Commissie: Energie
Categorie: Termijnoverschrijding
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1311794/1316356
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat de ondernemer de vermindering energiebelasting niet had uitbetaald. De ondernemer voerde echter aan dat de klacht te laat bij de Geschillencommissie was ingediend. De commissie stelt vast dat de consument zijn klacht in juli 2023 bij de ondernemer meldde, maar pas in oktober 2025 naar de commissie stapte. Volgens het reglement moet dat binnen 12 maanden gebeuren. Omdat die termijn ruim is overschreden en er geen geldige reden is om daarvan af te wijken, verklaart de commissie de consument niet‑ontvankelijk. Daardoor wordt de inhoud van de klacht niet behandeld.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument klaagt erover dat de vermindering energiebelasting ten onrechte niet is uitbetaald.
Ondernemer heeft aangevoerd dat consument niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat hij de klacht te laat aan de commissie heeft voorgelegd.
Dat verweer slaagt. Aan een inhoudelijke behandeling van de klacht komt de commissie daardoor niet toe.
Beoordeling
Consument heeft zijn klacht voor het eerst op 18 juli 2023 bij de ondernemer ingediend.
Op 6 mei 2024 heeft de ondernemer de klacht definitief van de hand gewezen.
Op 9 oktober 2025 heeft de consument zijn klacht vervolgend bij de commissie ingediend.
De ondernemer heeft aangevoerd dat de consument zijn klacht niet binnen de in het Reglement Geschillencommissie Energie (verder: het “Reglement”) bepaalde termijn aan de commissie heeft voorgelegd en verzocht de consument daarom niet-ontvankelijk te verklaren.
Artikel 6 van het Reglement schrijft voor:
lid 1: De commissie verklaart op verzoek van de ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – de consument in zijn klacht niet ontvankelijk:
sub b: indien hij zijn klacht niet binnen 12 maanden, na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer indiende, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt
De commissie stelt vast dat de klacht van consument niet binnen de in artikel 6, lid 1, sub b van het Reglement voorgeschreven termijn door consument bij de commissie aanhangig is gemaakt. De commissie stelt daarnaast vast dat geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken op grond waarvan dit verzuim verschoonbaar zou zijn en niet aan de consument tegengeworpen zou kunnen of mogen worden. Tot slot stelt de commissie vast dat de ondernemer het verweer bij de eerste gelegenheid heeft gevoerd.
Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 8 januari 2026.