Commissie: Energie
Categorie: Betaling
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1313336/1319699
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had al jaren problemen met haar jaarafrekening nadat haar slimme meter was verwijderd. Zij stuurde steeds foto’s van de meterstanden, maar volgens haar bleef de ondernemer fouten maken. De commissie kon de inhoud van de klacht echter niet beoordelen, omdat de consument haar geschil te laat heeft ingediend. Voor een geldige klacht moet een consument binnen 12 maanden na een schriftelijke klacht aan de ondernemer naar de commissie stappen. Uit het dossier blijkt dat de consument voor het eerst schriftelijk klaagde op 10 juli 2024 en dat de ondernemer daarop reageerde op 25 juli 2024. Daarna is geen nieuwe schriftelijke klacht gevonden. Omdat de consument pas op 1 oktober 2025 naar de commissie ging, is de termijn overschreden. Daarom verklaart de commissie de consument niet‑ontvankelijk in haar klacht.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Na de renovatie van de wijk waarin de consument woont, is in haar woning een slimme meter geplaatst. Die meter is op haar verzoek weggehaald. In 2024 kwam de eerste afrekening zonder een daaraan voorafgaand verzoek om opgave van meterstanden. De consument moet nadien ieder jaar zelf achter haar jaarafrekening aan gaan. Zij stuurt ieder jaar foto’s van de twee meters waar het om gaat en toch klopt de rekening steeds niet. De consument wil dat de ondernemer de problemen oplost. De commissie komt aan de inhoudelijke beoordeling van de klacht niet toe.
Beoordeling
De ondernemer meent dat de consument na het indienen van de klacht bij de ondernemer zelf niet binnen een redelijke termijn een geschil bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. De ondernemer beroept zich daarbij onder andere op het reglement van de commissie.
De commissie sluit niet uit dat de consument ervan uit is gegaan dat met iedere contact met de ondernemer door de jaren heen over deze kwestie steeds sprake is geweest van een formele klacht waarop een procedure als deze kan volgen.
Vanuit juridisch oogpunt gezien, is dat echter niet het geval.
Voor het rechtsgeldig klagen in een procedure als deze is in beginsel een schriftelijke klacht aangewezen. Daarmee wordt vastgelegd dat en waarover er geklaagd wordt. Een ondernemer weet dan ook dat de mogelijkheid bestaat dat de consument de klacht aan de commissie voor zal leggen als hij het met de ondernemer niet eens wordt.
Uit de stukken maakt de commissie op dat de consument op 10 juli 2024 voor het eerst schriftelijk over de kwestie bij de ondernemer heeft geklaagd. De ondernemer heeft daarop op 25 juli 2014 gereageerd. Dat er nadien een schriftelijke klacht over hetzelfde onderwerp is gestuurd door de consument dan wel is ontvangen door de ondernemer is niet gebleken.
De consument zegt weliswaar dat zij een brief aan de directie heeft gestuurd, maar daarvan is niets in het dossier te vinden.
In artikel 6 van het reglement van de commissie staat -kort gezegd- dat een consument op verzoek van een ondernemer niet-ontvankelijk wordt verklaard als de consument zijn geschil niet heeft ingediend bij de commissie binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer indiende. Van zo een situatie is hier sprake.
De laatste schriftelijke reactie van de ondernemer op de klacht van de consument dateert van 25 juli 2014. Het geschil is door de consument op 1 oktober 2025 bij de commissie aanhangig gemaakt en dat is gelet op eerdergenoemd artikel in het reglement van de commissie te laat.
De consument kan daarom niet worden ontvangen in de klacht.
Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer C.P. Hoogendoorn, leden, op 18 februari 2026.