Commissie: Energie
Categorie: Kosten
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1315418/1319964
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een dynamisch energiecontract met teruglevering via zonnepanelen en klaagt dat de ondernemer verkeerd heeft gesaldeerd, een te lage terugleververgoeding heeft betaald en te hoge netbeheerkosten heeft berekend vanwege een 3x35A‑aansluiting. Ook vindt hij dat verbruik en teruglevering op jaarbasis tegen elkaar moeten worden weggestreept, verwijzend naar een arrest van het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden. De ondernemer stelt dat bij een dynamisch contract per uur wordt afgerekend tegen de EPEX‑marktprijs en dat de consument precies de vergoeding heeft ontvangen die in het contract staat. De commissie volgt dit: de ondernemer hoeft de consument niet te waarschuwen voor de zwaarte van de aansluiting, brengt netbeheerkosten alleen door zoals de netbeheerder die vaststelt, en heeft correct gesaldeerd volgens de contractvoorwaarden. Het genoemde arrest is volgens de commissie niet vergelijkbaar met deze situatie. Omdat saldering per uur een normaal en toegestaan onderdeel is van dynamische contracten, ziet de commissie geen fout in de handelwijze van de ondernemer. Alle verzoeken van de consument worden afgewezen.
De volledige uitspraakosten
Samenvatting
Tussen consument en ondernemer was sprake van een dynamisch energiecontract van 15 april 2023 tot
21 oktober 2025 met de mogelijkheid van teruglevering van elektrische energie van zonnepanelen en met slimme meters.
Consument klaagt dat door ondernemer niet juist is gesaldeerd en dat de terugleverkosten niet kloppen (waar de commissie begrijpt dat door consument terugleververgoeding wordt bedoeld).
Consument klaagt voorts ter zitting dat toepassing van de salderingsregeling überhaupt anders moet, namelijk dat verbruik en teruglevering op de jaarafrekening tegen elkaar weggestreept dienen te worden, onder verwijzing naar het recente arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 november 2025. (ECLI:NL:GHARL:2025:7500)
Consument klaagt tevens dat in rekening gebrachte netbeheerkosten te hoog waren, omdat sprake was van een 3x35A aansluiting en dat ondernemer dit had moeten melden.
Ondernemer betwist de stellingen van consument.
Met betrekking tot de netbeheerkosten onder verwijzing naar eerder uitspraken van De Geschillencommissie.
Met betrekking tot de salderingsklacht door te stellen dat consument er ten onrechte vanuit gaat dat voor teruglevering dezelfde beursprijs dient te worden ontvangen als voor haar verbruik, maar dat dat naar de aard van een dynamisch contract met EPEX uur-prijzen niet juist is. Dit met verwijzing naar de voorwaarden van het contract, waar is vermeld: voor alle elektriciteit die u MEER opwekt dan verbruikt geldt een terugleververgoeding die gelijk is aan de EPEX Day Ahead gewogen gemiddelde uurprijs over het door u teruggeleverde volume. Voorts dat consument die prijs ook heeft ontvangen.
Met betrekking tot genoemd arrest door te stellen dat de casus onvergelijkbaar is met onderhavige situatie.
Beoordeling
Waar consument stelt dat ondernemer had moeten verwittigen dat sprake was van een aansluiting van 3x35A en daarom € 2.450,18 aan netbeheerkosten terug wenst, wijst de commissie dit verzoek af.
De commissie zoekt daarbij aansluiting bij eerdere uitspraken van De Geschillencommissie dat het niet de verantwoordelijkheid is van de energieleverancier om de consument te vergewissen van de aansluitwaarde van zijn of haar aansluiting. Uit de bevestigingsbrief dynamisch prijzen contract d.d. 14 april 2023, blijkt voorts niet dat ondernemer op de hoogte was van de zwaardere aansluiting.
