Kosten omlegging; indien de ondernemer wenst over te gaan tot verlegging van de kabel, de kosten daarvan niet aan de consument in rekening kunnen worden gebracht.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Installatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE08-0481

De uitspraak:

Verdere beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft een exemplaar van de toepasselijke algemene voorwaarden Aansluiting en transport voor kleinverbruikers overgelegd. Artikel 5, lid 3 daarvan bepaalt dat onder meer de verplaatsing of vervanging van de aansluiting voor rekening komt van de contractant indien deze het gevolg is van zijn handelen of nalaten of het gevolg is van omstandigheden die hem redelijkerwijs zijn toe te rekenen. Artikel 6, lid 2 bepaalt (samengevat) dat indien de aansluiting of meetinrichting door toedoen van de contractant niet goed bereikbaar is geworden, de contractant de bereikbaarheid dient te herstellen, bij gebreke waarvan de ondernemer dat zal doen op kosten van de contractant. Hieruit volgt dat indien moet worden aangenomen dat de elektriciteitskabel als gevolg van de verbouwing niet goed bereikbaar is geworden, de consument verplicht is de kosten van de omlegging van de kabel voor zijn rekening te nemen. Wat de verminderde bereikbaarheid betreft heeft de ondernemer aangevoerd dat het Arbo-technisch, c.q. uit veiligheidsoogpunt, niet is toegestaan zijn monteurs in kruipruimten hun werkzaamheden te laten verrichten, nog afgezien van het feit dat de ondernemer in geval van een eventuele storing afhankelijk is van de aanwezigheid van de buren van de consument.
De consument heeft hiertegenover gesteld dat het voor het eerst is dat een dergelijk veiligheidsargument wordt aangevoerd. Het argument met betrekking tot de aanwezigheid van de buren accepteert de consument niet omdat er in dit opzicht geen sprake is van een verschil met de situatie van voor de verbouwing. Er ligt één aansluitkabel voor beide woningen en deze wordt in de kruipruimte van de buurman van de consument vertakt naar de meterkasten bij de buurman en naar die bij de consument. Tenslotte wijst de consument op artikel 4 van de genoemde algemene voorwaarden dat bepaalt dat door de netbeheerder gemachtigde personen toegang moet worden verleend tot het perceel. De commissie oordeelt hierover als volgt.

De door de ondernemer aangevoerde Arbo-technische of veiligheidsredenen die zouden verhinderen dat monteurs hun werkzaamheden in kruipruimten verrichten liggen niet vast in enige wettelijke bepaling, noch in de genoemde algemene voorwaarden en kunnen de consument dus niet binden, behoudens ingeval de redelijkheid en billijkheid dit mocht eisen. Dit laatste kan naar het oordeel van de commissie niet worden aangenomen. De kruipruimte onder een woning is bedoeld om het mogelijk te maken dat personen onder de woning komen, indien dat noodzakelijk is. Het valt niet te verdedigen waarom monteurs van de ondernemer niet in een kruipruimte mogen komen en bijvoorbeeld een loodgieter wel. Niet is gesteld of gebleken dat de onderhavige kruipruimte buitengewoon gevaarlijk is. Daarbij komt dat de kabel in de situatie van voor de verbouwing al gedeeltelijk in een kruipruimte lag, wat door de ondernemer niet is betwist. Om de kabel te verleggen zullen de monteurs zich dus ook in die kruipruimte moeten begeven. Mocht het zo zijn dat het niet noodzakelijk is zich (ver) in de kruipruimte te begeven, bijvoorbeeld omdat de kabel uit de mantelbuis kan worden getrokken (zoals bij de schuur van de consument), dan is dat ook het geval op het moment waarop een storing moet worden verholpen, zodat er ook in dat opzicht weinig verschil is tussen de situatie van voor en na de verbouwing. De commissie passeert het argument met betrekking tot de aanwezigheid van de buren. Niet alleen verwijst de consument in dit verband met juistheid naar het bepaalde in artikel 4 van de genoemde algemene voorwaarden, maar ook is het ondenkbaar dat de ondernemer voor het verrichten van werkzaamheden tot opheffing van een storing te allen tijde onafhankelijk kan en moet zijn van de aanwezigheid van wie dan ook, zelfs als het gaat om een toevoerkabel naar een woning. De conclusie moet zijn dat indien de ondernemer wenst over te gaan tot verlegging van de kabel, de kosten daarvan niet aan de consument in rekening kunnen worden gebracht.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument is niet gehouden tot betaling van de kosten verbonden aan de door de ondernemer voorgenomen omlegging van de elektriciteitskabel onder de uitbouw tussen zijn woning en die van zijn buurman.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 15 september 2008.