Niet bovenmatig gedeclareerd. Advocaat heeft cliënt niet voldoende begeleid en heeft onvoldoende initiatief genomen. Wettelijke rente commissie niet bevoegd.

  • Home >>
  • Advocatuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Declaratie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV11-0053

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat ter zake van zijn bijstand aan de cliënt in een arbeidsgeschil, de declaraties die de advocaat daarvoor in rekening heeft gebracht en de door de cliënt gevorderde schadevergoeding.   De cliënt heeft het door de advocaat gevorderde bedrag van € 1.166,81 niet aan de advocaat voldaan. Dit bedrag is overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.   Standpunt van de advocaat   De advocaat wenst de declaratie, die de cliënte ondanks herhaalde betalingsherinneringen niet heeft voldaan, ter incasso aan de commissie voor te leggen. De advocaat heeft aan de cliënt rechtsbijstand verleend. Voor zijn werkzaamheden heeft de advocaat een declaratie verzonden die onbetaald is gebleven.   Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de advocaat op het volgende neer.   Tijdens het intakegesprek was niet duidelijk of de ex-werkgever van de cliënt bereid zou zijn een regeling te treffen. De advocaat heeft de cliënt geen garanties gegeven. De advocaat heeft zijn eerste declaratie gematigd, waarmee de cliënt ook akkoord is gegaan. De advocaat heeft aangegeven dat de cliënt een redelijke kans had, maar hij heeft de afweging bij de cliënt gelaten. De cliënt heeft niet aangegeven dat haast geboden was bij dagvaarden. De advocaat betwist dat hij de indruk heeft gewekt dat de zaak snel zou worden geregeld. De advocaat heeft gewacht met dagvaarden aangezien er ontwikkelingen in de literatuur en de jurisprudentie waren omtrent een soortgelijk geschil. Het is de keus van de cliënt geweest om uiteindelijk niet te gaan dagvaarden. Volgens de advocaat heeft hij zich aan de gemaakte afspraken gehouden en heeft geprobeerd zo goed als mogelijk de belangen van de cliënt te behartigen. In de visie van de advocaat is er dan ook geen reden voor het betalen van een schadevergoeding.   Op grond van het voorgaande verzoekt de advocaat de commissie te bepalen dat de cliënt de openstaande declaratie ter grootte van € 1.166,81 dient te voldoen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf de vervaldatum van veertien dagen van de declaratie, althans vanaf de datum van indiening van dit verzoek, alsmede de arbitragekosten.   Standpunt van de cliënt   Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de cliënt op het volgende neer.   In het eerste gesprek met de advocaat heeft de cliënt aangegeven dat de kosten zoveel mogelijk beperkt dienden te worden. De door de advocaat verstuurde declaraties acht de cliënt te hoog. De advocaat is in de visie van de cliënt niet vakkundig en efficiënt te werk gegaan. Lopende de procedure heeft de cliënt aan de advocaat te kennen gegeven dat hij bang was dat de kosten de baten zouden overschrijden. De advocaat vond dat een procedure een redelijke kans van slagen had en derhalve door moest gaan. Ook heeft de advocaat zich niet aan de afspraak gehouden om een dagvaarding te doen uitgaan. Aangezien de advocaat dat niet op eigen initiatief had gedaan, had de cliënt nog tot 1 april 2010 de tijd om alsnog te procederen. De advocaat heeft te lang gewacht met het nemen van actie.   Op grond van het vorenstaande verzoekt de cliënt een schadevergoeding vast te stellen van € 10.000,–een en ander zoals gespecificeerd in het vragenformulier.   Beoordeling van het geschil   Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.    De door de cliënt geuite klachten hebben betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening door de advocaat en de declaraties die de advocaat daarvoor in rekening heeft gebracht. Centraal staat daarbij de vraag of de advocaat heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht.   Voor wat betreft de kosten van de door de advocaat verrichte werkzaamheden is de commissie niet gebleken dat de advocaat is afgeweken van het tussen partijen onderling overeengekomen uurtarief, dan wel dat de hoogte of de omvang van het in rekening gebrachte, gelet op de verrichte werkzaamheden, bovenmatig of buitenproportioneel is. Dat de advocaat tijdens het intakegesprek een totaalbedrag van € 5.000,– zou hebben genoemd voor de te verrichten werkzaamheden is uit hetgeen partijen over en weer, onder overlegging van stukken hebben gesteld, niet komen vast te staan.   