Niet onredelijk dat notaris aan de cliënt een spoedopslag in rekening brengt. Client voert onvoldoende bewijs aan dat makelaar tijdig heeft gereageerd.

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 79132

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de hoogte van de declaratie van de notaris bij de aankoop van een woning en de kwaliteit van de dienstverlening.
 

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
In de kern komt de klacht op het volgende neer.

De cliënt is van mening dat de notaris ten onrechte zijn declaratie voor de werkzaamheden met betrekking tot de aankoop van een woning heeft verhoogd met een boete, een bedrag van € 423,50, omdat er sprake zou zijn geweest van spoedwerkzaamheden.

De cliënt stelt dat er sprake is van een misvatting. Hij was in de veronderstelling dat de notaris vanaf 4 juni 2013 bezig was met het opmaken van de koopakte. Vanaf 7 juni 2013 stond de waarborgsom op de betaalrekening van de notaris geboekt. Omdat de cliënt niets van de notaris vernam heeft hij op 17 juni 2013 contact opgenomen waarop hij op 23 juni 2013 een e-mail kreeg van de notaris met het verzoek de waarborgsom over te maken en een identificatiebewijs op te sturen. Beiden waren echter al lang in het bezit van de notaris. De cliënt heeft vervolgens schriftelijk aan de notaris kenbaar gemaakt niet akkoord te gaan met de verhoging van de declaratie ten opzicht van de vooraf uitgebrachte offerte die is geaccepteerd. Hierna volgde een e-mail wisseling waarin de notaris kenbaar maakte dat zonder voorafgaande betaling van de boete de overdracht niet door zou kunnen gaan.
De cliënt heeft onder protest alsnog het bedrag overgemaakt en verzoekt de commissie te bepalen dat dit bedrag wordt teruggestort. Daarnaast wenst hij van de notaris excuses voor de wijze waarop hij is bejegend.
Ter zitting heeft de cliënt zijn standpunt nader uiteengezet. Zijn klachten betreffen de kwaliteit van dienstverlening, de onterechte boete en de slechte communicatie.
Van de makelaar heeft de cliënt vernomen dat deze de koopakte tot drie keer toe naar de notaris heeft verzonden. De stelling van de notaris dat de koopakte pas op 18 juni 2013 is ontvangen kan dan ook niet juist zijn. Voorts bevreemdt het hem dat de notaris geen contact met hem heeft opgenomen rond 7 juni 2013 toen de waarborgsom al op zijn rekening stond en de voorlopige koopakte nog niet binnen was. De cliënt had al telefonisch contact gehad met een medewerker van het kantoor dus zijn naam was er bekend. De administratie van het kantoor deugt niet. De cliënt kon niet meer naar een ander kantoor gaan. De waarborgsom was al overgemaakt en hij zou bij niet tijdige levering een boete riskeren.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het verweer op het volgende neer.

Door de notaris is aan de cliënt tijdig aangegeven dat er in dit dossier meerwerk zou worden gedeclareerd op basis van het feit dat het koopcontract pas op 18 juni 2013 per e-mail is ontvangen en dat hieruit bleek dat tevens meerwerk verricht moest worden met betrekking tot het recht van de dertiende penning. Indien de cliënt van mening was dat de kosten zijn inziens te hoog waren, had het hem vrij gestaan om de opdracht aan een ander notariskantoor te verstrekken. Hier heeft hij echter niet voor gekozen.

Ter zitting heeft de notaris aangegeven dat de eerste offerte betrof een akte van levering en het overschrijven van een hypotheek. Uiteindelijk is uitsluitend een akte voor levering opgemaakt waarvoor andere tarieven gelden. De cliënt had de algemene voorwaarden die terzake gelden op de website van het notariskantoor kunnen raadplegen. Daarin staat duidelijk vermeld dat er een spoedtarief zal worden gehanteerd wanneer de stukken niet tijdig binnen zijn.

De notaris verzoekt de commissie om de klacht van de cliënt ongegrond te verklaren en het door de cliënt verzochte af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De commissie stelt vast dat er in de correspondentie van de notaris aan de cliënt met betrekking tot het storten van de waarborgsom en toezenden van een kopie van het identiteitsbewijs het één en ander is misgegaan, waarvoor de notaris overigens excuses heeft gemaakt bij e-mail van 3 juli 2013. Dit is echter niet de reden geweest voor de vertraging met betrekking tot het opstellen van de akte van levering.

Vaststaat dat vanwege communicatieproblemen en vertraagde aanlevering van de voorlopige koopakte door de makelaar de notaris met spoed de leveringsakte heeft moeten opmaken. Beide partijen hebben de makelaar verzocht om de koopovereenkomst te versturen naar het notariskantoor. De notaris heeft verklaard dat pas op 18 juni 2013 de koopakte per e-mail is ontvangen nadat hij hem daartoe op 14 juni telefonisch had verzocht. Hij heeft de inkomende mails gecontroleerd en vastgesteld dat de makelaar niet op een eerder tijdstip de koopakte heeft gemaild. Hoewel de cliënt heeft gesteld dat de makelaar dit tot drie keer toe heeft gedaan, heeft hij hier geen bewijs van kunnen overleggen.

Nu niet is gebleken dat het te late opsturen van de koopakte te wijten is aan het handelen van de notaris en deze vervolgens alles in het werk heeft gesteld om het passeren van de akte van levering tijdig te kunnen laten plaatsvinden, acht de commissie het niet onredelijk dat hij hiervoor aan de cliënt een spoedopslag conform de algemene voorwaarden in rekening heeft gebracht. De hoogte van de  spoedopslag komt de commissie evenmin onredelijk of bovenmatig voor. Daarbij merkt de commissie op dat in het bedrag tevens is opgenomen de extra werkzaamheden die de notaris ten aanzien van de op het onroerend goed rustende dertiende penning heeft moeten verrichten en waarvan de notaris bij het uitbrengen van de offerte niet op de hoogte was. Het feit dat op de derdenrekening van de notaris reeds op 7 juni 2013 door de cliënt de waarborgsom was gestort doet aan het vorenstaande niet af.

Naar het oordeel van de commissie is dan ook niet komen vast te staan dat de notaris niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De klacht dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

Derhalve dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst de vordering van de cliënt af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat.