Lekkages aan uitbouw

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: OvereenkomstProduct voldoet niet aan verwachtingen(non-conformiteit)Schadevergoeding    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 108979

De uitspraak:

Waar gaat de uitbouw over

Lekkages aan uitbouw. Overeengekomen was overdekt terras. Van ondernemer mocht niet verwacht worden dat hij rekening hield met toekomstig gebruik van de ruimte in combinatie met een daarvoor ongeschikte – door een derde gerealiseerd – pui.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft klachten naar aanleiding van in opdracht van de consument verrichte werkzaamheden van de ondernemer aan het woonhuis van de consument waarbij een aanbouw is gemaakt. 

Standpunt van de consument (kort samengevat)
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komen de klachten op het volgende neer: 

De consument heeft een aanbouw laten bouwen door de ondernemer. De ondernemer wist dat zij hier een dichte ruimte van zou maken door een glazen wand te plaatsen. Er blijkt echter sprake van vochtoverlast in de ruimte en gebreken aan het stucwerk. 

De consument heeft twee experts onderzoek laten doen naar de situatie. Een expert van Polygon heeft op 2 maart 2016 onderzoek gedaan en heeft daarover een ongedateerd rapport uitgebracht. Daarnaast heeft ZNEB in opdracht van de rechtsbijstandsverzekeraar op 7 juli 2016 onderzoek gedaan en heeft daarover op 17 oktober 2016 rapport uitgebracht. Het rapport is bij emailbericht van 3 december 2016 aangevuld door de expert. Beide rapportages zijn door de consument overgelegd. 

Vochtschade:
Volgens de geraadpleegde deskundige van ZNEB had de ondernemer met beperkte middelen tijdens de bouw de koudebruggen rond de glazen pui kunnen verminderen door het metselwerk van buiten naar binnen los te koppelen en de vloerrand te isoleren. De ondernemer stelt zich op het standpunt een overdekt terras te hebben geleverd, maar heeft op andere plaatsen in de aanbouw wel isolatie toegepast. Ook is er verwarming en ventilatie aangebracht. Volgens de consument blijkt daaruit dat het voor de aannemer duidelijk was dat de aanbouw niet slechts als overdekt terras zou dienen.

Stucwerk:
Er is sprake van scheurvorming en schilfers in het stucwerk. Volgens de door de consument geraadpleegde deskundige ZNEB is de ondernemer verantwoordelijk voor het ontbreken van afdoende spouwventilatievoorzieningen en het niet opnemen van waterslagen met een opstaande rand.

Ook is er niet gedilateerd in de gemetselde muur waardoor scheurvorming is ontstaan.

De consument vordert een vervangende schadevergoeding van € 8.290,–.

Standpunt van de ondernemer (kort samengevat)
De ondernemer heeft als volgt gereageerd op de klachten van de consument. 

De ondernemer heeft in eerste instantie een offerte uitgebracht voor de gehele verbouwing inclusief het stucwerk aan de gevels en het maken van een volledig geïsoleerde uitbouw. De consument heeft daarvan afgezien en is het werk in verschillende onderdelen zelf gaan uitbesteden. De ondernemer meent dat de verschillende partijen goed hebben samengewerkt, maar wijst er tevens op dat hij soms werd verrast door een manier van uitvoeren en wensen van de opdrachtgever. Hij heeft geprobeerd hier zo goed mogelijk op in te spelen, maar werd soms voor voldongen feiten gesteld. Hieraan wordt door de ingeschakelde expert van ZNEB volledig voorbijgegaan.

De ondernemer heeft de uitbouw uitgevoerd als een overdekt terras, waarbij er wel de mogelijkheid was om de uitbouw in de toekomst bij de woning te betrekken. Om die reden zijn de onderkant van de vloer, de spouwmuur en het dak van isolatie voorzien. 

Het kunststof kozijn dat in de zijgevel is geplaatst waarin een ventilatiemogelijkheid is opgenomen, is het verplaatste bestaande kozijn van de zijgevel van de woning. Het ventilatierooster is dus geen bewuste keuze van de ondernemer geweest. De bestaande woning is door de ondernemer weer voorzien van een nieuwe geïsoleerde schuifpui, waardoor de buitenschil van de woning als geïsoleerd geheel intact is gebleven.  

Het was niet mogelijk een onderbreking in de muur te maken door middel van een lat of iets dergelijks zonder dat dit zichtbaar was. Er is toen voor gekozen om dit niet te doen. Daarnaast is de ondernemer van oordeel dat de hardglazen terrasbeglazing zelf één grote koudebrug is die meer problemen veroorzaakt dan het ontbreken van een koudebrug-onderbreking naast de terrasbeglazing. 

De uitbouw is verzoek van de consument door een derde met gips gestukadoord. De ondernemer heeft de consument erop gewezen dat dit niet verstandig was, maar daar is niets mee gebeurd. 

