Lichte schade Audi A1: ondernemer moet herstelkosten vergoeden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Ontbinding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 572720/ 704298

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 8 juli 2024 een Audi A1 Sportback uit 2019 met 12 maanden garantie, in de veronderstelling dat de auto schadevrij was. Kort na aankoop ontdekte hij lekkage en bleek uit onderzoek dat het voertuig eerder schade had gehad. De consument voelde zich onvoldoende geïnformeerd en wilde de koop ontbinden of een vergoeding ontvangen. De ondernemer stelde dat de schade licht was, niet verzwegen is en dat de consument vooraf rapporten heeft gezien. Een deskundige bevestigde dat het om lichte gebruiksschade ging en dat herstel mogelijk is voor circa € 650. De commissie oordeelde dat de auto niet als gebrekkig kan worden beschouwd en dat er geen sprake is van opzettelijke misleiding. Wel moet de ondernemer op grond van de garantie de herstelkosten van € 650 vergoeden, plus € 127,50 klachtengeld. De klacht is daarmee deels gegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een Audi A1 Sportback TFSI uit 2019.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 8 juli 2024 kocht de consument de auto met 12 maanden garantie voor € 28.395, –. De consument heeft de auto aangeschaft in de veronderstelling dat deze volledig schadevrij was. Op 10 juli ontdekte de consument lekkage, waarna Audi bevestigde dat de auto in het verleden schade heeft gehad. Als de consument hiervan op de hoogte waren geweest, had de consument ofwel afgezien van de koop, ofwel over een significant lagere prijs voor de auto willen betalen. Het voertuig werd verkocht met gebreken en belangrijke informatie hierover is voor de consument verborgen gehouden door de ondernemer. Daarnaast zorgt het schadeverleden ervoor dat de auto nu moeilijker te verkopen is en dat de consument een lagere verkoopprijs zal moeten accepteren. Ook dit is een direct nadeel dat de consument lijdt vanwege het onvolledig en onjuist informeren door de verkoper.

De consument wil de koop ontbinden vanwege het feit dat de auto gebreken vertoont en dat deze informatie niet is meegedeeld bij de verkoop. Indien de commissie besluit dat de koop niet wordt ontbonden, verzoekt de consument dat de auto wordt hersteld bij een officiële Audi-dealer op kosten van de ondernemer of wil de consument een vergoeding ontvangen voor de waardevermindering van het voertuig.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het voertuig is op 17 mei 2022 in Nederland ingevoerd en aan een particulier verkocht. De ondernemer heeft het voertuig in juli 2024 ingeruild en op 8 juli 2024 aan de consument verkocht. De consument is akkoord gegaan met het feit dat de ondernemer de auto zou repareren en heeft de auto op 28 september gebracht. De ondernemer had verwacht dat de kofferbak helemaal vol met water zou zitten, echter trof de ondernemer helemaal geen water aan. De consument erkende dat er minimale waterdruppels naar binnen kwamen. Na diagnose bleek dat de kofferbakrubber was versleten en daardoor minimale druppels naar binnen konden gaan. Er is dus werkelijk waar van een mug een olifant gemaakt. De ondernemer heeft een leenauto gratis meegegeven aan de consument en we hebben als service de auto laten polijsten, haar auto volgetankt. Op 19 oktober 2024 heeft de consument de auto opgehaald en de herstelfactuur ondertekend.

De ondernemer heeft nooit tegen de consument gezegd dat het een schadevrij voertuig is geweest, ook niet op de factuur. De ondernemer heeft de consument invoerrapporten en autoverleden rapporten laten zien, om zo transparant te zijn zodat de consument zelf een keuze kan maken. Na het maken van de proefrit die uitermate goed is bevallen is op kantoor de invoerrapporten en autoverleden rapporten laten zien. Daarop is duidelijk bij de fotorapportage te zien hoe de auto is ingevoerd. Als een auto in het verleden ooit een beschadiging heeft gehad of er is tussentijds iets vervangen aan het voertuig, dat wil niet direct zeggen dat het een schadevoertuig is. De ondernemer heeft daarbij ook aangeven dat we nog een afleverbeurt zouden doen aan het voertuig. De consument wilde de auto per se direct meenemen. Anders was wellicht tijdens de afleverbeurt de geringe waterlekkage naar voren gekomen en had de ondernemer direct de kofferbakrubber vervangen.

Deskundige

Voor de bevindingen van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.

De deskundige heeft vastgesteld dat het voertuig in het verleden schade heeft gehad. Bij het expertiseverslag zijn foto’s bijgevoegd waaruit blijkt dat het voertuig alleen gebruiksschade had op 22 mei 2022 toen het voertuig was geïmporteerd. Ook gelet op het BPM-bedrag is de deskundige van mening dat het voertuig niet als schadevoertuig is geïmporteerd. Overigens is de deskundige van mening dat het geen ingrijpende, maar relatief lichte schade is geweest. Herstel is mogelijk. De oude kitlaag moet dan verwijderd worden en er zal een nieuwe kitlaag aangebracht moeten worden, waarna het betreffende deel opnieuw gespoten zal moeten worden. De kosten hiervan schat de deskundige in op circa € 650,– inclusief btw.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument mag verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Als een tweedehandsauto wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, geldt als regel dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Het feit dat het voertuig in het verleden een schade heeft gehad, die is hersteld, valt niet te beschouwen als een dergelijk gebrek, zeker niet nu de deskundige heeft vastgesteld dat dit een relatief lichte schade is geweest. Naar het oordeel van de commissie is voorts niet komen vast te staan dat de ondernemer opzettelijk heeft verzwegen dat de auto in het verleden schade heeft gehad c.q. een mededelingsplicht heeft geschonden.

Dit laat onverlet dat de consument op grond van de garantie mag verlangen dat de ondernemer de kosten van het herstel betaalt van het vervangen van de kitlaag. Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 650,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse en de heer A. van Aldijk, leden, op 23 januari 2025.

Opslaan als PDF