Koel-vriescombinatie niet geschikt voor plaatsing in garage vanwege lage omgevingstemperaturen. Mededelingsplicht ondernemer.

  • Home >>
  • Elektro >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: Informatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ELE04-0031

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 23 augustus 2003 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer verplichtte zich daarbij tot het leveren van een koel-vriescombinatie ad € 399,99 tegen de daarvoor door de consument uiteindelijk te betalen totaalprijs van € 490,99. De levering vond plaats op 23 augustus 2003. De consument heeft de klacht in of omstreeks januari 2004 voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De thermostaat van de in de garage geplaatste koel-vriescombinatie werkt niet goed. De omgevingstemperatuur zou volgens zeggen ongeveer 18 graden Celsius moeten zijn, maar dat is ons bij de aankoop niet verteld. De ondernemer heeft gezegd dat het apparaat in de garage geplaatst kon worden en heeft de combinatie zelf in de garage geplaatst.   De consument verlangt herstel van het apparaat plus een vergoeding van de kosten om het naar de aan te passen zolder te verplaatsen, of het terugnemen van het apparaat met een vergoeding van gemaakte kosten.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Het apparaat functioneert goed in een omgevingstemperatuur van ongeveer 17 graden Celsius. Als bij de koop is gesproken over plaatsing in een onverwarmde ruimte als een garage, zal daar door onze verkopers op gewezen worden want die zijn daarmee bekend. De verkoper die het apparaat heeft verkocht weet het door tijdsverloop niet meer. De chauffeur die het apparaat heeft geplaatst weet niet wat er bij de koop is besproken.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Gelet op de standpunten van partijen wordt de klacht veroorzaakt doordat het apparaat is geplaatst in de garage van de consument, waar de omgevingstemperatuur afwijkt van de voor dit apparaat wenselijke temperatuur. Dat het apparaat feitelijk door of namens de ondernemer in de garage is geplaatst is niet van doorslaggevend belang, omdat de overeenkomst al eerder was tot stand gekomen. Het geschil spitst zich toe op hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst over de plaatsing in de garage hebben besproken, danwel hetgeen de ondernemer toen daarover wist of had moeten weten.   Mede gelet op ter zitting verkregen indrukken acht de commissie het aannemelijk dat bij het sluiten van de koopovereenkomst inderdaad over de voorgenomen plaatsing in de garage is gesproken. Redelijkheid en billijkheid brengen mee dat (de verkoper van) de ondernemer aan de consument kennis had moeten geven van de mogelijkheid van onderhavige klacht bij plaatsing in de garage. Schending van die verplichting levert in dit geval tegenover de consument een tekortkoming op aan de zijde van de ondernemer.   Namens de consument is ter zitting verklaard dat het verlangde herstel eigenlijk niet mogelijk is. Van de kennelijk verlangde verplaatsing naar de zolder is de commissie het realiteitsgehalte niet gebleken, terwijl namens de consument ter zitting op enig moment ook is verklaard dat een verplaatsing naar de zolder eigenlijk geen echte optie is.   Een en ander brengt de commissie tot het oordeel dat de ernstige tekortkoming aan de zijde van de ondernemer, een ontbinding met de gevolgen daarvan rechtvaardigt. Die ontbinding verplicht partijen tot ongedaanmaking van de al ontvangen prestaties, hetgeen voor de ondernemer de terugbetaling inhoudt van de door de consument uiteindelijk betaalde totaalprijs van € 490,99. Een aanvullende schadevergoeding oordeelt de commissie niet toewijsbaar, mede omdat door partijen ter zake van een geschil gemaakte kosten in beginsel voor eigen rekening komen.   Op grond van het voorgaande wordt de klacht gegrond geoordeeld en als volgt beslist.   Beslissing   De overeenkomst d.d. 23 augustus 2003 wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de ondernemer de koel-vriescombinatie zonder kosten bij de consument terughaalt tegen gelijktijdige (terug)betaling aan de consument van € 490,99.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien betaalt de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie aan de consument een bedrag van € 45,– terzake klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 45,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro op 14 september 2004.