De ondernemer was niet op de hoogte van het op dezelfde hoogte doorleggen van de binnen- en de buitenvloer. Toen hij daarachter kwam heeft in overleg met de bestrater de oplossing bedacht van een sleufgoot langs de beglazing. 

Ten aanzien van de waterslag merkt de ondernemer op dat hij die op dezelfde manier heeft gemaakt als de bestaande situatie waar nergens in het gevelstucwerk open stootvoegen zichtbaar zijn. Hij heeft geen advies van het gevelstucwerk gezien en is er verder ook niet op gewezen door de stukadoor.  

Deskundigenrapport
Op 10 mei 2017 is inzake de klachten een onderzoek uitgevoerd door de heer ing. J.C.A. van den Bergh (hierna te noemen: de deskundige). De deskundige heeft op 23 mei 2017 schriftelijk gerapporteerd aan de commissie. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast. 

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige. De consument heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en heeft een e-mailbericht van 12 juni 2017 van ZNEB overgelegd. ZNEB kan zich in hoofdlijnen vinden in de bevindingen van de deskundige, maar wijst erop dat de ondernemer zorg had moeten dragen voor thermische bouwkundige onderbreking en het opnemen van waterkerende lagen in de aansluitdetails. ZNEB raamt de herstelkosten hoger dan de deskundige heeft gedaan. 

Behandeling ter zitting
Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht. 

De consument heeft zakelijk weergegeven het volgende opgemerkt.

Zij heeft met de ondernemer wel over de vormgeving gesproken, maar heeft daaruit niet begrepen dat zij een doorslaggevende stem had in de te maken keuzes. Zij is een leek en heeft zich niet met de technische kant bemoeid. De ondernemer wist dat de ruimte mogelijk een kamer zou worden. De consument heeft de ondernemer voor de start foto’s laten zien van mooie villa’s met een tegelvloer die van binnen naar buiten doorliep met een glazen pui. De ondernemer heeft daarna voorbeelden getoond hoe het uitgevoerd zou kunnen worden. Hij heeft haar gewezen op het gevaar van condensvorming en stelde voor met een kozijn te werken. Dat kon echter niet in de vormgeving die de consument wilde. De pui is uit de offerte gehaald want die kon de ondernemer niet leveren. Zij snapt ook niet goed dat de ondernemer wel andere voorzieningen voor het gebruik als kamer (zoals de voorbereiding van de CV) heeft aangelegd, maar juist ten aanzien van de pui niet. Dat was volgens ZNEB eenvoudig mogelijk geweest door het aanbrengen van een sleuf en de consument heeft ook niet gezegd dat ze dat niet wilde. Ten aanzien van het stucwerk is er afstemming geweest tussen de stukadoor en de ondernemer.

De consument is kunstenaar en gebruikt de uitbouw als fotostudio die zij in de winter ook verwarmt. Het binnendringende vocht breidt zich steeds verder uit. De consument vindt de situatie heel vervelend en heeft al op eigen kosten experts ingeschakeld. Zij wil dan ook geen schadevergoeding, maar zij wil dat het opgelost wordt. Als dat niet anders kan dan door het aanbrengen van een profiel, dan moet dat maar. 

De ondernemer heeft zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd. 

Hij heeft erop gewezen dat de consument vanaf het begin heel specifieke ideeën had over hoe zij de uitbouw wilde, met name in esthetisch opzicht. Het is helder dat de consument geen bouwkundige kennis heeft. Feit blijft echter dat hij haar een leefruimte heeft geoffreerd die zij niet heeft geaccepteerd. Zij heeft er zelf voor gekozen bepaalde delen door andere partijen uit te laten voeren. Daardoor was er geen coördinatie. Over de oorzaak van de problemen bestaat geen discussie, maar de ondernemer betwist dat hij daarvoor aansprakelijk is. Hij heeft de consument nadrukkelijk gewezen op de nadelen, maar de consument vond het aanzien van de pui belangrijker dan de technische voorzieningen. De benodigde technische voorzieningen kunnen nog steeds worden aangebracht door het terras te verlagen en aan de zijkanten een andere oplossing te kiezen. Daar voorzag het oorspronkelijke ontwerp dat hij heeft aangeboden ook in. 

Tijdens de werkzaamheden is er door hem redelijk tot goed gecommuniceerd, maar daar zat een grens aan. Mede daardoor zijn er wellicht sommige details misgegaan. 

Ten aanzien van het stucwerk heeft hij aangetekend dat dit buiten zijn offerte viel en dat hij daar dan ook niet op aangesproken kan worden. De stukadoor heeft niet aangegeven dat het aanbrengen van een dilatatievoeg noodzakelijk was. De ondernemer is overigens nog wel op een ander punt aangesproken en dat zal hij oplossen. 

