lekkage aanbouw, ondernemer moet schadevergoeding betalen omdat al 3x heeft hersteld en de klcht niet is opgelost. consument kan nu zelf een derde inschakelen voor herstel

  • Home >>
  • Klussenbedrijven >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Klussenbedrijven    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 114729

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen op basis van een offerte van 17 juli 2015 gesloten overeenkomst, waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot het realiseren van een aanbouw aan de woning van de consument tegen het door de consument te betalen bedrag van € 25.958,48 inclusief btw. De werkzaamheden zijn opgeleverd op of omstreeks 6 december 2015.

De consument heeft op 30 augustus 2017 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument stelt dat de ondernemer in december 2015 een aanbouw aan zijn woning heeft opgeleverd. Op 2 augustus 2016, 5 mei 2017 en 30 augustus 2017 zijn ter plekke van de waterdoorvoeren waterdruppels zichtbaar geworden, wat duidt op lekkage. Naar aanleiding hiervan heeft de ondernemer steeds herstelwerkzaamheden uitgevoerd, maar deze bleken niet afdoende. Ook de in overleg met het VLOK gemaakte afspraken over de uit te voeren herstelwerkzaamheden zijn niet deugdelijk door de ondernemer nagekomen. Bij brief van 28 oktober 2017 is de ondernemer in gebreke gesteld en gesommeerd de gebreken binnen 14 dagen te herstellen. De ondernemer heeft hier niet aan voldaan.

De consument heeft bij brief van 5 juni 2018 gereageerd op het deskundigenrapport en in deze brief in hoofdzaak het volgende gesteld.
De consument is van mening dat een aantal van de uit te voeren herstelwerkzaamheden onderbelicht zijn gebleven, waardoor ook de herstelkosten te laag zijn begroot. Zo heeft de deskundige ten onrechte geen rekening gehouden met de omstandigheid dat een gerenommeerd dakdekkersbedrijf de herstelwerkzaamheden niet zonder meer uit zou willen voeren en garantie af zou willen geven voor het dak. Ook heeft de deskundige ten onrechte geen rekening gehouden met de kans dat er breuk gaat optreden bij de soldeernaden. Deze zijn namelijk zeer twijfelachtig gesoldeerd. De offerte die de consument destijds heeft aangevraagd bedraagt € 1.742,40 inclusief btw.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De consument kan zich vinden in het deskundigenrapport voor zover het betreft de omschrijving van de gebreken. De consument is het niet eens met de begroting van de herstelkosten. Deze is te laag en moet vastgesteld worden op een bedrag van € 1.742,40 inclusief btw, waarvoor de consument verwijst naar de door hem overgelegde offerte. Over deze offerte is niet door de consument onderhandeld. De deskundige gaat ten onrechte uit van herstel van het bestaande dak, terwijl de overgelegde offerte uitgaat van een nieuw dak met materialen van een ander merk. Dat is ook noodzakelijk in verband met de garantie. De consument herhaalt dat hij geen vertrouwen meer heeft in de ondernemer en ook niet wil dat de ondernemer nog in de gelegenheid wordt gesteld herstelwerkzaamheden uit te voeren. De ondernemer heeft de kans daartoe gehad. De laatste lekkage was op 20 augustus 2017, welke na bemiddeling door de VLOK op 6 december 2017 is gerepareerd. In de bemiddeling door het VLOK zijn ook afspraken gemaakt over de wijze waarop de herstelwerkzaamheden uitgevoerd zouden worden.

De consument verlangt dat de werkzaamheden door een andere partij uitgevoerd worden en de ondernemer zijn schade zal vergoeden.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer voert aan dat de consument kennelijk geen vertrouwen meer heeft in de kwaliteit van het dak en/of de reparaties, maar dat dit ligt aan verkeerde en onterechte verwachtingen en niet aan de kwaliteit van het aanleggen en herstel van het dak.

De ondernemer heeft bij brief van 13 juni 2018 gereageerd op het deskundigenrapport en in deze brief in hoofdzaak het volgende gesteld. Het onderzoek is deels onzorgvuldig uitgevoerd en bevat verschillende aannames in plaats van op onderzoek gebaseerde feiten. De ondernemer stelt zijn verhaal niet te hebben kunnen doen. De deskundige is uitgegaan van een verkeerde maatvoering van de aanbouw. Ook weerspreekt de ondernemer de conclusies van de deskundige zoals vermeld op bladzijde 4 en 5 van het deskundigenrapport, alsmede de begroting van de noodzakelijke herstelkosten. De opmerkingen van de consument naar aanleiding van het deskundigenrapport zijn niet juist, dan wel niet relevant. De ondernemer stelt in te kunnen staan voor dit dak en de uitgevoerde herstelwerkzaamheden.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Het dak is al geruime tijd lekvrij, ondanks noodweer en sneeuwval. De laatste reparatie dateert van 6 december 2017. De ondernemer is het niet eens met het deskundigenrapport. Hij herhaalt zijn bezwaren zoals uiteengezet in zijn brief van 13 juni 2018. Dat de deskundige is uitgegaan van een verkeerde maatvoering (20% groter) blijkt uit de offerte van 17 juli 2015, welke door de ondernemer wordt overhandigd. De ondernemer stelt dat hij zijn garantieverplichtingen steeds is nagekomen en dat ook wil blijven doen. In de offerte is geen norm vastgelegd waar de werkzaamheden aan moeten voldoen. De enige norm die dan ook van toepassing is, is het Bouwbesluit en daar voldoen de werkzaamheden aan. Het is niet juist dat na bemiddeling door het VLOK afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop de gebreken hersteld zouden worden. De herstelkosten bedragen ten hoogste € 100,–. De ondernemer wil in de gelegenheid gesteld worden de gebreken zelf te herstellen.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