Ondernemer belast bovendien de netbeheerkosten, die de netbeheerder in rekening brengt, slechts een-op-een door aan consument, net als de kosten voor energiebelasting en transport. Dit principe is ook vermeld in de bevestigingsbrief dynamisch prijzen contract d.d. 14 april 2023. Uit deze bevestigingsbrief blijkt ook dat de hoogte van netbeheerkosten jaarlijks door de netbeheerder wordt bepaald (dus niet door ondernemer), en dat bij voorschotten de tarieven van de netbeheerkosten van het voorafgaande jaar worden meegenomen.
De berekening van consument, die in het geheel geen rekening houdt met gewijzigde tarieven netbeheerkosten na 2022, is reeds om die reden niet juist, zodat toewijzing van het verzochte bedrag onder geen beding in de rede zou liggen.
Voorts acht de commissie het van belang dat de zwaarte van de aansluiting op de jaarnota staat en consument in elk geval zelf de door te berekenen netbeheerkosten na het eerste jaar had kunnen beperken.
Waar consument stelt dat niet juist is gesaldeerd en daarom € 807,27 wenst terug te ontvangen, wijst de commissie dit verzoek eveneens af.
In het contract is vermeld: voor alle elektriciteit die u meer opwekt dan verbruikt geldt een terugleververgoeding die gelijk is aan de EPEX Day Ahead gewogen gemiddelde uurprijs over het door u teruggeleverde volume en die prijs heeft consument ook ontvangen, verminderd met een vaste inkoopvergoeding per kWh.
Waar consument stelt dat op grond van het door consument aangehaalde arrest nog een hogere vergoeding aan de orde zou zijn, omdat gebruik en verbruik per jaar gesaldeerd moet worden, acht de commissie de omstandigheden en de uitvoeringswijze van betreffende ondernemer in de door het Hof beoordeelde casus niet vergelijkbaar.
Meer in het algemeen onderkent de commissie dat de wetgever de salderingsregeling in 2004 heeft geïntroduceerd om de productie van duurzame elektriciteit door kleinverbruikers te stimuleren en de kleinverbruiker die duurzame energie opwekt een voordeel te bieden, maar de commissie onderkent ook het gegeven dat in 2004 de populariteit van de salderingsregeling niet voorzien werd (althans niet door de wetgever) en evenmin de gevolgen daarvan. De commissie stelt vast dat de gevolgen, zoals bijvoorbeeld netcongestie, inmiddels hebben geleid tot regelgeving inhoudende een correctie op de stimulans voor kleinverbruikers om duurzame energie op te wekken. Energieleveranciers is bijvoorbeeld de mogelijkheid geboden (met toestemming van de ACM) om redelijke terugleverkosten in rekening te brengen sinds medio 2024. De commissie stelt ook vast dat er bij invoering van de salderingsregeling geen of nauwelijks slimme meters waren en er geen dynamische contracten werden aangeboden die met die slimme meters tarifering per uur konden aanbieden. De commissie stelt voorts vast dat er inmiddels al enkele jaren wel dynamische contracten bestaan, gebaseerd op dit principe met toestemming van de ACM.
De consument zegt te hebben gekozen voor een dynamisch contract en geeft blijkt van kennis van de contractuele bepalingen waarin sprake is van saldering per uur, waar het gaat om prijsafrekening.
De ondernemer heeft consument bij herhaling geïnformeerd dat het verbruik van de consument en de teruglevering van elektriciteit wordt afgerekend tegen de marktprijs/beursprijs van het betreffende uur en dat, ingeval meer wordt teruggeleverd dan verbruikt, de beursprijs wordt ontvangen door consument, verminderd met een vaste inkoopvergoeding per kWh.
De commissie is van oordeel dat het systeem van saldering per uur tegen de geldende marktprijs een essentieel onderdeel is van een dynamisch leveringscontract van elektriciteit en dat dergelijke contracten al jaren zijn toegestaan. Naar het oordeel van de commissie is de handelwijze van de ondernemer niet in strijd met wet- en regelgeving.
Op grond van bovenstaande is de commissie van oordeel dat ook deze klacht niet is gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst al hetgeen is verzocht af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 29 januari 2026.