2022 hebben wij nog ruim 6 bezoeken aan de consument gebracht voor diverse meldingen. Het hoofd technische dienst heeft op 28 april 2024 een laatste bezoek aan de consument gebracht voor een definitieve eindoplossing. Uit onze metingen bleek dat de installatie storing loos is en naar behoren functioneert.

Uit het vorenstaande blijkt dat het probleem zoals geschetst vanaf het eerste moment serieus genomen. Wij hebben door middel van talloze, al dan niet geheel kosteloze, mogelijkheden getracht de consument een passende oplossing te bieden voor het probleem.

Binnen het verwachtingspatroon van de consument zijn twee zaken van belang, namelijk dat de ruimte ‘ijskoud’ (1) zou worden, en dat de door ons geïnstalleerde set de gehele bovenverdieping kan koelen (2).

1. De term ‘ijskoud’ is een breed begrip. In mijn optiek valt in ieder geval binnen de onderzoeksplicht van de consument om, wat voor u ‘ijskoud’ inhoudt, te onderzoeken of een airconditioning aan deze verwachting kan voldoen. 2. Het koelen van de gehele bovenverdieping is een tweede. Wij adviseren standaard om één binnenunit op te hangen per afgesloten ruimte. In verband met het werkingsbereik en het vermogen valt er géén enkele garantie af te geven of een airco de volledige verdieping kan koelen of verwarmen. Daarnaast blijkt uit opname van ons hoofd technische dienst dat een scheidingswand midden in de kamer een deel van de luchtstroom blokkeert, en enkel de positionering van de unit nog enig effect kan hebben op de werking.

De airconditioning voldoet aan de overeenkomst (art. 7.17 BW).
Hiernaast voert de ondernemer aan dat zij de afgelopen jaren door de aanhoudende klachten alle mogelijke oplossingen heeft aangedragen en onder service uitgevoerd om de consument tevreden te stellen. Zo zijn binnen een periode van een jaar kosteloos twee nieuwe systemen (airconditioning) bij de consument geïnstalleerd, waarbij de capaciteit van de laatste airconditioning groter was dan was afgesproken. Op 28 april 2025 heeft het hoofd technische dienst vastgesteld dat de airconditioning storingsloos is en naar behoren functioneerde. Een voorstel om de airconditioning te verplaatsen in verband met de in de kamer aanwezige binnenmuur, is door de consument niet geaccepteerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie heeft kort voor de zitting kennisgenomen van het bericht van verhindering van de consument. Omdat de consument heeft volstaan met de mededeling dat en waarom zij niet bij de zitting aanwezig zal zijn en de consument niet heeft verzocht om een aanhouding van de zitting heeft de commissie besloten het geschil te behandelen met de op dat moment al wel aanwezige ondernemer.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden.

Dat tussen partijen is afgesproken dat de airconditioning de gehele bovenverdieping zou moeten koelen, is door de ondernemer gemotiveerd betwist en is door de consument niet aannemelijk gemaakt. Het is aan de consument om aannemelijk te maken da partijen deze afspraak hebben gemaakt.

In de offerte van de ondernemer aan de consument van 8 april 2019 staat onder andere “Geschikt voor ruimte tot 80 m3”. De ondernemer heeft ter zitting aangegeven dat de slaapkamer van de consument waar de airco is geïnstalleerd minder dan 80 m3 is en dat de gehele bovenverdieping ruimschoots meer dan 80 m3 is. In haar e-mail aan de ondernemer van 25 oktober 2019 stelt de consument zelf “We kwamen toen op 35 vierkante meter. En de hoogte van de ruimte is ongeveer 2,5 meter.” Dit zou neerkomen op 87,5 m3, Dit is weliswaar meer dan de 80 m3 die in de offerte genoemd worden, maar daar staat tegenover dat de ondernemer in januari 2021 een zwaarder systeem bij de consument heeft geïnstalleerd met een hoger vermogen van 3,5 kW. De ondernemer heeft onweersproken gesteld dat dit vermogen geschikt om te koelen en te verwarmen tot een ruimtevolume van circa 115 kubieke meter. De commissie onderschrijft dit standpunt. Daarmee staat vast dat het in januari 2021 geïnstalleerde systeem voldoende capaciteit heeft voor de slaapkamer van de consument.

Dat tussen partijen is afgesproken dat de airconditioning de gehele bovenverdieping zou moeten koelen, is gelet op het vorenstaande niet door de consument aannemelijk gemaakt.

Het standpunt van de consument dat is afgesproken dat de airco binnen no time ijskoud zou worden, is eveneens gemotiveerd door de ondernemer betwist en door de consument niet aannemelijk gemaakt. Een dergelijke terminologie komt in de offerte niet voor. Bovendien is de term ‘ijskoud’ onvoldoende concreet en objectiveerbaar om te kunnen hanteren als maatstaf voor de beoordeling van de vraag of de geleverde airconditioning voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

De commissie heeft kennisgenomen van, kort gezegd, de bezwaren die de consument heeft geuit ten aanzien van het verloop van de behandeling van het geschil door de commissie. Die hebben betrekking op de behandeling van het geschil in het traject dat aan de behandeling van het geschil ter zitting vooraf is gegaan en waar de commissie niet bij betrokken is geweest. Het is niet de taak van de commissie om daar een oordeel over te geven. De commissie heeft vastgesteld dat deze bezwaren, indien al juist, niet aan de inhoudelijke behandeling van het geschil ter zitting van 18 juli 2025 in de weg staan.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Airconditioning, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer J. Kraak, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 18 juli 2025.

Opslaan als PDF