Notaris te traag met verklaring van erfrecht

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: Dienstverlening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 486663/712913

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt wacht al sinds februari 2022 op een verklaring van erfrecht die de notaris had moeten opstellen voor de afwikkeling van een nalatenschap. Ondanks herhaalde beloften heeft de notaris deze verklaring na meer dan drie jaar nog steeds niet afgegeven. De notaris gaf geen verklaring voor deze extreme vertraging en diende ook geen verweer in. De commissie vindt dit verwijtbaar en oordeelt dat de notaris niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend notaris mag worden verwacht. De klacht is daarom gegrond. De cliënt krijgt het klachtengeld van € 102,50 terug, maar ontvangt geen schadevergoeding omdat hij niet heeft onderbouwd welke schade hij heeft geleden. De notaris moet daarnaast de behandelingskosten betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vertraging in het opstellen van de verklaring van erfrecht.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

[naam] is op 3 juli 2020 overleden. De cliënt heeft in 2020 aan [naam], de notaris, de opdracht gegeven om een verklaring van erfrecht op te stellen voor de afwikkeling van de erfenis. De notaris belooft telkens dat hij de verklaring zal afgeven. Hij heeft dit echter tot op heden niet gedaan, ondanks de herhaaldelijke verzoeken hiertoe van de vertegenwoordiger van de cliënt vanaf 14 februari 2022.

De cliënt verzoekt de commissie te bepalen dat de notaris wegens de vertraging in het afgeven van de verklaring van erfrecht een bedrag aan schadevergoeding aan de cliënt dient te betalen.

Standpunt van de notaris

De beklaagde heeft geen verweerschrift ingediend tegen de klacht van de cliënt, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld.

Beoordeling van het geschil

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de
notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en
redelijk handelende notaris.

Verzoek tot aanhouding van de zitting
De mondelinge behandeling van dit geschil stond eerder gepland op 25 maart 2025. Op de ochtend van de zitting ontving de commissie een bericht dat de notaris verhinderd was wegens rugklachten. In het kader van hoor en wederhoor is besloten de behandeling uit te stellen.

De notaris heeft op 23 april 2025 om 0:49, te weten de nacht vóór de tweede zitting, opnieuw een verzoek tot aanhouding van de zitting gedaan wegens klachten na een oogoperatie die hij de week ervoor is ondergaan. De commissie heeft dit verzoek tot aanhouding van de zitting afgewezen, nu het belang van de cliënt om de procedure voort te zetten prevaleert.

De commissie overweegt hiertoe als volgt. De notaris heeft de gelegenheid gehad om zijn standpunt schriftelijk aan de commissie kenbaar te maken en/of digitaal via Zoom aan te sluiten bij de zitting. Hij heeft hier echter geen gebruik van gemaakt. Van een schending van hoor- en wederhoor is dan ook geen sprake. Daarbij komt dat zoals hierboven vermeld de mondelinge behandeling van het geschil al een keer eerder op verzoek van de notaris kort voor de zitting is verplaatst wegens medische omstandigheden. De notaris heeft toen niet gereageerd op het verzoek van de commissie om aan te geven of iets het opnieuw vaststellen van een zittingsdatum in de weg staat. Ook heeft de notaris na het ontvangen van de uitnodiging voor de zitting van 23 april 2025 niet laten weten dat er nog medische omstandigheden waren die het doorgaan van de zitting konden belemmeren. De zitting van 23 april 2025 heeft daarom, in afwezigheid van de notaris, doorgang gevonden.

Verklaring van erfrecht
Als onbetwist is komen vast te staan dat de cliënt (in ieder geval) vanaf 14 februari 2022 wacht op een verklaring van erfrecht van de notaris. De notaris heeft niet gesteld dat er omstandigheden zijn waarom het opstellen van de verklaring van erfrecht in dit geval zo lang duurt. Dat de notaris, na meer dan drie jaar, nog steeds geen verklaring van erfrecht heeft afgegeven acht de commissie dan ook verwijtbaar. De notaris heeft aldus niet gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelend notaris. Gelet hierop verklaart de commissie de klacht van de cliënt gegrond.

Schade
De cliënt heeft niet onderbouwd welke schade hij door voornoemd handelen van de notaris heeft geleden. Dit lag naar het oordeel van de commissie wel op zijn weg. De commissie zal het verzoek van de cliënt tot schadevergoeding daarom afwijzen.

Klachtengeld
De commissie is van oordeel dat het door de cliënt betaalde klachtengeld voor rekening van de notaris dient te komen, nu de klacht van de klager gegrond wordt verklaard.

Behandelingskosten
De commissie bepaalt op grond van artikel 22 van het reglement van de commissie dat de notaris behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt gegrond;
– bepaalt dat de notaris aan de cliënt het door de cliënt betaalde klachtengeld van € 102,50 vergoedt;
– bepaalt dat de notaris een door de stichting vastgesteld bedrag aan behandelingskosten verschuldigd is aan de commissie;
– wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 23 april 2025.

Opslaan als PDF