Levering zonder leveringsovereenkomst; in dit geval geen leveringsovereenkomst nodig om een

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 109689

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft verbruikskosten.

De consument heeft een bedrag van € 1.155,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft op 23 oktober 2014 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft in mei 2012 een woning gehuurd, maar is er pas voorjaar 2013 gaan wonen.
De consument meende dat de huurprijs inclusief gas en elektra was.

In januari 2014 bleek dat er geen leverancierscontract was. De consument heeft zijn contract toen direct afgesloten. In oktober 2014 heeft de ondernemer bericht het verbruik in rekening te brengen. De ondernemer heeft daartoe de eindstanden en de beginstanden doorgegeven. De consument heeft bezwaar gemaakt en heeft een schikking van € 600,– aangeboden.

Tot februari 2017 heeft de consument niets meer van de ondernemer vernomen. De ondernemer stelt in 2016 een herinnering / aanmaning te hebben gestuurd, maar die heeft de consument nooit ontvangen en een bewijs van verzending ontbreekt. Het kan zijn, aldus de consument, dat dit stuk alleen intern is opgemaakt.

De consument doet een beroep op verjaring. Zij stelt geen geld meer te hebben en geen rekening meer te hebben gehouden met de verschuldigdheid van dit bedrag.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Van 25 mei 2012 tot 15 januari 2014 had de consument geen contract met een leverancier. Het fysiek afgenomen verbruik valt in het netverlies van de ondernemer. De ondernemer lijdt daardoor schade. De ondernemer vorderde op 15 oktober 2014 vergoeding van de geleden schade op grond van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking.

De ondernemer heeft niet gereageerd op het schikkingsvoorstel van 23 oktober 2014 van de consument. De consument mocht daaruit niet afleiden dat de ondernemer akkoord was met het voorstel.

De verjaringstermijn van twee jaar op grond van consumentenkoop vindt geen toepassing omdat er sprake is van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking. De ondernemer heeft binnen de daarvoor geldende termijnen gehandeld.

De consument heeft de juistheid van de meterstanden en daarmee van het verbruik niet betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan.

De ondernemer acht niet aannemelijk dat de consument geen herinneringen heeft ontvangen. Op basis van de werkinstructies van de ondernemer wordt na het versturen van een factuur een herinnering en daarna een aanmaning verstuurd. Verzending van deze brieven  gebeurt op automatische wijze. Een kopie van de laatste sommatie d.d. 31 maart 2016 is bij de stukken gevoegd.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog aangevoerd dat, voor zover dat viel na te gaan, het schikkingsvoorstel van de consument terecht is gekomen bij een medewerker die bij de ondernemer vertrokken is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument is in 2012 elektriciteit en gas gaan afnemen zonder een leveringscontract.

Omdat er geen sprake was van een leveringscontract op grond waarvan de ondernemer betaling van de kosten van het verbruik verlangt, moet de commissie eerst onderzoeken of zij bevoegd is van dit geschil kennis te nemen.

De ondernemer heeft aangevoerd dat er sprake is (geweest) van een verbintenis uit de wet (onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking). De commissie is echter niet bevoegd een vordering die haar grondslag vindt in een verbintenis uit de wet in behandeling te nemen.

Ambtshalve overweegt de commissie als volgt. In 2012 was het oude marktmodel/netbeheerders-model van toepassing. Destijds was geen leveringsovereenkomst met de leverancier nodig om een transportovereenkomst te kunnen afsluiten, zoals dat sinds 1 augustus 2013 conform het leveranciersmodel wel het geval is.
Dit betekent dat er sprake is van een transportovereenkomst tussen de consument en de ondernemer, waardoor de commissie bevoegd is dit geschil in behandeling te nemen.

De commissie overweegt dat tussen partijen vaststaat dat de consument op 23 oktober 2014 een schikkingsvoorstel heeft gestuurd, waar de ondernemer niet op heeft gereageerd.
Pas op 24 januari 2017 is de vordering overgedragen aan een deurwaarder.

De consument doet een geslaagd beroep op verjaring. Daartoe overweegt de commissie als volgt.
Er is sprake van een 2-jarige wettelijke verjaringstermijn, die is gaan lopen op 23 oktober 2014. Dat was de dag waarop de consument bezwaar maakte tegen de nota en een schikkingsvoorstel deed.
De verjaring is op 23 oktober 2016 voltooid.

Dat wordt niet anders door de brief van 31 maart 2016, waar de ondernemer naar verwijst.
De consument betwist dat zij die brief heeft ontvangen. De ondernemer heeft geen bewijs van verzending overgelegd.

De commissie slaat tevens acht op de stelling van de ondernemer dat na het versturen van een factuur een herinnering en daarna een aanmaning wordt verstuurd, welke verzending op automatische wijze gebeurt. De nota is gedateerd 15 oktober 2014. De sommatie is gedateerd
31 maart 2016, derhalve ruim 17 maanden later. In die sommatie wordt verwezen naar een herinnering en een aanmaning die de consument zou hebben ontvangen. Die stukken heeft de ondernemer echter niet overgelegd.
De commissie acht niet aannemelijk dat een geautomatiseerd systeem om nota’s te incasseren een doorlooptijd kent van meer dan 17 maanden. Deze gegevens, gevoegd bij de mededeling ter zitting van de ondernemer dat de behandelaar van deze kwestie het dienstverband bij de ondernemer had beëindigd, brengt de commissie ertoe aan te nemen dat de brief van 31 maart 2016 niet bij de consument is bezorgd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De ondernemer dient de openstaande vordering te laten vervallen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient de openstaande vordering te laten vervallen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag ad € 1.155,– aan de consument terugbetaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie op 29 mei 2017.