Notaris hoefde geen tolk in te schakelen bij huwelijkse voorwaarden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: bejegening/ onzorgvuldigheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 784983/1026972

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënte klaagde dat de notaris een tolk had moeten inschakelen omdat zij de Nederlandse taal onvoldoende zou beheersen en daardoor huwelijkse voorwaarden heeft getekend die zij niet begreep. De notaris stelde dat de cliënte tijdens twee besprekingen actief meedeed aan het gesprek, in een vragenlijst zelf had aangegeven dat zij de taal voldoende beheerst, en dat zij op dezelfde dag ook bij een andere notaris zonder tolk documenten heeft ondertekend. De commissie vindt deze uitleg overtuigend en acht het niet geloofwaardig dat de cliënte de inhoud niet begreep. Daarom oordeelt de commissie dat de notaris geen tolk hoefde in te schakelen en dat er geen sprake is van foutief handelen. De klacht wordt ongegrond verklaard en de gevraagde schadevergoeding wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

In geschil is de vraag of de notaris voor de ondertekening van de huwelijkse voorwaarden een tolk had moeten inschakelen voor de cliënte.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit erop neer dat de notaris een tolk had moeten inschakelen voor de cliënte voordat zij de huwelijkse voorwaarden ondertekende. Zij voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.

De cliënte en haar ex-echtgenoot hebben huwelijkse voorwaarden door de notaris laten opstellen. De notaris heeft geen tolk voor de cliënte ingeschakeld om de huwelijkse voorwaarden aan de cliënte te vertalen, terwijl hij wist dat de cliënte de Poolse nationaliteit heeft en de Nederlandse taal niet goed beheerst. De cliënte heeft hierdoor huwelijkse voorwaarden ondertekend die zij niet begreep en die zeer ongunstig voor haar zijn.

Toen de cliënte van haar ex-echtgenoot scheidde bleek dat er iets anders in de door haar getekende huwelijkse voorwaarden stond dan dat zij had afgesproken met haar ex-echtgenoot. In artikel 2.1 van de huwelijkse voorwaarden is bepaald dat de ex-echtgenoot van de cliënte een bedrag van € 135.494,69 heeft ingebracht in de gezamenlijke woning en dat dit bedrag buiten de gemeenschap van goederen valt. Dit bedrag heeft de ex-echtgenoot van de cliënte echter nooit op zijn bankrekening gehad. De cliënte wijst de commissie op de door haar overgelegde bankafschrift. De cliënte is gelet hierop overtuigd dat haar ex-echtgenoot de notaris heeft omgekocht om dit artikel in de huwelijkse voorwaarden op te nemen.

Als gevolg van voornoemd handelen van de notaris heeft de cliënte € 30.000,- schade geleden. De cliënte verzoekt de commissie om te bepalen dat de notaris deze schade aan de cliënte dient te vergoeden.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

Op 2 juni 2021 hebben de cliënte en haar ex-echtgenoot een eerste bespreking over de huwelijkse voorwaarden op het kantoor van de notaris gehad. De notaris heeft tijdens deze bespreking geen twijfel gehad over de wilsbekwaamheid van de cliënte en haar beheersing van de Nederlandse taal. De cliënte nam actief deel aan het gesprek. Daarbij komt dat de cliënte in de vragenlijst, die zij heeft ingevuld en ondertekend, “nee” heeft geantwoord op de vraag “Is er sprake van een beperking die voor het begrijpen en/of ondertekenen van de akte van belang is? Denk hierbij onder andere aan een visuele beperking, doofheid, handelingsonbekwaamheid (bewind) of onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.” De notaris zag dan ook geen aanleiding om een tolk in te schakelen voor de cliënte.

Voorafgaand aan de ondertekening van de huwelijkse voorwaarden heeft de cliënte ook het concept van de huwelijkse voorwaarden ontvangen, waarin reeds de uitzondering op de gemeenschap van goederen was opgenomen. Het in artikel 2.1 van de huwelijkse voorwaarden genoemde bedrag van € 135.494,69 is als volgt opgebouwd:
– € 123.494,69 is gebaseerd op de door de ex-echtgenoot ontvangen overwaarde van de verkoop van zijn woning, waarvan hij € 105.660,62 op zijn bankrekening heeft ontvangen en € 17.834,07 is gebruikt als waarborgsom voor de aankoop van de nieuwe gezamenlijke woning,
– € 12.000,-, betrof het bedrag aan banktegoeden van de ex-echtgenoot.

Op 16 augustus 2021 vond de tweede bespreking van de huwelijkse voorwaarden op het kantoor van de notaris plaats. Tijdens deze bespreking is uitvoerig met de cliënte en haar ex-echtgenoot gesproken over de in te brengen bedragen. De cliënte heeft nooit aangegeven dat zij iets niet begreep en is nadrukkelijk akkoord gegaan met de bepaling dat het door de ex-echtgenoot ingebrachte bedrag van
€ 135.494,69 buiten de gemeenschap van goederen valt. Ook tijdens deze bespreking heeft de notaris geen enkele twijfel gehad of de cliënte de Nederlandse taal beheerst, nu de cliënte wederom actief deelnam aan het gesprek. De notaris benadrukt daarbij dat de cliënte en haar ex-echtgenoot op dezelfde dag de akte van levering en de akte van hypotheek hebben getekend bij een andere notaris, en dat ook door deze notaris geen tolk was ingeschakeld, omdat er geen twijfel was over haar beheersing van de Nederlandse taal.

De notaris verzoekt de commissie daarom om de klacht van de cliënte ongegrond te verklaren en haar verzoek af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

In geschil is de vraag of de notaris voor de ondertekening van de huwelijkse voorwaarden een tolk had moeten inschakelen voor de cliënte.

De commissie is van oordeel dat de notaris voldoende gemotiveerd heeft betwist dat er aanleiding was om een tolk in te schakelen voor de cliënte voor de ondertekening van de huwelijkse voorwaarden wegens haar beheersing van de Nederlandse taal. Vaststaat dat de cliënte vanaf 2008 in Nederland woont. Daarnaast volgt uit de door de cliënte ondertekende vragenlijst dat de cliënte gemeenteambtenaar van beroep was ten tijde van het opstellen van de huwelijkse voorwaarden en dat “nee” is ingevuld bij de vraag of de cliënte de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. De cliënte heeft daarnaast twee besprekingen over de huwelijkse voorwaarden bijgewoond op het kantoor van de notaris en zij heeft tijdens deze besprekingen niet aangegeven dat zij iets niet begreep. Verder heeft de cliënte op dezelfde dag van de ondertekening van de huwelijkse voorwaarden bij een andere notaris de akte van levering en de akte van hypotheek ondertekend zonder dat een tolk was ingeschakeld. Dit betekent dat ook deze notaris er niet over twijfelde of de cliënte de Nederlandse taal voldoende beheerste. Gelet hierop acht de commissie het betoog van de cliënte ter zitting dat zij nauwelijks Nederlands verstaat en dat zij niet begreep wat zij tekende ongeloofwaardig.

Slotsom
De commissie zal de klacht van de cliënte ongegrond verklaren en haar verzoek tot schadevergoeding afwijzen.

Klachtengeld
Nu de klacht van de cliënte ongegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van de cliënte te komen. De cliënte heeft het klachtengeld reeds aan de commissie voldaan, zodat daarover niet meer behoeft te worden beslist.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënte ongegrond,
– wijst het verzoek tot schadevergoeding van de cliënte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 23 april 2025.

Opslaan als PDF