Leveringscontract rechtsgeldig tot stand gekomen; consument heeft aanmelding gedaan en deze vervolgens bevestigd; annuleringsmogelijkheid binnen 14 kalenderdagen, consument te laat.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 94170

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of de consument een contract met de ondernemer is aangegaan en de eindnota van de ondernemer van in totaal € 360,69 verschuldigd is.

De consument heeft een bedrag van € 360,69 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft op 6 januari 2015 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 18 december 2014 vroeg ik informatie aan over energietarieven. Tot mijn verrassing moest ik van de ondernemer op 6 januari 2015 mijn meterstanden online doorgeven. Ik nam toen direct contact op met mijn energieleverancier ([naam energieleverancier]) en die vertelde mij dat ik als klant was overgenomen door de ondernemer. Ik gaf aan dat ik niet was overgestapt en vroeg hoe dat ongedaan gemaakt kon worden. Dat moest ik echter met de ondernemer regelen. Ik heb de ondernemer laten weten dat ik geen contract met hem ben aangegaan en dat ook niet wil. Ik ben de ondernemer dan ook niets verschuldigd. Het geheel berust op een vergissing c.q. miscommunicatie. Overigens als al wordt uitgegaan van een aanmelding op 18 december 2014 en ik reken de feestdagen mee dan zou ik op 6 januari 2015 nog binnen de gestelde termijn kosteloos kunnen opzeggen. Daarnaast heb ik geen exemplaar van de individuele overeenkomst met productnaam, tarieven en algemene voorwaarden verkregen. Ik heb dan ook geen rechtsgeldig contract met de ondernemer. Ik heb zelf schade geleden ten bedrage van in totaal € 48,85 (€ 25,00 administratiekosten en € 23,85 aan portokosten).

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Op 18 december 2014 wilde ik informatie van ConsuWijzer, maar ik kwam bij ConsuMind terecht. Ik wilde bij mijn energieleverancier een nieuw wachtwoord aanvragen en een wijziging van de datum waarop de incasso’s geïnd worden aanvragen. ConsuMind heeft mij opgescheept met de ondernemer, terwijl ik daar allang geen klant meer was. Ik wilde ook helemaal niet overstappen naar een andere energieleverancier omdat ik tevreden ben met de energieleverancier waar ik nu klant ben. Ik wilde op 18 december 2014 heel wat anders dan thans gebeurd is. Ik wilde in ieder geval niet overstappen. Pas op 6 januari 2015 heb ik bemerkt dat ik kennelijk bij de ondernemer klant zou zijn geworden. Toen heb ik gelijk gereclameerd en gebeld met de ondernemer. Ik vroeg om de directeur, maar die kreeg ik niet te spreken. Ik wilde het allemaal teruggedraaid hebben. Dat lukte niet.

De consument verlangt dat zijn niet gewenste overstap kosteloos ongedaan zal worden gemaakt en dat de door hem geleden schade van € 48,85 wordt vergoed.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 6 januari 2015 heeft de consument voor het eerst telefonisch contact met onze klantenservice gehad. Dat is tevens het enige contact geweest dat door de consument is ondernomen. Daarop is op 9 januari 2015 door de ondernemer een reactie gegeven. Doordat de consument zijn klacht pas op 7 april 2015 officieel middels het vragenformulier bij de Geschillencommissie heeft ingediend, is de termijn van 3 maanden zoals weergegeven in artikel 16.3 van de algemene voorwaarden verstreken. De ondernemer verzoekt de commissie dan ook om de consument in zijn klacht niet-ontvankelijk te verklaren. De consument stelt verder dat hij geen klant van de ondernemer is geworden. Hij zou alleen informatie hebben opgevraagd waardoor hij de overstap zonder boete ongedaan wil laten maken en hij tevens de door hem geleden schade vergoed wenst te hebben. De consument heeft op 18 december 2014 een aanmelding bij de ondernemer verricht.

