Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1312552/1323472
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een tweedehands Mini Countryman en kreeg kort na aankoop diverse problemen (thermostaat, meldingen, motoruitval), maar leverde geen bewijs dat deze gebreken al bij aankoop aanwezig waren; de commissie ziet de klachten als slijtage/gebruik, vindt non‑conformiteit niet bewezen en verklaart de klacht ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een motordefect aan een Mini Countryman.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In juli 2024 heeft de consument een tweedehands mini countryman gekocht voor € 20.950,-. Na een maand ontstaat een motordefect (thermostaat), waarbij de schade gedeeld is (ieder € 450,-). Daarna kwamen er diverse meldingen bandenspanning/aandrijving en transmissievloeistof. Dit had geen haast. Half december viel de motor uit op snelweg. De consument heeft de auto in [plaatsnaam] toen bij [autodealer] gestald (Minidealer). Hij reed niet meer. [autodealer] kon de auto niet repareren. Omdat ook de ondernemer de auto niet wilde repareren heeft de consument de reparatie elders laten uitvoeren voor € 1.208,-. Bij elkaar lijdt de consument hierdoor € 2.324,81 schade (reparatie, kosten [autodealer], huurauto en de eerste € 450,-).
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer leidt de commissie af uit de stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft de auto zonder de ondernemer te informeren naar [autodealer] gebracht voor onderhoud. Ook in december is de auto niet ter reparatie aangebonden bij de ondernemer.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft bij aankoop afgezien van BOVAG garantie en stelt zich op het standpunt dat
dat de auto bij aankoop niet de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen (non-conformiteit). In het geval een (tweedehands) auto wordt gekocht waarvan de verkoper weet dat deze door de koper wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, moet als regel worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. De commissie is er op basis van de overgelegde stukken niet van overtuigd dat daarvan sprake is geweest. De consument heeft de stelling dat er sprake was van non-conformiteit niet aannemelijk gemaakt en onvoldoende onderbouwd. De consument heeft geen bewijsstukken, zoals facturen, overgelegd. Ook de factuur van de garage die uiteindelijk de reparatie heeft uitgevoerd, is niet bij de stukken gevoegd. Uit de brief die VvAA Legal namens de consument aan de ondernemer heeft gestuurd, leidt de commissie af dat er een of meer bougies en filters zijn vervangen, een achterband is gerepareerd en de olie is vervangen. Ook zouden de verkeerde gemonteerde ruitenwissers goed zijn gezet. Uit die brief leidt de commissie voorts af dat de garage veronderstelt dat de problemen zijn ontstaan door een losgeraakte slang.
De klachten (thermostaat, bougies, olie, lekke band, losgeraakte slang) lijken gebreken die het gevolg zijn van gebruik of slijtage. Deze klachten zijn voor de commissie onvoldoende om non-conformiteit aan te nemen. Het feit dat de ruitenwissers kennelijk verkeerd waren gemonteerd en de auto vijf maanden na de aankoopdatum niet in een goede staat van onderhoud verkeerde, leidt voor de commissie niet tot een ander oordeel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
De vraag of de consument de ondernemer de gelegenheid heeft geboden om het herstel uit te voeren, hetgeen de ondernemer heeft ontkend, kan gezien het voorgaande buiten beschouwing blijven.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer R. Romijn en de heer A. van Aldijk, leden, op 2 april 2026.