Notaris krijgt klacht gegrond wegens trage afwikkeling nalatenschap

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (On) zorgvuldigheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1149270/1312131

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De notaris moest de nalatenschap van de tante van klager afwikkelen, maar bijna vijf jaar later is dit nog steeds niet gebeurd. De erfbelasting is niet betaald en de erfgenamen krijgen weinig informatie. De notaris erkent dat het te lang duurt, maar volgens de commissie zijn haar redenen daarvoor onvoldoende. De commissie vindt dat de notaris niet heeft gehandeld zoals een zorgvuldig notaris hoort te doen. De klacht is daarom gegrond. De notaris moet het klachtengeld terugbetalen en de behandelingskosten dragen. Het verzoek om een andere notaris aan te wijzen of schadevergoeding toe te kennen wordt afgewezen, omdat de commissie daar niet over mag beslissen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het in gebreke blijven van de notaris om de nalatenschap van de tante van klager af te wikkelen.

Standpunt van klager

Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris heeft de uitvoering van het testament van de tante van klager (hierna te noemen: de tante) op zich genomen. De tante is op 18 mei 2021 overleden. Klager is één van de 39 erfgenamen.

De notaris heeft begin 2023 een voorschot uitgekeerd aan de erfgenamen. De nalatenschap is echter nog steeds niet verder afgewikkeld. De erfbelasting van ruim € 422.000,- is ook nog niet betaald. Deze had al in 2021 moeten zijn voldaan.
De notaris communiceert onvoldoende en legt geen verantwoording af. Afspraken worden uitgesteld of niet nagekomen en veelal wordt geen antwoord gegeven op vragen. Drukte op het kantoor en het aantal erfgenamen zijn geen rechtvaardiging voor de extreme vertraging.

De nalatigheid van de notaris veroorzaakt veel onrust onder de erfgenamen. Zij hebben geen vertrouwen meer in de notaris en willen de kwestie kunnen afsluiten.

Klager stelt daarom als oplossing van het geschil voor dat een andere notaris wordt gezocht om de nalatenschap op korte termijn voor rekening van de notaris af te wikkelen.
Voorts verzoekt hij de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen voor de schade die hij door het nalaten van de notaris heeft geleden/lijdt.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Klager heeft gelijk wanneer hij aangeeft dat de afwikkeling van de nalatenschap van de tante (te) lang duurt en dat de notaris er niet altijd de volle prioriteit aan heeft gegeven.

In 2023 is met de erfgenamen afgesproken dat zij een voorschot zouden ontvangen, zodat de inkomstenbelasting en erfbelasting daarna afgewikkeld konden worden. Na het opleggen van de definitieve aanslagen zou dan ook het restant afgewikkeld kunnen worden.
Er zijn nog twee participaties in een vastgoedbeleggingsfonds. Het beëindigen van deze participaties zou, volgens opgave van de beheerder van het fonds, met een afslag op de waarde plaatsvinden. Advies van de beheerder was dan ook deze beëindiging zo lang mogelijk uit te stellen, nu tussentijds wel opbrengsten uit het fonds worden uitgekeerd (op de derdengeldenrekening van de notaris).

De definitieve aanslagen Inkomstenbelasting en erfbelasting zijn nog niet opgelegd. Omdat een aantal erfgenamen al enige tijd sterk aandringt op uitkering van het resterende bedrag, heeft de notaris een tussentijdse berekening van de verdeling aan de erfgenamen rondgestuurd ter goedkeuring. Verder heeft zij het vastgoedbeleggingsfonds opdracht gegeven de participaties te beëindigen. Dit vindt plaats nadat de jaarstukken over 2025 zijn opgemaakt, volgens de beheerder eind februari dan wel begin maart.
Wanneer alle erfgenamen de tussentijdse berekening hebben geaccordeerd, zal de notaris aan de erfgenamen het thans resterende bedrag minus de reservering voor de inkomstenbelasting en erfbelasting overmaken.
Daarna zal de definitieve fiscale afwikkeling moeten plaatsvinden. Als executeur is de notaris persoonlijk aansprakelijk voor die aanslagen.

Het nu aan een ander overlaten van de afwikkeling van de nalatenschap is voor de notaris geen optie, zij blijft executeur.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Afwikkeling nalatenschap
De commissie stelt vast dat de tante op 18 mei 2021 is overleden en dat de notaris de executeur van haar nalatenschap is. De notaris heeft erkend dat de afwikkeling van de nalatenschap van de tante (te) lang duurt en dat zij er niet altijd de volle prioriteit aan heeft gegeven. Dat de notaris, na inmiddels bijna vijf jaar, de afwikkeling van de nalatenschap nog steeds niet heeft afgerond, is naar het oordeel van de commissie in strijd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend notaris mag worden verwacht. De door de notaris aangevoerde omstandigheden acht de commissie onvoldoende rechtvaardiging voor de opgetreden vertraging.
De commissie verklaart de klacht van klager dan ook gegrond.

Verzoeken van klager
Het verzoek van klager om een andere notaris te zoeken om de nalatenschap op korte termijn voor rekening van de notaris af te wikkelen, betreft in wezen een verzoek om de notaris als executeur te ontslaan. Dit verzoek is niet toewijsbaar. De bevoegdheid tot het ontslaan van een executeur is immers exclusief voorbehouden aan de kantonrechter (ex artikel 4:149 lid 2 BW).
De commissie zal ook het verzoek van klager tot schadevergoeding afwijzen, omdat klager niet heeft onderbouwd welke schade hij door het handelen en/of nalaten van de notaris reeds heeft geleden. Dit lag naar het oordeel van de commissie wel op zijn weg. De commissie kan voorts geen uitspraken doen over mogelijke toekomstige schade.

Klachtengeld
De commissie is van oordeel dat het door klager betaalde klachtengeld voor rekening van de notaris dient te komen, nu de klacht van de klager gegrond wordt verklaard.

Behandelingskosten
De commissie bepaalt op grond van artikel 22 van het reglement van de commissie dat de notaris behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van klager gegrond;
– bepaalt dat de notaris aan klager het door klager betaalde klachtengeld van € 52,50 vergoedt;
– bepaalt dat de notaris een door de Stichting De Geschillencommissie vastgesteld bedrag aan behandelingskosten is verschuldigd;
– wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. M. de Waal en de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 25 februari 2026.

 

Opslaan als PDF