Naar aanleiding daarvan is op 18 december 2014 (om 9.55 uur) een e-mail naar zijn e-mailadres verstuurd waarin hem te kennen is gegeven dat hij slechts één stap verwijderd is van een contract voor het product Prijszeker Garantie (3 jaar) en dat hij daarvoor op de button “bevestig” dient te drukken. Op dezelfde datum om 10.15 uur is er van de zijde van de consument op de “bevestig” knop gedrukt waarna de ondernemer ter bevestiging het contract met alle daarbij behorende contractgegevens en bijlagen (complete contract, tarieven, aansluit- en transportovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden) aan de consument heeft gestuurd. In die bevestiging is ook aangegeven dat de consument die overstap binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van de e-mail kan terugdraaien. Dat houdt in dat de consument tot en met 1 januari 2015 de gelegenheid had om die aanmelding kosteloos te annuleren. De 14 kalenderdagen zijn geen werkdagen, daardoor worden de weekenden en feestdagen meegeteld. De ondernemer heeft tot 6 januari 2015 niets van de consument vernomen. Op 6 januari 2015 heeft de consument voor het eerst (telefonisch) contact met de klantenservice opgenomen. Verder heeft de ondernemer op de vestigings- en postlocaties geen poststukken van de consument ontvangen. Doordat de consument binnen de wettelijke bedenktijd zijn aanmelding niet heeft geannuleerd, is de aanmelding verder voortgezet en is de ondernemer per 6 januari 2015 met de levering van gas en stroom gestart. Uiteindelijk heeft de ondernemer voor de periode 6 januari 2015 tot en met 7 januari 2015 geleverd. Doordat het aangegane contract van 3 jaar wegens zijn overstap per 7 januari 2015 vroegtijdig is beëindigd, is er conform de algemene voorwaarden een opzegvergoeding van € 125,– per product in rekening gebracht bij de consument. De ondernemer heeft conform de afspraken en de werkwijze binnen de energiemarkt, de aanmelding met de vereiste documenten en informatie per e-mail aan de klant/consument bevestigd. De bevestiging is ook naar het e-mailadres van de consument verstuurd, waarna tevens de meterstandenmail van 6 januari 2015 is verstuurd. In de e-mails van 18 december 2014 is duidelijk aangegeven dat het om een aanmelding en een contract gaat, zodat er geen sprake van een miscommunicatie kan zijn. Binnen de bedenktermijn van 14 kalenderdagen is geen afmelding van de consument ontvangen. De overname/het contract is dan ook terecht geweest en daardoor is ook terecht een opzegvergoeding aan de consument in rekening gebracht.  

Ter zitting is namens de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

In principe was alles op 18 december 2014 geregeld, de aanmelding en de bevestiging van het contract. Alles is per e-mail gegaan. Alle bijlagen zijn ook per e-mail verstuurd. Bij de opzeg-/annuleringsmodaliteit gaat het om kalenderdagen en dat liep dus tot 1 januari 2015. Er is zowel voor gas als elektriciteit een opzegvergoeding van € 125,– in rekening gebracht, derhalve in totaal € 250,–. Ook is er verbruik toegerekend aan de periode van 6 tot 7 januari 2015 en dat verbruik betaalt de consument uiteraard niet dubbel. Hij is terug geswitcht naar zijn oude leverancier. De consument is bij ons klant/contractant geworden via ConsuMind. Wat de beweegredenen zijn geweest van de consument om daartoe over te gaan weten wij uiteraard niet. Het is vanzelfsprekend een vervelende situatie, maar wij hebben netjes gehandeld.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In artikel 6.1 onder a van het reglement van de commissie is bepaald dat de commissie op verzoek van de ondernemer de consument in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaart indien de consument zijn klacht niet eerst overeenkomstig de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden bij de ondernemer heeft ingediend en vervolgens bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

