Klacht te laat ingediend, consument niet‑ontvankelijk

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Post    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 1176462/1309256

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument meldde op 20 april 2024 dat haar pakket niet was aangekomen. De ondernemer startte daarop een onderzoek. De consument diende pas op 26 mei 2025 een klacht in bij de commissie. Volgens het reglement moet een geschil binnen twaalf maanden na de eerste klacht bij de ondernemer worden ingediend. De commissie oordeelt dat de melding van 20 april 2024 wél als klacht telt, omdat de consument duidelijk wilde dat de ondernemer actie ondernam. De periode tussen 20 april 2024 en 26 mei 2025 is langer dan twaalf maanden. Daarom is de klacht te laat ingediend en wordt de consument niet‑ontvankelijk verklaard. De inhoud van het geschil wordt niet behandeld.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil tussen partijen gaat over een verloren gegaan pakket, doch eerst dient de ontvankelijkheid beoordeeld te worden.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid gaat de ondernemer ten onrechte ervan uit dat op 20 april 2025 een klacht geuit is. Toen is slechts melding gemaakt van het niet bij de geadresseerde aangekomen pakket. De consument acht zich ontvankelijk in haar klacht.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer beroept zich op niet ontvankelijkheid van de consument. De consument heeft haar klacht voor het eerst geuit op 20 april 2024 en het geschil bij de commissie aanhangig gemaakt op 5 augustus 2025. Dat is meer dan 12 maanden, de termijn waarbinnen een klacht bij de commissie ingediend moet worden, zoals vermeld in het reglement in artikel 6 lid 1 onder b. Dat leidt ertoe dat de consument niet ontvangen kan worden in haar klacht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Artikel 6 lid 1 van het reglement luidt als volgt:
“De commissie verklaart op verzoek van ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – de consument in zijn klacht niet ontvankelijk:
a. indien hij zijn klacht niet eerst overeenkomstig de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden bij ondernemer heeft ingediend;
b. indien hij zijn geschil vervolgens niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer indiende bij de commissie aanhangig heeft gemaakt;”.

De consument heeft op 20 april 2024 contact opgenomen met de ondernemer en heeft gemeld dat het door haar verzonden pakket niet bij de geadresseerde was aangekomen. Vervolgens heeft de ondernemer een onderzoek gestart om te achterhalen wat er met het pakket gebeurd was. De commissie is van oordeel dat de mededeling van de consument niet anders begrepen kan worden dan als een klacht over het niet aangekomen pakket. Zij wilde kennelijk dat de ondernemer een onderzoek instelde. Dat heeft de ondernemer gedaan; hij heeft de mededeling terecht als een klacht beschouwd.
De consument heeft de klacht bij de commissie aanhangig gemaakt op 26 mei 2025. Op die datum is de eerste brief namens de consument (de brief is gedateerd 22 mei 2025) bij de commissie ingekomen. Vervolgens heeft de commissie met een tussenstap (eerst is het zogenaamde formulier I, getiteld “Uw melding van een klacht of geschil bij ons”, aan de consument toegezonden) het vragenformulier (het zogenaamde formulier II) aan de consument gezonden met het verzoek dat in te vullen. Dat vragenformulier is bij de commissie retour gekomen op 5 augustus 2025. De ondernemer heeft een kopie van dat formulier ontvangen en baseert zich voor de datum van het aanhangig maken van het geschil op de datum 5 augustus 2025. Zulks is echter onjuist nu de eerste klachtbrief al op 26 mei 2025 bij de commissie ingekomen was. Dat kan de consument echter niet baten want de periode van 20 april 2024 tot 26 mei 2025 bedraagt meer dan 12 maanden, zodat zulks leidt tot haar niet-ontvankelijkheid.

Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas en mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 17 oktober 2025.

Opslaan als PDF