De deskundige heeft geconstateerd dat de werkzaamheden op een aantal punten niet voldoen aan de VEBIDAK-richtlijn en derhalve ondeugdelijk zijn uitgevoerd. Zo laat de dakbedekking los van de mastiekschroot-/dakopstand, bedraagt de overlap tussen twee dakbedekkingsbanen 8 in plaats van 10 centimeter, laten de naden tussen de dakbedekkingsbanen plaatselijk los, zit er een deuk in de isolatie onder de dakbedekking van circa 80 bij 10 cm en voldoet de dakranddetail niet aan de VEBIDAK-richtlijn

Herstel van de gebreken is technisch mogelijk op de wijze zoals omschreven in het deskundigenrapport. De aan de herstelwerkzaamheden verbonden kosten worden door de deskundige begroot op € 1.464,– inclusief btw.

De deskundige heeft gereageerd op de reactie van de ondernemer naar aanleiding van het deskundigenrapport.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft ter zitting met instemming van de consument overgelegd de offerte van 17 juli 2015. Deze offerte wordt aan het dossier toegevoegd.

De conclusies en aanbevelingen van de door de commissie benoemde deskundige komen de commissie zowel feitelijk als vaktechnisch overtuigend voor. Dit betreft zowel de geconstateerde gebreken als de geadviseerde herstelwerkzaamheden en de begroting van de hieraan verbonden kosten. De commissie neemt deze conclusies en aanbevelingen dan ook over.

De opmerkingen van de ondernemer hebben de commissie niet overtuigd dat het deskundigenrapport niet zou kunnen dienen als basis voor de door de commissie te nemen beslissing. Immers, de oppervlakte van de aanbouw is alleen van belang voor een eventuele schadevergoeding, maar niet voor de vraag of de ondernemer de werkzaamheden deugdelijk heeft uitgevoerd. De ondernemer heeft voorts bevestigd dat de mastiekstrook van het zelfde materiaal is als de dakbedekking, wat niet juist is. Nu de ondernemer dit heeft bevestigd, is niet meer relevant dat de overlapping niet zichtbaar is. Voor het overige weerspreekt de ondernemer de conclusies en aanbevelingen van de deskundige, maar ontbreekt een deugdelijke motivering van deze bezwaren, zodat de commissie hieraan voorbij zal gaan.

De Vebidak-normen zijn gebruikelijke normen, waarmee invulling wordt gegeven aan (de normen van) het Bouwbesluit. Dat betekent dat de Vebidak-normen ook op de onderhavige werkzaamheden van toepassing zijn, ook al zijn deze niet expliciet tussen partijen afgesproken. In de verwerkingsvoorschriften verwijst de fabrikant van het gebruikte materiaal overigens wel naar de algemene vakrichtlijnen van Vebidak.

Op grond van het vorenstaande zal de commissie uitgaan van het deskundigenrapport voor wat betreft de gebreken en de noodzakelijke herstelwerkzaamheden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De ondernemer zal derhalve het door de consument betaalde klachtengeld dienen te vergoeden.

De commissie is van oordeel dat in redelijkheid niet van de consument kan worden gevraagd toe te staan dat de ondernemer de noodzakelijke herstelwerkzaamheden zelf uitvoert. De ondernemer heeft al drie reparaties uitgevoerd en, zo blijkt uit het deskundigenrapport, zijn er nog steeds gebreken. Hiernaast betwist de ondernemer ten onrechte de toepasselijkheid van de Vebidak normen.

De consument heeft derhalve aanspraak op een door de ondernemer aan hem te betalen schadevergoeding. De commissie ziet geen reden om af te wijken van de door de deskundige begrote herstelkosten. De door de consument overgelegde offerte kan niet worden gevolgd, omdat hierin wordt uitgegaan van een nieuw dak en het gebruik van andere materialen, terwijl ook naar het oordeel van commissie een nieuw dak niet nodig is, terwijl de gebruikte ICO-materialen kwalitatief aan de maat zijn. De ondernemer heeft weliswaar aangevoerd dat de herstelkosten hooguit enkele honderden euro’s bedragen, maar hij heeft dit standpunt in het geheel niet onderbouwd en deze onderbouwing kan ook niet afgeleid worden uit de discussie over de oppervlakte van de aanbouw, zodat hieraan voorbij wordt gegaan.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vervangende schadevergoeding van € 1.464,– inclusief btw. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 125,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Klussenbedrijven, bestaande uit:
mr. A.G.M. Zander, voorzitter, mevrouw mr. C.E.M.A. Jol en R.C. Schenk, leden, op 21 juni 2018.