Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: schikking ter zitting
Referentiecode:
721722/894380
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument diende een klacht in over een eindafrekening van energie, waarbij een bedrag van € 1.796,80 werd gevraagd na een herberekening van het verbruik door een meterwissel. De consument erkende dat hij jarenlang geen meterstanden had doorgegeven, maar wilde alleen betalen tegen de toen geldende tarieven en beriep zich op verjaring. Tijdens de zitting kwamen partijen tot een minnelijke regeling: de consument betaalt € 953,07, waarvan € 52,50 klachtengeld door de ondernemer wordt vergoed. Uiteindelijk is de consument € 900,57 verschuldigd, te verrekenen met het depotbedrag. De ondernemer ontvangt € 900,57 en de consument krijgt € 1.165,75 terug. Hiermee is het geschil beëindigd en verlenen partijen elkaar finale kwijting.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft het op de eindnota van 16 oktober 2023 in rekening gebrachte verbruik van energie.
De consument heeft op 25 augustus 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.
De consument heeft een bedrag van € 2.066,32 bij de commissie in depot gestort.
Beoordeling
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het betreft de eindafrekening van de vorige woning van de consument. De rekening hield een te betalen bedrag van € 1.796,80 in.
In de vorige woning van de consument is de elektriciteitsmeter in oktober 2022 vervangen. Hierna, in 2024, kreeg de consument een bericht van de ondernemer dat er in de 5 jaar voorafgaand aan de meterwissel in 2022 meer elektriciteit is geleverd dan in rekening is gebracht.
De consument erkent dat hij vanaf 2018 t/m de meterwissel heeft nagelaten meterstanden aan de ondernemer door te geven. Hij is bereid een deel van het niet in rekening gebrachte verbruik te voldoen, mits het verbruik in rekening wordt gebracht aan de hand van de toen geldende tarieven.
De consument beroept zich ook op verjaring van het vorderingsrecht van de ondernemer en wijst daartoe op het bepaalde in artikel 14.1 van de Algemene Voorwaarden dat inhoudt dat een vordering na twee jaar verjaart.
Ter zitting heeft de consument verder in hoofdzaak nog het volgende aangevoerd.
In het kader van een minnelijke regeling van het geschil van partijen kan de consument ermee instemmen dat hij tegen finale kwijting een bedrag van € 953,07 aan de ondernemer betaalt en dat de ondernemer aan hem het betaalde klachtengeld van € 52,50 vergoedt.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 16 oktober 2023 stuurde de ondernemer de eindafrekening aan de consument. De rekening betrof de periode van 1 november 2022 tot 24 april 2024. Hierna nam de consument contact op omdat volgens hem ten onrechte een verbruik van 1818 kWh in rekening was gebracht.
De ondernemer bevestigde in een telefoongesprek met de consument dat het hoge verbruik is ontstaan als gevolg van een herberekening van het verbruik als gevolg van de meterwissel in oktober 2022. Dit is later door de ondernemer nogmaals bevestigd. De verbruikscorrectie vond plaats na de meterwissel, maar werd door de netbeheerder niet tijdig uitgevoerd.
De ondernemer is bereid de eindafrekening te herzien aan de hand van de indertijd geldende tarieven.
Van verjaring is geen sprake omdat de ondernemer de vordering niet eerder kon instellen dan op de eindafrekening.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
In het kader van een minnelijke regeling van het geschil van partijen kan de ondernemer ermee instemmen dat de consument tegen finale kwijting aan hem een bedrag van € 953,07 betaalt. Tevens is de ondernemer bereid het betaalde klachtengeld van € 52,50 aan de consument te vergoeden.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Partijen hebben ter zitting een oplossing van hun geschil bereikt. De commissie komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil en volstaat met het vastleggen van de getroffen schikking.
Beslissing
De consument is een bedrag van € 900,57 (953,07 – 52,50) aan de ondernemer verschuldigd.
Betaling vindt plaats door verrekening met het door de consument in depot gestorte bedrag.
De ondernemer ontvangt uit het depot een bedrag van € 900,57; de consument ontvangt uit het depot een bedrag van € 1.165,75.
Na uitvoering van deze overeenkomst hebben partijen ter zake niets meer van elkaar te vorderen en verlenen zij elkaar over en weer kwijting en decharge.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. A. Zwart-Hink, leden, op 27 maart 2025.