Commissie: Reizen
Categorie: Aansprakelijkheid
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
236394/249102
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een busreis geboekt naar Kroatië en Bosnië en Herzegovina, maar werd tijdens het verblijf in een hotel ziek, net als andere reizigers. Volgens de consument was de ondernemer vooraf op de hoogte van een bacterie in het hotel en had de reis niet mogen doorgaan. De ondernemer erkent dat er meldingen waren van ziekte, maar stelt dat uit onderzoek door een lokale instantie bleek dat het hotel aan de normen voldeed. Er was sprake van een buikgriepvirus in de regio, wat niet onder meldingsplicht valt. De commissie oordeelde dat klachten over ziekte of lichamelijk letsel niet behandeld mogen worden volgens het reglement. Daarnaast is niet bewezen dat de consument de klachten ter plaatse heeft gemeld, waardoor de ondernemer geen kans kreeg om iets op te lossen. Daarom is de klacht ongegrond verklaard en krijgt de consument geen vergoeding.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 1 januari 2023 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een busreis voor twee personen naar Kroatië en Bosnië en Herzegovina met verblijf in hotels op basis van halfpension, voor de periode van 4 september 2023 tot en met 15 september 2023 voor de som van € 1.843,50.
De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij zijn tijdens onze rondreis erg ziek geworden door een bacterie in een hotel waar we verbleven. Het verbaast ons dat de ondernemer voor vertrek al op de hoogte was van deze bacterie en er toch voor heeft gekozen om ons af te laten reizen. De gehele bus (en ook anderen) zijn ter plaatse ziek geworden en de ondernemer wijst klacht af, omdat wij niet kunnen aantonen daadwerkelijk ziek geweest te zijn hoewel de reisleider zelfs het reisschema heeft aangepast vanwege de vele zieke passagiers. Al met al maken we aansprak op een compensatie van minimaal 50% van de reissom, omdat we niet volledig hebben kunnen genieten van de reis.
De consument verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 1 januari 2023 heeft de consument een groepsreis geboekt naar Kroatië en Bosnië en Herzegovina voor twee personen met een reisduur van twaalf dagen met vertrek op 4 september 2023. Na terugkomst van de reis is een klacht ingediend over de reis waarin is aangegeven dat beiden (en andere deelnemers aan de reis) ziek zijn geworden tijdens het verblijf in hotel in Neum. Er is aanspraak gemaakt op schadevergoeding maar nadat het verzoek was afgewezen heeft men zich tot deze commissie gewend met de vraag om een compensatie van (minimaal) 50% van de reissom, omdat wij de groep niet hadden moeten laten afreizen.
Het betreurt ons dat de consument tijdens de reis ziek is geworden en wij begrijpen dat dit van invloed is geweest op de beleving van de reis. Er is tijdens de reis geen klacht ingediend en er is ook niet vast komen te staan (bijvoorbeeld door middel van een doktersverklaring) welke ziekte het betrof. Het klopt echter dat wij van eerdere reisgroepen ook meldingen hebben ontvangen over ziekteverschijnselen. Naar aanleiding van deze meldingen heeft het hotel op eigen initiatief een analyse gedaan van het eten, het water en andere faciliteiten in het hotel. Deze analyse is uitgevoerd door een lokaal gecertificeerde institutie en alle uitslagen waren negatief of binnen de normen. Naar onze mening was er dan ook geen sprake van een ziekte die te wijten is aan het hotel of aan ons.
In de periode dat de consument op reis was, is er sprake geweest van een virus in de regio Neum/Mostar/Ston/Makarska. Er is in deze periode ook een bericht in het plaatselijke nieuws geweest over een (kleine) verhoging van het aantal patiënten met maagproblemen. Wij willen benadrukken dat het hier niet gaat om een meldingsplichtige ziekte zoals bijvoorbeeld legionella of sigilla, waarvan wij wereldwijd op de hoogte worden gesteld, waarna wij verplicht zijn actie te ondernemen. Van een heersende buikgriep wordt de reisorganisator niet door instanties op de hoogte gesteld en er zal ook geen negatief reisadvies worden afgegeven. Buikgriepvirussen komen ook in Nederland regelmatig voor en men kan gemakkelijk besmet worden als men in contact komt met een persoon die besmet is met een dergelijk virus (zoals een noro- of Rota virus). Hoewel wij ons kunnen voorstellen dat het erg vervelend was om ziek te worden op reis, zijn wij van mening dat ons noch het hotel iets te verwijten valt en dat er sprake is van een overmachtssituatie. Het verzoek tot een compensatie van 50% van de reissom zien wij dan ook als onredelijk. In artikel 5 lid 1 c van het Reglement Geschillencommissie Reizen wordt bovendien bepaald dat de commissie de consument in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te verklaren indien de klacht betrekking heeft op dood, lichamelijk letsel of ziekte.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie kan ingevolge artikel 5 van haar reglement het geschil niet behandelen voor zover de klacht betrekking heeft op ten gevolge van de uitvoering van de reisovereenkomst ontstane ziekte of lichamelijk letsel.
Ook wijst de commissie erop dat niet, althans niet voldoende is komen vast te staan dat de consument ter plaatse de klachten aan de accommodatie verschaffer, de hostess of een andere vertegenwoordiger van de ondernemer heeft medegedeeld, zodat de consument de ondernemer niet in de gelegenheid heeft gesteld ter plaatse de nodige voorzieningen te treffen om de ongemakken op te heffen.
De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer J.J.M. Crijnen, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 19 maart 2024.