Commissie: Energie
Categorie: Factuur
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
234075/235507
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vindt dat hij te veel netbeheerkosten heeft betaald, omdat zijn gasverbruik tussen december 2021 en januari 2023 onder de 4.000 m³ lag. Volgens hem had hij recht op een lager tarief. De ondernemer stelt dat de netbeheerkosten worden berekend op basis van het standaard jaarverbruik (SJV), dat het gemiddelde is van de afgelopen drie jaar. Tijdens de leverperiode lag het SJV boven de 4.000 m³, waardoor het hogere tarief terecht is toegepast. De commissie bevestigt dat het SJV pas vanaf juli 2023 onder de grens kwam en dat een aanpassing geen terugwerkende kracht heeft. Daarom blijft het hogere tarief geldig voor de eerdere periode. De klacht is ongegrond en wordt afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Partijen twisten over de vraag of de ondernemer aan de consument over de periode 30 december 2021 tot en met 26 januari 2023 de netbeheerkosten die horen bij een verbruik van meer dan 4.000m3 gas per jaar, in rekening mocht brengen.
Beoordeling
De consument is per 5 februari 2023 overgestapt naar een andere leverancier. Hij stelt zich op het standpunt dat uit de eindnota van de ondernemer volgt dat het gasverbruik in de periode 31 december 2021 tot en met 1 januari 2023 3.979,25m3 bedroeg. Daarmee valt het verbruik onder de door de netbeheerder voor de berekening van de netbeheerkosten gehanteerde norm van 4.000m3 per jaar zodat aan hem een lager tarief in rekening hadden moeten worden gebracht.
De ondernemer heeft aangegeven dat de netbeheerkosten worden berekend aan de hand van het standaard jaarverbruik (SJV). Dit is het gemiddelde verbruik van de afgelopen 3 jaar. Het standaard jaarverbruik van de consument is gedurende de leverperiode van de ondernemer niet onder de 4.000 m3 geweest. Dat is de reden dat de hogere netbeheerkosten in rekening zijn gebracht. De hoogte van de netbeheerkosten en de manier waarop deze wordt berekend, wordt bepaald door de netbeheerder. De ondernemer rekent de netbeheerkosten slechts af en betaalt door aan de netbeheerder.
De commissie stelt voorop dat het SJV een rekenmethode betreft om het gasverbruik vooraf in te schatten. Hierbij wordt door de netbeheerder het werkelijk gebruik omgerekend naar een standaardjaarverbruik. In dit verband heeft de ondernemer onweersproken gesteld dat het SJV het gemiddelde verbruik per drie jaar is.
De commissie kan de consument volgen waar hij stelt dat zijn verbruik over de periode 31 december 2021 tot en met 1 januari 2023 onder de 4.000m3 was. De commissie kan echter niet vaststellen dat dat ook gold voor de twee daaraan voorafgaande jaren. Voorts leidt de commissie uit de stukken af dat het SJV (ook) op verzoek van de consument geactualiseerd kan worden als sprake is van een relevante verbruiksperiode. Een periode wordt relevant geacht wanneer de periode tussen twee meterstanden tenminste 300 dagen bedraagt, waarbij sprake is van afgelezen of uitgelezen meterstanden en de periode de volledige maanden januari en februari omvat. Daarnaast leidt de commissie uit de stukken af dat een geactualiseerd SJV is voor het eerst het daaropvolgende jaar van toepassing en niet leidt tot een aanpassing van de netbeheerkosten met terugwerkende kracht.
Uit de stukken blijkt dat het SJV van de consument op 27 juli 2023 opnieuw is berekend. Volgens de netbeheerder kwam het SJV toen voor het eerst onder 4.000 m3. Vanaf dat moment zijn de lagere netbeheerkosten aan de consument in rekening gebracht. Zoals gezegd komt aan deze aanpassing geen terugwerkende kracht toe. Dat betekent dat over de aan de aanpassing van het SJV voorafgaande perioden het hogere tarief van toepassing blijft en terecht in rekening is gebracht.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 18 maart 2024.