Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
208414/212585
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over onjuist berekend elektriciteitsverbruik in de jaarrekening van 17 december 2021 tot 17 december 2022. De netbeheerder erkende dat de elektriciteitsmeter van de consument foutief was gekoppeld aan die van een buurman, waardoor het verbruik van de buurman aan de consument werd toegeschreven. Hoewel partijen het eens zijn over de meterstanden van november en december 2022, bestaat er onduidelijkheid over de beginstanden van december 2021. De netbeheerder gaf in een brief van 29 januari 2025 tegenstrijdige en onduidelijke informatie over de herkomst van de standen en de juistheid van het verbruik. De consument ging akkoord met alternatieve beginstanden (7344 hoog, 6411 laag, 4995 gas), maar de commissie acht het noodzakelijk om een nieuwe hoorzitting te houden om de onduidelijkheden te bespreken. Als de ondernemer en netbeheerder de jaarrekening corrigeren op basis van de overeengekomen standen, kan de hoorzitting vervallen. Tot die tijd wordt verdere besluitvorming aangehouden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Omdat er onduidelijkheden zijn wordt een nieuwe hoorzitting gelast.
Beoordeling
In haar tussenadvies d.d.15 september 2023 bepaalde de commissie dat de [netbeheerder] in het geschil betrokken diende te worden. Reden was dat de commissie van oordeel was dat de berichten van de netbeheerder over oorzaak en gevolg van de problemen met de registratie van de meter niet in lijn leken te zijn. In die zaak klaagde de consument over het berekende elektriciteitsverbruik in de jaarrekening 17 december 2021 (start van de overeenkomst met de ondernemer) tot 17 december 2022. Aanleiding daartoe was dat hem in maandelijkse energierapporten verbruiken genoemd werden die zijns inziens niet juist konden zijn. Die jaarrekening vermeldde een meterstand op 17 december 2021 van 5991 (hoog tarief) en 7471 (laag tarief). De meterstanden op 15 november 2022 bedroegen respectievelijk 9523 en 8437; op 17 december 2022 bedroegen de meterstanden respectievelijk 9828 en 8634.
De netbeheerder erkende dat hij de bij de consument geplaatste meter (nummer -3918) gekoppeld had aan een buurman, wiens meter (nummer -5918) aan de consument gekoppeld was, hetgeen betekende dat het maandelijks verbruik dat de consument gerapporteerd werd, betrekking had op de buurman. Op 15 november 2022 heeft de netbeheerder de meter “administratief uitgebouwd”, hetgeen betekent dat de meter bij de consument is blijven staan maar vanaf die datum gekoppeld is aan zijn adres. Partijen zijn het eens over de meterstanden van 15 november 2022 en 17 december 2022. De discussie gaat in de kern over de beginstanden per 17 december 2021.
In de laatste brief van de netbeheerder d.d. 29 januari 2025 beantwoordde hij de vraag waar de stand 5991 (dal 741; de commissie merkt op dat bedoeld zal zijn 7471) die teruggevonden wordt op de nota van de ondernemer, vandaan komt. Hij antwoordde dat die stand de (laatste) geregistreerde stand was van de foutief gekoppelde meter (bedoeld zal zijn foutief aan de consument gekoppeld tot 15 november 2022). Daaraan voegde hij toe dat het dus niet de echte stand van het verbruik van de consument was, maar de stand van de meter van de buurman. De netbeheerder vermeldde ook in die brief standen van de elektriciteits- en gasmeter, zoals verkregen uit het [bedrijf] (een centrale registratie van onder andere meterstanden, verzorgd door [bedrijf]) die betrekking hebben op het historisch verbruik van de bij de consument geplaatste meters. Wat betreft elektriciteit vermeldde het betreffende overzicht op 3 december 2021 standen van respectievelijk 7344 en 6411 (hoog en laag tarief).
De commissie acht de hiervoor genoemde brief van de netbeheerder onduidelijk en innerlijk tegenstrijdig. Onduidelijk omdat het meternummer op het uit het [bedrijf]F verkregen overzicht onvolledig vermeld wordt. Ook is onduidelijk waarom de op 15 november 2022 vermelde standen afwijken van de eerder door de netbeheerder genoemde standen van die datum, waarover partijen het overigens eens waren. Voorts is onduidelijk of de netbeheerder nu tevens meldt dat ook de beginstand van het gas onjuist was (hij meldt als stand op 3 december 2021 4995, terwijl de ondernemer een stand per 17 december 2021 van 3878 in de jaarrekening hanteerde). Tegenstrijdig omdat de netbeheerder eerst vermeldt dat de door de ondernemer gehanteerde beginstand elektriciteit (hoog tarief) onjuist is, maar in de laatste zin van die brief mededeelt dat het door de ondernemer gefactureerde verbruik ”dus” werkelijk is afgenomen.
Uit de reactie van de consument d.d. 12 maart 2025 op voornoemde brief volgt dat hij akkoord gaat met de standen per 17 december 2021 van rond 7344 (hoog tarief), rond 6411 (laag tarief) en rond 4995 voor gas. Het valt de commissie op dat het gasverbruik niet, althans nauwelijks in deze procedure aan de orde is gesteld.
Het ligt voor de hand dat opnieuw een hoorzitting gehouden moet worden om duidelijkheid te krijgen over hetgeen de netbeheerder in zijn brief d.d. 29 januari 2025 bedoeld heeft. Ter zitting kunnen dan ook overige onduidelijkheden, zoals de consument vermeld heeft in zijn brief d.d. 12 maart 2025, behandeld worden. De commissie zal dan ook die zitting gelasten. Zij kan zich echter voorstellen dat de ondernemer op basis van de brief van de netbeheerder d.d. 29 januari 2025 overleg voert met de netbeheerder en de jaarrekening 2021/2022 corrigeert in de door de consument akkoord bevonden zin. Indien dat het geval is behoeft geen hoorzitting gehouden te worden. Partijen wordt verzocht, indien bedoelde correctie plaatsvindt, de commissie daarover tijdig te informeren.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het secretariaat van de commissie dient een nieuwe hoorzitting te plannen. Die zitting dient gelijktijdig gehouden te worden met de heden ook gelaste hoorzitting in de zaak 240501/240504. Ieder verdere beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer H.H. van der Linden, leden, op 27 januari 2025.