Kosten gemaakt voor grasmaaien door ondernemer niet te verhalen op consument. Consument is niet op behoorlijke manier in gebreke gesteld in verband met onvoldoende tuinonderhoud.

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 96064

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het onderhoud van de tuin op de door de consument gehuurde standplaats.

Feiten

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken – voor zover thans van belang – het volgende vast:

a.  Op 12 juni 2015 heeft de ondernemer de consument een rekening toegezonden van € 50,– wegens “Grasmaaien plaats Geel 23” met het verzoek deze rekening binnen 14 dagen na dagtekening te betalen.

b. Bij brief van 16 juni 2015 heeft de consument tegen de rekening geprotesteerd. Deze brief luidt onder meer als volgt: “ (…) Uw reglement bevat de passage: “U dient uw tuin zelf te onderhouden. Bij nalatigheid zal de [naam van de ondernemer] het onderhoud overnemen en de daarvoor gemaakte kosten verhalen op de huurder.” Genoemde passage ontslaat u niet van uw wettelijke plicht om de huurder eerst op een behoorlijke manier in gebreke te stellen. Dit heeft u op geen enkele wijze naar mij toe gedaan. Hierdoor bent u te voortvarend aan het werk gegaan en heeft u geen recht op de vergoeding voor deze werkzaamheden (…) Daarbij ben ik op 30 en 31 mei op de camping geweest en heb ik het gras van de door mij gehuurde plaats gemaaid. Overigens is het niet duidelijk welke criteria u hanteert m.b.t. de frequentie van het maaien en wat u als nalatigheid aanmerkt. Verder vraag ik u dringend te stoppen met dit soort acties. U belt of schrijft mij als u het niet eens bent met het onderhoud op de door mij gehuurde plek en gaat niet eigenhandig op willekeurige tijdstippen onderhoud plegen (…).”

c. De ondernemer heeft de consument bij brief van 21 juni 2015 meegedeeld dat hij de rekening onverkort handhaaft.

d. Bij brief van 24 juni 2015 heeft de consument de ondernemer bericht dat zij zich zal wenden tot de commissie en dat zij in afwachting van de uitspraak van de commissie de betaling van de rekening opschort.

e. De consument heeft op 29 juni 2015 een klacht ingediend bij de commissie.

f. Bij e-mail van 4 augustus 2015 heeft de ondernemer de consument het volgende bericht:
“Wij hebben de correspondentie via de geschillencommissie ontvangen. Graag willen we u een schikkingsvoorstel doen door middel van een creditering van de gewraakte nota en de mededeling dat wij dergelijke werkzaamheden in het vervolg eerst aan zullen kondigen.”

g. Bij e-mail van 11 augustus 2015 heeft de consument als volgt gereageerd: “Wij willen tot een schikking komen onder de volgende voorwaarden:

– Creditering van de nota van het grasmaaien
– De kosten van het inschakelen van de Geschillencommissie (52,– euro) zijn voor rekening van [naam van de ondernemer] en worden, gezien het voorschot aan mij terugbetaald.
– Op een redelijke termijn van tevoren aankondigen dat u dergelijke werkzaamheden gaat uitvoeren
– Een redelijke termijn houdt in dat ik in staat ben naar de camping te komen om de werkzaamheden zelf uit te voeren (dus minimaal 3 dagen voorafgaand aan een weekend)
– De aankondiging komt per mail of per aangetekende post, om te voorkomen dat e.e.a. misgaat
Als aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan kunnen wij wat mij betreft in alle redelijkheid tot een schikking komen.”

h. De ondernemer heeft op 14 augustus 2015 de volgende e-mail aan de consument toegezonden:
“Reagerend op uw voorstel het volgende:
– creditering van de nota van het grasmaaien, dat is ook ons voorstel, duidelijk.
– In uw voorstel om de kosten voor de commissie te vergoeden kunnen wij niet honoreren. u bent zelf naar de Geschillencommissie gestapt, de kosten daarvoor dient u zelf te betalen.
– Feit blijft dat de plaats onderhouden dient te worden. Als uw plaats was bijgehouden, dan was deze hele discussie niet aan de orde. Wij zullen de werkzaamheden in de toekomst aankondigen op een manier ons passend en u de kans geven alsnog de plaats te onderhouden.
Wij hopen hier samen met u uit te komen, wat ons betreft op de manier zoals hierboven is beschreven.”

i. Bij e-mail van 19 augustus 2015 heeft de consument als volgt gereageerd:
“Gezien uw reactie komen wij niet tot een schikking. Als u, na mijn eerdere bezwaarbrief met een redelijk voorstel was gekomen had ik mij niet gedwongen gevoeld om naar de geschillencommissie te stappen (…) Pas toen ik naar de geschillencommissie stapte, bent u met een schikkingsvoorstel gekomen (…) Voorts zegt u dat deze discussie niet was ontstaan als de plaats was bijgehouden, maar er was 14 dagen daarvoor nog gemaaid (…) Tevens is het mijns inziens zo dat de discussie ook niet was ontstaan als u zich aan de wettelijke verplichting van in gebreke stelling had gehouden. Daarnaast vind ik de toezegging om de werkzaamheden in de toekomst aan te kondigen op een manier die u past, te weinig concreet. Op de wijze zoals u uw voorstel formuleert voel ik mij nog steeds een speelbal van uw organisatie (…) Dit alles concluderend lijken uw voorwaarden waaronder u wilt schikken te ver af te liggen van onze concrete voorwaarden en denk ik dat het verstandiger is de uitspraak van de geschillencommissie af te wachten. Mocht u zich bedenken en alsnog op onze voorwaarden in willen gaan, verneem ik dit graag binnen 14 dagen van u.”

j. Bij e-mail van 28 augustus 2015 heeft de ondernemer de consument meegedeeld dat hij zijn standpunt, zoals neergelegd in zijn e-mail van 14 augustus 2015, niet zal aanpassen. 
    
Standpunten van partijen

De standpunten van partijen blijken uit de stukken opgenomen onder de vaststaande feiten.

Beoordeling van het geschil

De commissie is met de consument van oordeel dat het reglement van de ondernemer hem niet ontslaat van de wettelijke plicht om de consument eerst op een behoorlijke manier in gebreke te stellen, wanneer de ondernemer van mening is dat de consument zijn tuin niet onderhoudt. Laat de ondernemer dat na, dan kan hij de kosten van het grasmaaien niet op de consument verhalen.
Voor toewijzing van een dergelijke vordering tot schadevergoeding is volgens artikel 6:82 van het Burgerlijk Wetboek immers vereist dat de schuldenaar, in dit geval de consument, in verzuim is. Het verzuim treedt op grond van de wet in wanneer na ingebrekestelling van de schuldenaar, dat wil zeggen na een schriftelijke aanmaning waarin de schuldenaar een redelijke termijn wordt gesteld voor de nakoming (onderstreping door de commissie) die nakoming binnen deze termijn uitblijft.
Vast staat dat er in dit geval geen ingebrekestelling heeft plaatsgevonden die aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Dit betekent dat de consument de rekening niet hoeft te betalen en dat de klacht gegrond zal worden verklaard. De gegrondverklaring van de klacht brengt tevens met zich mee dat de ondernemer het klachtengeld aan de consument dient te vergoeden en dat hij behandelings-kosten aan de commissie verschuldigd is.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de consument gegrond.

Het door de consument in depot gestorte bedrag van € 50,– zal aan haar worden terugbetaald.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 90,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 14 september 2015.