Nu hele park werd voorbereid voor de komende herstructurering kon de ondernemer niet blijven volhouden dat de consument net als de afgelopen jaren gebruik kon maken van het terrein. Wanprestatie.

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Herstructurering    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 104765

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de aangekondigde herstructurering van het terrein van de ondernemer en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de consument.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

In maart 2011 heeft de ondernemer mij geïnformeerd over de plannen inzake de herontwikkeling van zijn recreatieterrein.

Bij brief van 23 maart 2015 heeft de ondernemer mij laten weten dat er op korte termijn zou worden begonnen met de herontwikkeling van zijn recreatieterrein. De ondernemer heeft vóór die datum mondeling noch schriftelijk enige mededeling gedaan met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen. De bedoeling was dat er binnen 1 à 2 weken zou worden gestart met de werkzaamheden met onder meer veel bouwverkeer op het terrein tot gevolg. Dit alles werd meegedeeld nadat we het staangeld voor 2015 hadden betaald. Alle voorzieningen werden gesloten en voor mij was het geen optie meer om te blijven staan. Alle campingbewoners zijn inmiddels vertrokken. Zelf heb ik per 1 juni 2015 een nieuwe staanplaats gevonden. Mij is duidelijk te verstaan gegeven, zowel door de ondernemer als door een personeelslid van hem, dat het schuurtje, de schutting en alles wat ik niet meer kon gebruiken, mocht blijven staan. Dit zou bij de bouw opgeruimd worden. Opzeggen hoefde niet.

Ondanks de toezegging van de ondernemer dat we het staangeld, het sleutelgeld en de borg terugbetaald zouden krijgen en dat we in aanmerking zouden komen voor de tegemoetkoming in de verplaatsingskosten ingevolge artikel 12, zesde lid, van de RECRON-voorwaarden, heeft de ondernemer die toezegging tot op heden niet gestand gedaan.

De consument verlangt van de ondernemer dat deze hem een bedrag betaalt van € 2.910,–, welk bedrag is opgebouwd uit de volgende posten:

Staangeld  € 1.440,–
Waarborgsom  €     45,–
Sleutel poort   €     40,–
RECRON (verplaatsingskosten)  € 1.385,–

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar het verweer van de ondernemer (ongedateerd). In de kern komt het verweer van de ondernemer op het volgende neer.

Per 1 januari 2016 zijn wij geen lid meer van de RECRON. Wij vragen ons dan ook af of de commissie bevoegd is om deze klacht te behandelen.

De geplande ontwikkelingen, zoals aangekondigd in maart 2015, gaan niet meer door. Per 15 september 2016 zal het terrein worden overgedragen aan een nieuwe eigenaar.

Wij hebben nooit de overeenkomst met de consument opgezegd. Als tegemoetkoming voor de ontstane situatie hebben wij alle nog aanwezige gasten aangeboden dat zij in 2016 zonder betaling van jaargeld mogen verblijven op het terrein.

De consument is vertrokken naar een andere bestemming en heeft zelf besloten de huur van zijn vaste plaats niet op te zeggen. Dit om in aanmerking te komen voor de RECRON-vergoeding. Er is echter alleen sprake van een RECRON-vergoeding indien de vaste plaats door ons wordt opgezegd.

De consument houdt zijn plaats op het terrein fysiek nog bezet door deze niet geheel te ontruimen. Zo staat er bijvoorbeeld nog een schuurtje.
Van terugbetaling van het staangeld kan alleen sprake zijn indien de plaats door de consument daadwerkelijk formeel wordt opgezegd en de plaats ontruimd wordt opgeleverd. Er is echter voor gekozen om de overeenkomst niet op te zeggen. Derhalve is er ook geen recht op teruggave van het staangeld.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft zich beroepen op de onbevoegdheid van de commissie. Dit laatste omdat de ondernemer per 1 januari 2016 geen lid meer is van de RECRON.

