Nieuwe driejarige leveringsovereenkomst moet worden nagekomen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 665820/809370

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument sloot op 3 januari 2024 telefonisch een nieuw driejarig energiecontract af. Dit werd ook per e-mail bevestigd. Later stelde de ondernemer dat er geen nieuw contract was en dat de oude overeenkomst tot 12 augustus 2024 bleef gelden. De commissie oordeelt dat de consument mocht vertrouwen op de toezegging van 3 januari 2024 en dat er dus een nieuwe driejarige overeenkomst is ontstaan. De ondernemer moet dit contract nakomen, het verbruik opnieuw berekenen en het depotbedrag van € 1.285 aan de consument terugbetalen. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument heeft op 3 januari 2023 telefonisch met een medewerker van de ondernemer gesproken over de verlenging van zijn leveringsovereenkomst. Er zijn toen tarieven besproken waar de consument mee akkoord is gegaan en die tarieven zijn vervolgens schriftelijk bevestigd. Het ging om een vast contract met een looptijd van drie jaren.

Op 20 maart 2024 heeft de ondernemer laten weten dat van een nieuwe leveringsovereenkomst geen sprake was en dat ook op 3 januari 2024 tussen partijen de leveringsovereenkomst met de looptijd tot 12 augustus 2024 van kracht was. De consument is het daar niet mee eens en vraagt nakoming van de driejarige leveringsovereenkomst zoals afgesproken op 3 januari 2024.

Beoordeling

Uit de stukken blijkt het volgende.

De consument had een drie jarige leveringsovereenkomst met de ondernemer met als einddatum 12 augustus 2024. Op 4 september 2023 heeft de consument de verhuizing naar zijn nieuwe adres doorgegeven. De ondernemer heeft vervolgens die verhuizing niet goed geadministreerd en heeft ten onrechte energie geleverd aan een ander adres dan was opgegeven door de consument. Pas op 4 januari 2024 is de verhuizing van de consument juist verwerkt.
Vervolgens is de levering van energie aan de consument over de periode 10 januari 2024 tot 9 februari 2024 onvrijwillig overgenomen door een andere leverancier. De ondernemer heeft er toen voor gezorgd dat de consument per 10 januari 2024 weer als klant van de ondernemer kon worden aangemeld.
Inmiddels rekent de ondernemer per 12 augustus 2024 geleverde energie af op basis van een contract voor onbepaalde tijd met de dan geldende tarieven, die voor een jaar geldig zijn.

De vraag die partijen verdeeld houdt, is of de oorspronkelijke overeenkomst met einddatum 12 augustus 2024 op 10 januari 2024 is hersteld na de onvrijwillige switch of dat er op 3 januari 2024 een nieuwe leveringsovereenkomst tot stand is gekomen tussen partijen met een looptijd van drie jaren.
De commissie hecht voor de beantwoording van die vraag belang aan het e-mailbericht van 3 januari 2024 dat een medewerker van de klantenservice van de ondernemer aan de consument heeft gestuurd. Daarin staat kort samengevat te lezen de afgesproken tarieven van het nieuwe contract en dat die tarieven zullen gelden voor drie jaar. Naar het oordeel van de commissie mocht de consument er daarom gerechtvaardigd op vertrouwen dat er een nieuwe driejarige leveringsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen tegen de afgesproken tarieven in het telefoongesprek met een medewerker van de ondernemer op
3 januari 2024.

Van belang is in dit verband nog het volgende.

Buiten toedoen van de consument is zijn verhuizing niet juist afgehandeld door de ondernemer en is hij bovendien onvrijwillig door een andere leverancier als klant overgenomen.
Dat de consument onder die omstandigheden besloot opnieuw een leveringsovereenkomst af te sluiten is alleszins begrijpelijk. De consument hoefde na alle perikelen, die hem zijn overkomen en hem kennelijk niet te verwijten zijn, geen rekening te houden met het feit dat de ondernemer het standpunt zou innemen dat ondanks alle gebeurtenissen en voornoemde toezegging op 3 januari 2024 de oude leveringsovereenkomst van kracht bleef en per 12 augustus 2024 zou worden omgezet naar een overeenkomst voor onbepaalde tijd met tarieven die een jaar geldig zijn.
Dat laatste is ook daarom opmerkelijk omdat de ondernemer in maart 2024 al wist dat de consument geïnteresseerd was in een overeenkomst met een looptijd van drie jaar.

De commissie is dan ook van oordeel dat de klacht gegrond is en daarom wordt er als volgt beslist.
De ondernemer is gehouden om de overeenkomst zoals die op 3 januari 2024 tot stand is gekomen en is bevestigd per e-mail van die datum, met terugwerkende kracht na te komen.
De ondernemer dient het verbruik van de consument opnieuw te berekenen op grond van de afspraken zoals die gemaakt zijn op 3 januari 2024.
De commissie gaat er van uit dat de overeengekomen tarieven lager zijn dan de tarieven die de ondernemer op basis van het genoemde variabele contract in rekening heeft gebracht sinds augustus 2024 en daarom zal het in depot gestorte bedrag aan de consument worden gerestitueerd.
Mocht de consument daarna nog te veel hebben betaald, dan moet de ondernemer het te veel betaalde terugbetalen aan de consument. Als de consument te veel heeft ontvangen met de uitkering van het depot, dan moet de consument aan de ondernemer betalen wat hij nog verschuldigd is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer is gehouden te handelen als hiervoor overwogen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan consument € 1285,–

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 0,–

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 19 maart 2025.

Opslaan als PDF