In artikel 16.3 van de algemene voorwaarden is bepaald dat een geschil schriftelijk bij de Geschillencommissie aanhangig dient te zijn gemaakt uiterlijk 3 maanden nadat de klacht aan de leverancier is voorgelegd. Op basis van de feiten in deze zaak is duidelijk geworden dat de consument op 6 januari 2015 zijn klacht bij de ondernemer heeft neergelegd en dat de ondernemer vervolgens op 9 januari 2015 (per e-mail) daarop heeft gereageerd. Vervolgens heeft de consument zich met zijn klacht gewend tot de commissie (datering van het klachtenformulier op 31 maart 2015, ontvangst door de commissie op 7 april 2015). Naar het oordeel van de commissie is beslissend het moment waarop duidelijk is geworden dat de consument en de ondernemer er gezamenlijk niet (meer) uitkomen en er derhalve een geschil tussen partijen is ontstaan. Dat is in deze zaak gebeurd na de reactie (e-mail) van de ondernemer van 9 januari 2015. Uitgaande van dat aanvangsmoment heeft de consument zijn klacht in de optiek van de commissie binnen de termijn van 3 maanden aanhangig gemaakt bij de commissie. Dat betekent dat de consument ontvangen kan worden in zijn klacht nu hij het geschil tijdig bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. De door de commissie voorgestane uitleg strookt ook met doel, ratio en strekking van de 3 maanden termijn, waarvoor een bestaand geschil tussen de consument en de ondernemer het aanvangsmoment vormt.

De kern van het geschil is de vraag of er tussen de consument en de ondernemer op 18 december 2014 rechtsgeldig een contract tot stand is gekomen. De commissie is van oordeel dat dat wel het geval is geweest. Onmiskenbaar blijkt uit de door de ondernemer in zijn verweer weergegeven stukken dat de consument op 18 december 2014 via ConsuMind een aanmelding heeft gedaan bij de ondernemer. Naar aanleiding daarvan is hem op dezelfde datum (om 9.55 uur) een aanmeldmail gestuurd voor het productie Prijszeker Garantie (voor een termijn van 3 jaar) waarbij de consument expliciet is gevraagd om dat via de knop/button te bevestigen/te confirmeren. Op dezelfde datum is om 10.15 uur door de consument op de bevestigknop gedrukt en heeft de consument van de ondernemer het contract, de tarieven en de aansluit- en transportovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden verkregen. Dat is allemaal per e-mail en dus digitaal gebeurd en dat is ook wettelijk toegestaan. In die mail is ook expliciet aangegeven dat de consument binnen 14 kalenderdagen kosteloos het contract/de overstap kan terugdraaien. De consument had dus tot en met 1 januari 2015 het contract kosteloos kunnen annuleren. De consument kan aldus niet in zijn stelling worden gevolgd dat alles op een mistverstand c.q. miscommunicatie zou berusten. De e-mails van de ondernemer met de daarbij behorende teksten en bijlagen spreken voor zich en laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Dat de consument klaarblijkelijk heel wat anders beoogde (wijziging van een wachtwoord en/of een andere datum voor incasso’s) mag dan zo zijn, maar laat onverlet dat er tussen partijen op 18 december 2014 een leveringsovereenkomst tot stand is gekomen. Dat de consument nog op 6 januari 2015 kosteloos zou kunnen annuleren is onjuist, omdat in de algemene voorwaarden (artikel 3.2) is bepaald dat het daarbij gaat om een annuleringsmogelijkheid die binnen 14 kalenderdagen na ontvangst/het aangaan van de overeenkomst kan worden ingeroepen en dat is dus niet meer op 6 januari 2015 omdat die annuleringsmogelijkheid toen al enkele dagen was verstrekken. De stelling van de consument dat hij allerlei cruciale gegevens niet zou hebben gekregen faalt eveneens, nu uit de mail van de ondernemer van 18 december 2015 (van 10.15 uur) blijkt dat aan de consument alle essentiële en van belang zijnde informatie (contract, tarieven en aansluit-/transportovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden) aan hem toe zijn gemaild, hetgeen zonder meer mogelijk en wettelijk toegestaan is. Anders dan de consument stelt is dus wel degelijk sprake van een rechtsgeldig contract tussen partijen. Aldus is de consument eveneens gehouden om de eindnota van de ondernemer te voldoen. Dat betekent dat de consument ook de opzegvergoeding aan de ondernemer verschuldigd is omdat zoals hiervoor door de commissie reeds is bepaald er sprake is geweest van een rechtsgeldig contract.

In het licht van het voorgaande worden de klachten van de consument inhoudelijk ongegrond bevonden zodat hem ook geen recht toekomt om schadevergoeding van de ondernemer te vorderen.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Het in depot staande bedrag van € 360,69 dient aan de ondernemer te worden uitgekeerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, op 12 juni 2015.