Voor wat betreft het bevoegdheidsverweer merkt de commissie op dat zij bevoegd is kennis te nemen van een geschil als de ondernemer ten tijde van het ontstaan van de klacht lid van de RECRON was. Aangezien de ondernemer eerst per 1 januari 2016 zijn lidmaatschap bij de RECRON heeft beëindigd en het geschil van vóór die datum dateert, is de commissie bevoegd om kennis te nemen van het voorliggende geschil.

Bij brief van 3 maart 2011 heeft de ondernemer aan de consument zijn voornemen aangekondigd om te gaan herstructureren. De ondernemer vermeldt in zijn brief aan de consument onder andere: “Voor u kan dit betekenen dat wij de overeenkomst met u beëindigen en dat de stacaravan van de plaats verwijderd moet worden.”
Vervolgens heeft de ondernemer bij brief van 23 maart 2015 de consument onder meer meegedeeld dat in 2015 definitief een start wordt gemaakt met de herontwikkeling van het terrein, dat dat voor het komende seizoen betekent dat het noodzakelijk is het terrein volledig te sluiten voor toeristische gasten, dat er op korte termijn sprake zal zijn van bouwgerelateerde activiteiten en dat vrijwel alle voorzieningen niet meer worden geopend (en waar mogelijk verwijderd). Gevolg is, aldus de ondernemer, dat er in 2015 alleen nog vaste plaatsen op het terrein aanwezig zijn.

In voornoemde brief merkt de ondernemer nog op dat hij er waarde aan hecht om een en ander te regelen overeenkomstig de afspraken die met de consument zijn gemaakt (Reglement Vaste Plaatsen, RECRON-voorwaarden).

De ondernemer heeft gesteld dat hij de overeenkomst met de consument niet heeft opgezegd. Gelet op de omstandigheden zoals geschetst in het schrijven van de ondernemer van 3 maart 2011 en 23 maart 2015 is de commissie van oordeel dat de overeenkomst met de consument per die datum geacht moet worden te zijn opgezegd door de ondernemer, aangezien de bedoeling van de ondernemer zoals door hem verwoord in voorgenoemde brieven duidelijk wijzen op een door hem gewenste opzegging met inachtneming van de Recron-voorwaarden. Immers, het gehele terrein werd voorbereid voor de komende herstructurering (bouwverkeer, bouwgerelateerde activiteiten), voorzieningen zouden niet meer worden geopend (en waar mogelijk verwijderd) en er zouden alleen nog vaste plaatsen op het terrein aanwezig zijn. Onder die omstandigheden kan de ondernemer toch moeilijk blijven volhouden dat de consument gebruik kon blijven maken van het terrein zoals hij dat de voorgaande jaren gewoon was. De ondernemer heeft voor 2015 niet geleverd waartoe hij overeenkomstig de overeenkomst met de consument verplicht was. In die zin is er sprake van wanprestatie. Daarnaast heeft de consument in geval van beëindiging van de overeenkomst wegens herstructurering recht op 6 maanden gratis gebruik van de plaats.

De ondernemer heeft gesteld dat het niet ontruimd opleveren van de plaats er aan in de weg staat dat het jaargeld van 2015 wordt terugbetaald. De plaats diende ontruimd te worden opgeleverd. De stelling dat de consument de plaats niet ontruimd heeft opgeleverd, heeft de ondernemer niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld aan de hand van foto’s. De commissie zal dit punt dan ook verder onbesproken laten.

Gelet op het oordeel van de commissie dat de ondernemer geacht moet worden de overeenkomst met de consument te hebben opgezegd, zal de commissie bepalen dat de ondernemer het staangeld, de waarborgsom en de kosten van de sleutel poort aan de consument dient terug te betalen.

Gelet op datzelfde oordeel is de ondernemer gehouden om de consument de tegemoetkoming in de verplaatsingskosten ingevolge artikel 12, zesde lid, van de RECRON-voorwaarden te betalen.

Op grond van het voorgaande zal de commissie de klacht gegrond verklaren.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond.
 
De ondernemer betaalt aan de consument een bedrag van € 2.910,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 90,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 19 oktober 2016.