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt als volgt. Vaststaat dat tussen partijen op 16 juni 2016 een contract tot stand is gekomen waarbij de consument opdracht heeft gegeven tot uitvoering van werkzaamheden aan de woning aan de Willem de Zwijgerlaan 23 te Woudenberg, hierna te noemen: de overeenkomst. Op de overeenkomst zijn de Consumentenvoorwaarden 2010 (CoVO 2010) van toepassing. 

Klacht vochtschade

De commissie constateert dat de deskundige heeft vastgesteld dat er sprake is van vochtschade en dat hij heeft geconcludeerd dat de oorzaak van de vochtproblematiek is gelegen in de toepassing van de pui en het type tegelwerk dat is aangebracht. Nu de bevindingen van de deskundige op zichzelf niet zijn weersproken en er ook overigens geen aanleiding is om af te wijken van deze bevindingen, staan de bevindingen daarmee vast en nemen arbiters deze over als de hunne. 

De commissie neemt op grond van het over en weer gestelde het volgende als vaststaand aan. 

De ondernemer heeft in eerste instantie een volledig geïsoleerde ruimte geoffreerd. Toen dat voorstel op het esthetisch vlak niet voldeed aan de wensen van de consument heeft de ondernemer een gewijzigd voorstel ingediend te weten voor het maken van een overdekt terras waar eventueel een geïsoleerde ruimte van gemaakt kon worden. De consument heeft daarna door een derde de pui laten plaatsen. De ondernemer heeft naar het oordeel van de commissie voldaan aan de overeenkomst. Hij heeft geleverd wat is afgesproken en heeft daarbij voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Dat de consument de ruimte daarna op een andere wijze dan als overdekt terras is gaan gebruiken, waarvoor deze ruimte gelet op de aangebrachte pui en de getroffen voorzieningen niet dan wel onvoldoende geschikt was gemaakt, betekent naar het oordeel van de commissie nog niet dat de ondernemer verantwoordelijk gehouden moet worden voor de problemen die nadien zijn ontstaan. Van de ondernemer kon niet verwacht worden dat hij bij zijn werkzaamheden rekening hield met een toekomstig gebruik van de ruimte in combinatie met een daarvoor ongeschikte – door een derde geplaatste – pui. Ook al zouden de problemen voorkomen hebben kunnen worden door een andere constructie, de ondernemer kan geen verwijt worden gemaakt van het niet toepassen van die constructie. Gelet op het vorenstaande acht de commissie de klacht van de consument ongegrond en zal zij de consument in het ongelijk stellen.         

Klacht stucwerk

De commissie constateert dat de deskundige heeft vastgesteld dat in het stucwerk scheuren zichtbaar zijn. De achterliggende ondergrond waarop het stucwerk is aangebracht bestaat uit diverse materialen met verschillende uitzettingscoëfficiënten. Onder invloed van temperatuur- en vochtigheid-fluctuaties zal er een verschillende vervorming optreden waardoor naadvorming/scheurvorming optreedt. Nu de bevindingen van de deskundige op zichzelf niet zijn weersproken en er ook overigens geen aanleiding is om af te wijken van deze bevindingen, staan de bevindingen daarmee vast en nemen arbiters deze over als de hunne. 

De commissie stel vast dat het stucwerk niet door de ondernemer is aangebracht, maar door een derde. De consument verwijt de ondernemer dat hij beter had moeten afstemmen met de stukadoor. De commissie overweegt daaromtrent dat het aanbrengen van een dilatatievoeg, die de problemen met het stucwerk (mede) had kunnen voorkomen, voor de realisatie van het door de ondernemer aangeboden en uitgevoerde werk niet noodzakelijk was. De ondernemer kan voor de onvolkomenheden in het stucwerk dan ook niet aansprakelijk worden gehouden. De consument heeft weliswaar gesteld dat er afstemming is geweest tussen de stukadoor en de ondernemer, maar niet is gebleken dat de stukadoor de ondernemer heeft gewezen op de noodzaak van het aanbrengen van een dergelijke voeg. De ondernemer valt derhalve ook op dit punt geen verwijt te maken.   

Hetgeen de commissie hiervoor heeft overwogen en beslist leidt tot het oordeel dat klachten van de consument ongegrond worden bevonden, zodat de commissie zal beslissen dat de ondernemer het klachtengeld niet aan de consument hoeft te vergoeden. Gelet op het vorenstaande acht de commissie de klacht van de consument ongegrond en zal zij de consument in het ongelijk stellen.         

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie

  • stelt de consument in het ongelijk en wijst de klachten af;
  • overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 750,–. 

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, bestaande uit

mr. R.P.P. Hoekstra, voorzitter, C. de Vries en mr. C. Muller, leden, op 6 oktober 2017 in aanwezigheid van mr. D.C.J. Frijlink, plv. secretaris.