Commissie: Energie
Categorie: Annulering
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
212020/234174
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had zich aangemeld bij een nieuwe energieleverancier, maar trok die aanmelding snel weer in. De nieuwe leverancier beloofde dit te regelen, maar vergat het door te geven aan de oude leverancier. Daardoor kreeg de consument een eindfactuur van € 296,13 van zijn oude leverancier, terwijl hij normaal gesproken door het salderen van zijn zonnepanelen niets hoeft te betalen. De consument vindt dat hij dit bedrag niet had hoeven betalen als de nieuwe leverancier goed had gehandeld. De nieuwe leverancier erkent de fout, maar zegt dat de eindfactuur niet door hen is verstuurd en dat de consument hierover bij zijn oude leverancier moet zijn. De geschillencommissie oordeelt dat de klacht ook de oude leverancier moet betreffen en vraagt die om een reactie. Tot die tijd wordt er nog geen definitieve uitspraak gedaan.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een door de consument geannuleerde overstap naar de ondernemer voor de levering van elektriciteit en gas.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
Bij de invoering van het prijsplafond heeft de consument zich aangemeld als klant bij de ondernemer. Vrijwel direct daarna heeft hij die aanmelding echter herroepen. De ondernemer heeft toegezegd de aanmelding ongedaan te maken en de oude leverancier op de hoogte te stellen van het feit dat de consument bij zijn oude leverancier wilde blijven. De oude leverancier heeft desondanks een eindfactuur gestuurd over de periode van 13 november 2022 tot 1 januari 2023. Op grond hiervan moest de consument een bedrag betalen van € 296,13. Die nota zou de consument nooit gekregen hebben wanneer de ondernemer correct zou hebben gehandeld en de aanmelding direct weer ongedaan zou hebben gemaakt.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Mijn probleem schuilt hem hierin dat ik de opbrengst van mijn zonnepanelen, voor zover ik die teruglever op het net, kan salderen met mijn verbruik. Op jaarbasis kom ik dan meestal uit op een verbruik van ‘0’, zodat ik op de jaarafrekening geen bedrag verschuldigd ben voor elektriciteit. Doordat de ondernemer heeft verzuimd om, zoals toegezegd, direct bij de oude leverancier te melden dat de switch ongedaan was gemaakt, heb ik voortijdig een eindafrekening gekregen waarbij ik niet de gelegenheid heb gehad (zoals bij een jaarafrekening) om van mijn leverancier afgenomen elektriciteit te salderen met door mij teruggeleverde stroom.
Zou ik de tussentijdse eindafrekening niet hebben gehad, dan zou ik voor stroom niets hoeven te betalen. Nu moet ik daar een bedrag van € 296,– voor betalen, wat ik niet volledig kan compenseren met een terugleververgoeding, omdat die lager is dan het tarief dat ik voor geleverde elektriciteit moet betalen.
Ik heb hierover contact gehad met mijn huidige leverancier. Die is niet bereid om mij tegemoet te komen. Wanneer de commissie van oordeel is dat de klacht eigenlijk tegen mijn huidige leverancier gericht had moeten worden, kan ik ermee instemmen dat die alsnog bij deze klacht wordt betrokken.
De consument verlangt terugbetaling van het op de eindnota in rekening gebrachte bedrag.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
Op 16 december 2022 heeft de consument zich bij de ondernemer aangemeld. De ondernemer leest in de screenshot van de chat dat de consument deze heeft willen annuleren, dat de medewerkster van de ondernemer aangeeft dat de aanmelding voor haar nog niet zichtbaar was, maar aanbiedt om dit dan later te annuleren. Zij geeft aan dat de consument nog een bevestiging van het annuleren zou krijgen. Blijkbaar is de medewerkster vergeten dit te verwerken, waardoor de consument alsnog op 2 januari 2023 werd aangemeld. Daardoor meldt de ondernemer de consument af bij de oude leverancier.
Op 3 januari 2023 neemt de consument contact met de ondernemer op om aan te geven dat er iets mis moet zijn gegaan, omdat hij geannuleerd had. De collega in kwestie ziet de fout en start de zogenaamde OTA-procedure (Onterechte Aanmelding).
