Kosten voor storingsbezoek warmtepomp terecht in rekening gebracht

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Installerende bedrijven    Categorie: Betaling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 236815/244545

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument schakelde een installateur in om een storing aan zijn warmtepomp te beoordelen. Hij had vooraf de foutcode doorgegeven en ging akkoord met een bezoek van een monteur. Bij aankomst meldde de monteur dat de warmtepomp niet te repareren was, op basis van informatie van de fabrikant. De consument vond dat deze boodschap ook telefonisch had kunnen worden doorgegeven en dat het bezoek onnodig was. Later bleek dat hij het apparaat zelf kon herstellen met hulp van de fabrikant. Toch oordeelt de commissie dat er een duidelijke afspraak was voor een diagnose op locatie en dat de monteur voldoende onderzoek heeft gedaan. Daarom mocht de ondernemer de kosten voor voorrijden en 15 minuten werk in rekening brengen. De klacht is ongegrond verklaard en het depotbedrag van € 94,25 wordt aan de ondernemer uitbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een in mei 2023 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het beoordelen en indien mogelijk opheffen van een storing aan een apparaat van de consument.

De werkzaamheden vonden plaats op of omstreeks 12 september 2023.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer reiskosten en werkuren in rekening mag brengen.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

De consument heeft een bedrag van € 94,25 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft in mei 2023 contact gezocht met ondernemer vanwege een storing op zijn warmtepomp. Daarbij heeft hij de zichtbare foutcode doorgegeven.

In september 2023 is daarover weer contact geweest, waarbij de ondernemer heeft meegedeeld dat een monteur gestuurd zou worden, waar de consument mee akkoord is gegaan.
De monteur meldt bij aankomst bij de consument dat de warmtepomp niet meer te repareren is volgens de doorgegeven foutcode. Op de vraag waarom dit niet gewoon telefonisch is doorgegeven of is ge-e-maild, gaf de monteur aan dat hij langs moest komen en pas voor de deur met de fabrikant heeft gebeld om te horen waar de betreffende code voor staat.

De consument heeft vervolgens zelf met de fabrikant gebeld, en in overleg met de fabrikant na een reset het apparaat weer werkend gekregen.

De consument is van mening dat de kosten ten onrechte in rekening zijn gebracht.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De warmtepomp van de consument gaf een storing. Naar aanleiding daarvan heeft hij contact opgenomen met de ondernemer met het verzoek de storing te beoordelen en indien mogelijk te verhelpen. De consument heeft daarbij uitdrukkelijk de foutcode van het apparaat vermeld.
Een monteur was niet op korte termijn beschikbaar. Dat zou pas na de zomer worden. Voor de consument was dat geen probleem.
Uiteindelijk heeft de consument na de zomer toch zelf weer gebeld, waarna een monteur is gekomen.

De monteur deelde de consument bij binnenkomst mee dat hij voor de deur in de auto telefonisch contact had gehad met de fabrikant. Daarbij werd hem meegedeeld dat het apparaat niet gerepareerd zou kunnen worden.

Na vertrek van de monteur heeft de consument zelf contact gezocht met de fabrikant, die hem begeleid heeft bij een reset. Het apparaat werkte toen weer probleemloos.

De consument heeft er moeite mee dat er voorrijkosten gerekend worden, terwijl de boodschap van de monteur dat de foutcode duidde op een onherstelbaar gebrek ook door een medewerker van het kantoor gedaan had kunnen worden. De monteur heeft het apparaat helemaal niet eens bekeken. Bij nader inzien zou het kunnen dat de monteur het apparaat wel door de kier van de deur heeft kunnen zien. Ook zou het kunnen dat de monteur foto’s van het apparaat heeft gemaakt.

De consument erkent dat zijn opstelling wellicht anders zou zijn geweest als de monteur niet gezegd had dat hij pas voor de deur van de consument contact had gehad met de fabrikant.

De consument verlangt creditering van de toegezonden factuur.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een storing gemeld, naar aanleiding waarvan een monteur bij de consument is gaan kijken. Met de melding is een overeenkomst tot stand gekomen, de daaruit voortvloeiende kosten zijn verschuldigd.

De ondernemer is niet verantwoordelijk voor de inhoud van het kennelijk onjuiste advies van de fabrikant aan de monteur.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft de ondernemer telefonisch gevraagd de storing aan de warmtepomp op te lossen. De ondernemer heeft daaraan gevolg gegeven en een monteur naar de consument gestuurd. De consument is akkoord gegaan met de komst van een monteur.

De commissie is van oordeel dat daarmee vaststaat dat tussen de consument en de ondernemer een overeenkomst tot stand is gekomen om de storing aan de warmtepomp te onderzoeken en indien mogelijk op te lossen.

Daarmee mocht de ondernemer ook hetgeen gedaan is in rekening brengen. De ondernemer heeft de voorrijkosten in rekening gebracht en 15 minuten werk.

De commissie acht voldoende aannemelijk dat de monteur ter plaatse ook tenminste enig onderzoek gedaan heeft. De consument geeft zelf aan dat de monteur de installatie mogelijk gezien heeft en mogelijk foto’s gemaakt heeft. Daarmee heeft de monteur voldaan aan hetgeen was afgesproken, het stellen van een diagnose met betrekking tot de foutcode.

Dat de monteur daarbij kennelijk onjuist of onvolledig geadviseerd is door de fabrikant doet daaraan niet af, uiteindelijk is de consument daar niet door geschaad. Evenmin is van belang op welk moment de monteur contact heeft gehad met de fabrikant.

De commissie ziet geen reden waarom de ondernemer, die gedaan heeft wat met de consument was afgesproken, voor het werk en voor de reis geen of slechts een beperktere factuur zou mogen zenden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Het bij de commissie in depot gestorte bedrag zal daarom aan de ondernemer worden doorbetaald.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Het depotbedrag ad € 94,25 wordt doorbetaald aan de ondernemer.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit mr. F.H.C.M. van Schaijk, voorzitter, A.W.M.D. van der Linden en mr. W. van den Berg, leden, op 18 januari 2024.

Opslaan als PDF