Koop op afstand/dwaling.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen    Categorie: Totstandkoming overeenkomst    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 74994

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of er bij de consument sprake was van dwaling bij het totstandkomen van de tussen haar en de ondernemer gesloten overeenkomst.   De consument heeft op 28 november 2012 haar klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   De consument heeft € 847,50 in depot gestort.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft zich in november 2012 ingeschreven voor de opleiding ‘Remedial Teaching’ van de ondernemer. Zij had voorafgaand aan de inschrijving geïnformeerd bij de ondernemer of het een bezwaar was dat zij geen mogelijkheid had om het geleerde in haar eigen werk of op een stageplek in de praktijk te toetsen. Zij geniet namelijk een werkloosheidsuitkering en zij mag geen stage lopen omdat ze beschikbaar moet blijven voor de arbeidsmarkt. Haar werd verzekerd dat het geen probleem zou zijn. Nadat zij het eerste lesmateriaal ontving is haar echter gebleken dat het in de praktijk kunnen brengen van het geleerde wel degelijk nodig is. Zij heeft dus gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst. Voor zover zij al niet door het binnen een week reageren na ontvangst van het lesmateriaal deze koop op afstand heeft geannuleerd moet zij derhalve op grond van dwaling uit haar verplichtingen ontslagen worden. Zij heeft inmiddels € 132,50 voldaan voor het door haar ontvangen lesmateriaal. Zij is niet bereid de resterende € 847,50 die ondernemer nog ten aanzien van de eerste lesmodule van haar vordert te betalen.   De consument wil dat vastgesteld wordt dat haar verplichtingen jegens de ondernemer niet verder gaan dan tot voldoening van de reeds betaalde € 132,50.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Een telefoongesprek waarin de consument zou hebben geïnformeerd naar de bezwaarlijkheid van het niet hebben van een werksituatie waar zij het geleerde in de praktijk zou kunnen brengen is haar niet bekend. Zij weet (dan ook) niet van op dit punt van haar kant gedane toezeggingen. Overigens is het ook niet noodzakelijk dat een cursist over zo’n praktijkmogelijkheid beschikt. De opleiding kan met goed gevolg worden afgesloten zonder. Wel is een praktijksituatie aan te bevelen en zo staat het ook in de brochure. De consument heeft zich ingeschreven voor de gehele opleiding. Omdat later bleek dat de tweede module niet op de door de consument gewenste wijze kon worden vormgegeven heeft de ondernemer de opleiding vanaf dat moment geannuleerd. De kosten voor de eerste module is de consument onverkort verschuldigd. Zij heeft het lesmateriaal ontvangen en is in de gelegenheid gesteld de lessen te volgen. Dat zij hiervan geen gebruik heeft gemaakt is haar eigen keuze. De ondernemer heeft nog wel aangeboden met de consument een andere opleiding te zoeken die wel aansluit bij haar mogelijkheden, maar de consument heeft laten weten dat zij in het cursusaanbod van de ondernemer geen aanknopingspunten ziet. De ondernemer heeft voorts enkele kostenposten gecrediteerd om de consument tegemoet te komen. Zij vindt dat zij genoeg heeft gedaan en dat de consument het nu nog openstaande bedrag gewoon moet betalen.    Ter zitting heeft de ondernemer haar standpunt herhaald en gereageerd op het mailbericht van de consument.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De consument heeft zich primair op het standpunt gesteld dat zij tijdig en rechtsgeldig heeft geannuleerd en subsidiair dat zij heeft gedwaald.   Ten aanzien van eerstbedoelde stelling is van belang dat het in het onderhavige geval gaat om een zogeheten ‘koop op afstand’ die door de consument binnen zeven werkdagen na de totstandkoming van de overeenkomst zonder verdere financiële consequenties kan worden geannuleerd. Partijen zijn het er over eens dat de zeven dagen termijn in de onderhavige situatie pas is aangevangen op het moment dat de consument, nadat de lesvariant waarvoor zij bij haar inschrijving haar voorkeur kenbaar had gemaakt niet mogelijk bleek, in tweede instantie de keuze had gemaakt voor de variant van e-learning. Hoewel de consument stelt dat zij vervolgens (tijdig) van de annuleringsmogelijkheid gebruik heeft gemaakt, wordt dit door de stukken en haar eigen stellingen weersproken. Immers, zij heeft in dat stadium aan de ondernemer bericht niet (langer) de gehele opleiding maar slechts één module ervan te willen volgen. Dit valt niet te verstaan als annulering van de overeenkomst. Het primaire betoog van de consument strandt dan ook.   Wat betreft de ingeroepen dwaling het volgende. De cursusomschrijving zoals die ten tijde van de inschrijving van de consument voor de opleiding ‘Post Bachelor Remedial Teaching’ (‘Praktijkgericht 1-jarig Post Bachelorprogramma’) gold vermeldt onder meer:“Tijdens de bijeenkomsten werkt u aan cases en groepsopdrachten, waarin de theorie voortdurend in verband wordt gebracht met de dagelijkse praktijk. Waar mogelijk koppelt u de opdrachten en cases uit de opleiding direct aan uw eigen werkomgeving.” De ondernemer heeft in haar verweer, en nogmaals ter zitting, benadrukt dat een praktijksituatie weliswaar gewenst, maar niet noodzakelijk is om de opleiding met goed gevolg te voltooien. De consument heeft niet nader toegelicht waarop zij zich in haar stelling baseert dat de noodzaak van het beschikking hebben over een praktijksituatie er wel is en de commissie heeft dit ook niet anderszins uit de informatie in het dossier kunnen afleiden. Voor zover de consument haar beroep op dwaling hierop heeft willen baseren, slaagt het dan ook niet omdat zij uitgaat van een onjuiste feitelijke grondslag.   De consument heeft nog aangevoerd dat zij telefonisch de uitdrukkelijke geruststelling van de ondernemer heeft gekregen dat een praktijksituatie niet nodig was. De ondernemer heeft aangegeven met deze uitspraak niet bekend te zijn. De consument heeft al aangegeven de door haar aan de ondernemer toegeschreven uitspraak niet te kunnen bewijzen. Wie hierin het gelijk aan haar kant heeft kan in het midden blijven. Verwijzend naar het vorenoverwogene is de gestelde uitspraak immers niet onjuist of misleidend. De consument kan dan ook hierop haar beroep op dwaling niet baseren.   Nu de tussen partijen gesloten overeenkomst onverminderd in stand is gebleven, zij het na annulering door de ondernemer voor de tweede en volgende modules, is er geen reden waarom de consument jegens de ondernemer niet gehouden zou zijn haar betalingsverplichting na te komen. De ondernemer heeft vervolgens als gebaar jegens de consument enkele posten gecrediteerd. De commissie is van oordeel dat de ondernemer de consument hiermee meer dan voldoende tegemoet is gekomen.   De klacht is derhalve ongegrond.   De commissie beslist als volgt.   Beslissing   Verklaart de klacht ongegrond.   Het door de consument in depot gestorte bedrag ad € 847,50 zal aan de ondernemer doorbetaald worden.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, op 24 mei 2013.