Een collega heeft dit verzoek direct opgepakt en de oude leverancier geïnformeerd dat de ondernemer een fout heeft gemaakt met de aanmelding en de klant daarom bij hen is afgemeld, met daarbij het verzoek zijn contract/situatie te herstellen. Op 9 januari 2023 is dit proces afgerond en is aan de consument bericht gestuurd van de afronding. De oude leverancier heeft de levering weer overgenomen en daarmee de afmelding ongedaan gemaakt.
Kort nadien meldt de consument zich met de mededeling dat hij een eindnota van zijn oude leverancier heeft gekregen. Hij wil dat de ondernemer die aan hem vergoedt. Dat doen wij echter niet. Wanneer deze mogelijk onterecht in rekening is gebracht, is het aan de oude leverancier om dat te herstellen. In een brief van de oude leverancier leest de ondernemer dat deze reageert met:
“Uw contracten zijn hersteld, echter kan een eindnota niet geannuleerd worden zoals [de ondernemer] aangeeft. Helaas betekent dat dan ook dat uw eindnota blijft staan en dat uw verbruiksjaar voor de jaarnota vanaf de eindnota opnieuw van start gaat. Deze is hiermee opgeschoven.”
De ondernemer heeft daarop aangegeven dat zij hier geen invloed op kan uitoefenen. Wanneer de oude leverancier meent de eindnota niet te hoeven herstellen/crediteren, gaat dat buiten de ondernemer om. Die kan de klacht niet oplossen en ziet dan ook geen reden om deze eindnota voor de consument te betalen. Hij moet daarvoor bij de oude leverancier zijn.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De kwestie speelt tussen de consument en zijn huidige leverancier. Wij hebben de procedure voor een onterechte aansluiting gevolgd. Wij hebben ook niets bij de consument in rekening gebracht. Het verbruik dat de consument door zijn huidige leverancier geleverd heeft gekregen zal hij aan die ondernemer moeten betalen en klachten over een daarvoor gestuurde factuur zouden gericht moeten zijn tegen die ondernemer.
Mocht nu blijken dat de huidige leverancier niet bereid is om de gezonden factuur te corrigeren, dan willen wij nog wel bekijken in hoeverre wij de consument dan tegemoet zouden kunnen komen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Het geschil betreft de gevolgen die de onterechte aansluiting hebben gehad voor de facturering van verbruik door de leverancier aan wie (naar achteraf blijkt: ten onrechte) is gemeld dat de consument was overgestapt.
Alvorens inhoudelijk over de klacht te beslissen is de commissie van oordeel dat de oude, tevens huidige, leverancier van de consument in het geding betrokken dient te worden. Dat is energieleverancier, gevestigd te plaatsnaam. De commissie zal energieleverancier verzoeken kennis te nemen van de klacht en harerzijds verweer te voeren op het door de consument verlangde.
Mocht het daartoe nodig zijn dat (administratief) een nieuw dossier wordt geopend als klacht tegen energieleverancier, dan is de commissie van oordeel dat de consument daarin vooralsnog is vrijgesteld van het betalen van klachtengeld. De commissie verwijst daartoe naar het bepaalde in artikel 18 van het Reglement Geschillencommissie Energie. Hoewel nu nog niet met voldoende mate van zekerheid kan worden geoordeeld dat de klacht tegen de ondernemer ongegrond is, volgt uit deze bepaling wel dat het niet redelijk is om in een geval als dit, bij gerede twijfel over de wederpartij, de consument dubbel klachtengeld te laten betalen.
Beslissing
De commissie bepaalt dat het dossier opengesteld moet worden voor energieleverancier, gevestigd te plaatsnaam, aan wie gevraagd moet worden om verweer te voeren tegen het door de consument verlangde.
Na ontvangst van dit verweer zal een nieuwe datum en tijd voor voortzetting van de zitting worden bepaald om partijen en energieleverancier de gelegenheid te bieden haar standpunten nog eens mondeling toe te lichten.
Elke verdere beoordeling en beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, en
mr. Sj.S. Bakker en drs. L. van Rootselaar, leden, op 12 februari 2024.