Onderbrekingen warmtelevering; de installatie “voorbij de meter” behoort niet tot de

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Warmte    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 110575

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft onderbrekingen in de warmtelevering.

De consument heeft op 16 maart 2017 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De levering van warmte wordt herhaaldelijk onderbroken, soms meerdere malen per dag.

De consument verlangt dat er door de ondernemer of door de verhuurder adequate maatregelen worden genomen die ertoe leiden dat er geen leveringsonderbrekingen van de warmte meer zullen plaatsvinden. Ook maakt de consument aanspraak op compensatie.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft de in een e-mail van 9 mei 2017 aangekondigde brief gestuurd aan alle bewoners, met daarin uitleg over onderbrekingen op een aantal dagen en vermelding van een compensatie-uitkering (tot € 345,– per gebruiker).

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Het probleem dat de consument ervaart, valt niet binnen de risicosfeer van de ondernemer.
De consument dient de partij die verantwoordelijk is voor haar binneninstallatie aan te spreken.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De meter bevindt zich vóór de vloerverwarmings-set. De ondernemer levert af op de meter.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ter zitting is gesproken over het “kastje achter de meter” wat de regelunit van de vloerverwarming blijkt te zijn. Indien dáár sprake is van een storing (en dat is het geval geweest), kan dat de ondernemer niet worden aangerekend. De installatie “voorbij de meter” behoort niet tot de verantwoordelijkheid van de ondernemer, maar tot die van de verhuurder.

Er is bij de consument sprake geweest van twee soorten storingen: storingen die het gehele complex betroffen (storingen voor de meter) en storingen bij individuele bewoners (storingen achter de meter). Storingen van de eerste soort moeten door de ondernemer worden opgepakt en dat heeft de ondernemer (uiteindelijk) ook gedaan, gelet op de hierboven vermelde uitleg in een brief en compensatie voor de bewoners.
De ondernemer staat buiten storingen van de twee soorten.

In het verweerschrift heeft de ondernemer vermeld dat de communicatie met de consument “niet de schoonheidsprijs verdient.” Dat vindt de commissie (te) zacht uitgedrukt. De ondernemer heeft de consument niet (tijdig) een goede en begrijpelijke uitleg gegeven, waardoor het heeft kunnen gebeuren dat de consument veel tijd en energie in deze kwestie heeft moeten steken en veel ongemak en ongenoegen heeft ondervonden. De commissie zal bepalen dat de ondernemer om die reden € 100,– aan de consument dient te betalen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt binnen veertien dagen na de verzenddatum van het bindend advies
aan de consument € 100,–.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie op 16 augustus 2017.