Vaststaat dat de cliënt zich in juli 2009 tot de advocaat heeft gewend inzake een arbeidsgeschil met zijn voormalige werkgever. Daarop heeft de advocaat de zaak in behandeling genomen. Aanleiding tot het geschil was dat de voormalige werkgever van de cliënt voor vier werknemers, waaronder ook de cliënt, toestemming aan het UWV heeft verzocht om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De werkgever bleek niet bereid om met de cliënt tot overeenstemming te komen.   Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat op een gegeven moment de afspraak was dat ter inleiding van een procedure een concept dagvaarding zou worden uitgebracht. Daarbij is door de advocaat onvoldoende weersproken dat dit binnen twee weken zou plaatsvinden. Weliswaar heeft de advocaat aangevoerd dat hij deze concept dagvaarding niet heeft verzonden omdat hij in afwachting was van de ontwikkelingen in de literatuur en de rechtspraak, doch hij had dat tijdig en duidelijker naar de cliënt toe moeten communiceren. Bovendien is de commissie gebleken dat de cliënt zelf de beslissing heeft moeten nemen om af te zien van een procedure. Naar het oordeel van de commissie heeft de advocaat de cliënt in deze dan ook niet voldoende begeleid. Voorts had de advocaat een duidelijker adviserende rol moeten innemen dan thans de commissie is gebleken; de advocaat heeft onvoldoende initiatief genomen op welke wijze gehandeld diende te worden zodat de cliënt en de advocaat in overleg tot een keuze hadden kunnen komen. De advocaat is daarin tekort geschoten.   Naar het oordeel van de commissie heeft de advocaat dan ook niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en een redelijk handelend advocaat mag worden verwacht.   Gelet op het hiervoor overwogene is de commissie van oordeel dat de advocaat, gemeten naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, geen recht kan doen gelden op integrale betaling van de openstaande declaratie. De commissie zal dan ook de nog openstaande declaratie ad € 1 166,81 matigen met een bedrag van € 500,– (inclusief BTW en verschotten), de cliënt is hiermee voldoende gecompenseerd. De door de cliënt overige gevorderde schade wijst de commissie af nu niet, althans onvoldoende is gebleken dat de cliënt door het handelen of nalaten van de advocaat verdere schade heeft geleden.   De door de advocaat verzochte wettelijke rente komt niet voor toewijzing in aanmerking. Reeds omdat de commissie op grond van artikel 2 van het Reglement niet bevoegd is een uitspraak te doen over vorderingen tot vergoeding van rente indien zij beslist bij wege van bindend advies. Dit betreft eveneens zaken waarin de rente contractueel is overeengekomen.   Nu de klacht van de cliënt ten dele gegrond wordt verklaard ziet de commissie daarin aanleiding de cliënt te veroordelen tot vergoeding van de helft van het klachtengeld, derhalve een bedrag van € 44,62. Daarentegen dient de advocaat – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage van €  57,50 in de behandelingskosten aan de commissie te voldoen.   Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft – naar het oordeel van de commissie – geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.   Derhalve dient als volgt te worden beslist.   Beslissing   De commissie verklaart de klacht deels gegrond.   De commissie bepaalt dat de cliënt aan de advocaat nog een bedrag is verschuldigd van € 666,81 (inclusief BTW). Met inachtneming van het vorenstaande wordt het depotbedrag van € 1.166,81 als volgt verrekend. Aan de advocaat wordt een bedrag van € 666,81 overgemaakt. Aan de cliënt wordt een bedrag van € 500,– gerestitueerd.   Overeenkomstig het reglement van de commissie wordt het klachtengeld over partijen verdeeld, zodat de cliënt aan de advocaat, die deze kosten heeft voldaan, een bedrag van € 44,62 dient te vergoeden.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de advocaat aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag van € 57,50 (zijnde de helft van het vastgestelde bedrag aan behandelingskosten) verschuldigd.   De commissie wijst het meer of anders verzochte af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur op 13 juli 2011.