Ondanks herstel blijft consument ontevreden over door ondernemer gelegde gietvloer

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Afbouw    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 2183/13280

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de door de ondernemer gelegde gietvloer. Zij is niet tevreden met de vloer, omdat er krassen, een witte vlek en oneffenheden zichtbaar zouden zijn. Ondanks dat er een aantal keren geprobeerd is de vloer te herstellen, is de consument nog steeds niet tevreden over de kwaliteit van de vloer. De ondernemer geeft aan dat de vloer enkele malen door hen is overgedaan en dat het beter is als er een deskundige naar kijkt. De deskundige geeft aan dat de klachten gering zijn en herstel mogelijk is. De klachten zijn niet waargenomen en bijna niet te zien. De commissie neemt de bevindingen van de deskundige over en oordeelt dat de witte vlek in de vloer is ontstaan na het aanbrengen van de vloer. Het ligt daarom in de rede dat dit eerder door toedoen van de consument is gebeurd, dan toedoen van de ondernemer. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 6 juni 2018 gesloten overeenkomst waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot het leggen van een gietvloer.

De overeenkomst is uitgevoerd in 2018. De kosten bedroegen € 1.506,46.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt

De consument heeft aan de ondernemer opdracht gegeven om een polyurethaan gietvloer aan te brengen in de badkamer voor een bedrag van € 1.506,–. De werkzaamheden zijn begin juni 2018 uitgevoerd.

De consument was niet tevreden over de uitgevoerde werkzaamheden. Hierover heeft zij op 11 juni 2018 per e-mailbericht bij de ondernemer geklaagd. Nadien heeft hierover tussen partijen contact plaatsgevonden en heeft de ondernemer op 6 augustus 2018 herstel uitgevoerd. Dit herstel heeft niet tot een oplossing geleid. Hierover heeft op 13 augustus 2018 tussen partijen een gesprek plaatsgevonden en heeft de ondernemer vervolgens op 19 augustus 2018 een plan van aanpak voor herstel opgesteld. Over de uitvoering van de herstelwerkzaamheden heeft vervolgens over en weer contact plaatsgevonden. Uiteindelijk heeft het herstel van 4 t/m 6 december 2018 door een derde partij, ingeschakeld door de ondernemer, plaatsgevonden

Aangezien de vloer nog immer oneffenheden vertoont, heeft de consument weer contact opgenomen met de ondernemer. Op 13 december 2018 is de ondernemer bij de consument langs geweest om de vloer te inspecteren. De ondernemer kon het standpunt van de consument volgen en heeft aangeboden om de vloer opnieuw te schuren en te lakken. Nadien is het stil gebleven van de zijde van de ondernemer. De gemachtigde van de consument heeft de ondernemer dan ook aangeschreven bij brief d.d. 4 januari 2019. Hierin wordt de ondernemer de mogelijkheid geboden om voor herstel zorg te dragen binnen een termijn van veertien dagen, bij gebreke waarvan verzuim intreedt en de consument de vloer zal laten herstellen door een derde en die kosten op de ondernemer zal verhalen.

Vervolgens heeft de ondernemer op 8 januari 2019 contact gezocht met de consument en is een afspraak voor herstel gemaakt op 23 januari 2019. Ondanks dat de consument geen vertrouwen heeft in de voorgestelde wijze van herstel (een nieuwe lakpoging), is de consument toch akkoord gegaan met deze afspraak. Wederom bleek de herstelpoging niet juist te zijn. De oneffenheden zijn niet (allemaal) verholpen middels de laatste herstelpoging. De consument heeft weer contact met de ondernemer opgenomen en op 30 januari 2019 is de ondernemer naar de vloer komen kijken. Afgesproken is dat de ondernemer (voor de vierde keer!) de vloer zal komen herstellen. Deze vierde herstelpoging is ingepland op 29 en 30 april 2019.

De consument is nog steeds niet tevreden over de kwaliteit van de vloer en is van mening dat zij de ondernemer genoeg mogelijkheden heeft gegeven om de vloer te herstellen.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Wellicht is het verstandig een onafhankelijk iemand naar de vloer te laten kijken. Het is een moeilijke vloer met strijklicht van een badkamerraam die reeds enkele malen door ons is overgedaan.

Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van be-lang, het volgende vastgesteld.

Bij het indienen van de klacht constateert de consument de volgende gebreken:

1- De gegoten vloer moet glad en egaal zijn.
2- De gietvloer vertoont krassen (diverse).
3- Er is een wit uitslaande vlek.
4- De gietvloer heeft meerdere oneffenheden (gaatjes, pitjes, haren).
5- Het overgrote gedeelte is vlekkerig, dit zou verdwijnen na een aantal maal reinigen met een speciaal schoonmaakmiddel, helaas is dit niet het geval.

Partijen hebben een overeenkomst gesloten betreffende het aanbrengen van een PU-gietvloer in de badkamer van consument. De volgende werkzaamheden heeft ondernemer uitgevoerd:

Juni 2018: PU-gietvloer voor de eerste keer aangebracht, resultaat was niet goed.
Augustus 2018: ondernemer heeft herstel uitgevoerd, resultaat was wederom niet goed.
December 2018: gietvloer is voor de derde maal door ondernemer hersteld, wederom met een slecht resultaat.
April 2019: gietvloer is voor de vierde maal door ondernemer hersteld. Ondernemer heeft de kit vervangen, oppervlak opnieuw geschuurd/stofvrij gemaakt en een nieuwe pu-topcoating op kleur aangebracht.

De PU-gietvloer die ondernemer in april 2019 aan consument heeft opgeleverd is de vloer die deskundige nu aantreft. De donker grijze (antraciet)gietvloer is aangebracht in een badkamer met een relatief klein oppervlak, circa 4½ m². De gietvloer heeft een donkere uni-kleur (antraciet/zwart).

Voor gietvloeren is door de Stichting BouwResearch te Rotterdam onder nummer K653.14 de richtlijn “Specificatie en beoordeling van kunstharsgebonden gietvloeren op esthetische aspecten”, uitgegeven. Deze richtlijn geldt als een onafhankelijke beschrijving waaraan goed en deugdelijk werk dient te voldoen, de deskundige zal deze richtlijn hanteren bij de beoordeling van de door consument aangegeven gebreken.

Bovengenoemde beoordelingsrichtlijn geeft aan dat een vloeroppervlak niet onder strijklicht mag worden beoordeeld. Letterlijk stelt de richtlijn:

De visuele beoordeling moet bij voorkeur worden uitgevoerd bij diffuus licht (geen directe zonbestraling of strijklicht). Hierbij moet rekening worden gehouden met aspecten die de visuele waarneming beïnvloeden zoals: structuur- en textuurverschillen, de lichtinval (geveloriëntatie) en aanwezigheid van (gekleurde) objecten in de omgeving. Indien een beoordeling niet wordt uitgevoerd bij diffuus licht en dit leidt tot afkeur, moet deze beoordeling worden herhaald bij diffuus licht. De beoordeling onder deze omstandigheden is dan bepalend.

Als beoordelingsafstand moet een kijkhoogte worden aangehouden van 1,5 meter tot het te beoordelen vloeroppervlak. Indien het betreffende beoordelingsaspect daarbij niet is waar te nemen, wordt deze geacht niet aanwezig te zijn. Alleen onvolkomenheden die vanaf deze afstand zichtbaar zijn, mogen bij het bepalen van het aantal worden meegeteld.

Beoordeling door deskundige van de door consument ingediende gebreken:

1- De gietvloer moet glad en egaal zijn.
Het oppervlak van de gietvloer vertoont in het strijklicht een sinaasappelhuid, deze oppervlaktetextuur is volkomen normaal bij een gepigmenteerde PU-topcoating. Bij beoordeling van het vloeroppervlak zonder strijklicht op 1,50 meter hoogte is dit verschijnsel niet waar te nemen.

2- De gietvloer vertoont krassen (diverse).
Tijdens de inspectie kon consument deskundige geen krassen in het oppervlak van de gietvloer tonen.

3- Er is een wit uitslaande vlek.
In het douchegedeelte, direct onder de aanwezige douchkop, is in de donker grijze (antraciet) gietvloer een wittige waas zichtbaar. Voor deskundige is het absoluut duidelijk dat deze vlek is ontstaan nadat ondernemer de gietvloer heeft aangebracht. De meest voor de hand liggende verklaring is dat er vocht op de pas aangebrachte gietvloer is terecht gekomen. Ondernemer geeft aan de douchkop tijdens applicatie van de gietvloer in een plastic tas te hebben gewikkeld om druppels op de verse gietvloer te voorkomen. Een gietvloer is (bij 20°C en 65% r.l.v.) na 7 x 24 uur volledig chemisch uitgehard. Binnen deze periode zal vocht een reactie aangaan met de topcoating wat resulteert in het wit uitslaan van de coating.

4- De gietvloer heeft meerdere oneffenheden (gaatjes, pitjes, haren).
Deskundige heeft op één plaats een oneffenheid (pitje) in de pu-gietvloer aangetroffen. Dit betreft een pluisje die in de natte topcoating is terecht gekomen. Gaatjes en haren zijn door deskundige niet aangetroffen. In de richtlijn staat omschreven dat een gietvloer klasse B (woningbouw, hoge esthetische eisen) maximaal 2 oneffenheden/uitstekende delen mag bevatten per 25m².

5- De gietvloer is vlekkerig, dit zou verdwijnen na een aantal maal reinigen met een speciaal schoonmaakmiddel, helaas is dit niet het geval.
Dit heeft deskundige tijdens de inspectie niet aangetroffen. Consument geeft aan de gietvloer voor de inspectie te hebben gereinigd. Duidelijk is dat een egale donkere (antraciet) kleurige gietvloer zeer besmettelijk is en zeker in een badkamer (gebruik van water en zeep) zal leiden tot een vlekkerige ondergrond.

Bovengenoemde klachten zijn of niet waargenomen (klacht 2 & 5) of bijna niet te zien (klacht 1 & 4), behoudens klacht 3 de wit uitslaande vlek.

Herstel: Gietvloer opnieuw voorzien van een gepigmenteerde PU-topcoating. Hiermee is de witte vlek niet meer zichtbaar en is het in het oppervlak aanwezige pluisje door schuren te verwijderen. Om vervolgens de in een gepigmenteerde PU-topcoating aanwezige sinaasappelhuid te maskeren zou een overlaging met een transparante PU-topcoating optioneel zijn.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie neemt de bevindingen en conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de hare.

Gelet daarop is de commissie van oordeel dat de klachten van de consument niet gegrond zijn. Slechts een uitzondering zou kunnen worden gemaakt voor de witte vlek in het douchegedeelte: deze is echter na het aanbrengen van de vloer ontstaan zodat het in de rede ligt dat dit eerder door toedoen of nalaten van de consument is gebeurd, dan door toedoen van de ondernemer. De bewijslast daarvan ligt in dit geval bij de consument en die is daar niet in geslaagd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit mr. J. van der Groen, voorzitter, mevrouw mr. W. van den Berg en mr A.B. van Kruistum, leden, op 23 april 2020.