Ondernemen mag afgesproken aantal uur niet wijzigen, tarief wel

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Openingstijden    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2006-KIN06-0010

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

In de overeenkomst tussen ondernemer en consument staat niets over het wijzigen van het aantal uur, wel over het tarief. De ondernemer mag het aantal uur opvang dan ook niet veranderen, het uurtarief wel.

Het geschil betreft het in rekening brengen van meer uren dan vermeld in de plaatsingsovereenkomsten.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 30 oktober 2004 heeft de consument plaatsingsovereenkomsten met de ondernemer gesloten voor dagverblijf, respectievelijk naschoolse opvang van haar beide zoons met ingang van begin 2005. In die overeenkomsten is vermeld dat het gaat om vier dagdelen van 1144 opvanguren per jaar tegen een gemiddeld uurtarief van € 4,89, respectievelijk om 2 plus 4 dagdelen van 240 en 264 opvanguren per jaar tegen een gemiddeld uurtarief van € 5,40 en € 4,89.   In oktober 2005 ontving de consument nieuwe contracten voor 2006. Voor de ene zoon steeg het uurtarief van € 4,89 naar € 4,97 en het aantal uren naar 1248; voor de andere zoon werd het uurtarief vastgesteld op € 4,49 en € 4,97 en het aantal uren op 320 en 288.   De aanpassing van het aantal uren wordt veroorzaakt door een ruimere openingstijd van één uur per dag. De consument is daarvan eerst na het tekenen van de overeenkomsten op de hoogte gesteld. Zij maakt geen gebruik van die ruimere openstelling. De consument vindt dat ondertekende contracten niet zomaar veranderd mogen worden.   Inmiddels heeft de consument nieuwe contracten van de ondernemer ontvangen, waarin het aantal uren op het niveau van 2005 gehandhaafd is, maar met een uurprijs die voor de ene zoon € 5,42 bedraagt en voor de ander € 5,99/5,42. Het gevolg is dat de totale kosten vrijwel gelijk zijn aan die van de eerste overeenkomst voor 2006.   De consument verlangt handhaving van het overeengekomen aantal uren.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer stelt voorop dat hij de tarieven per dag(deel) berekent. Alleen in verband met de berekening voor de maximale toeslag kinderopvang van de belastingdienst wordt de uurprijs in het contract vermeld.   In de loop van het vierde kwartaal 2004 werd duidelijk dat de verwachting bevestigd werd dat er landelijk een enorme terugloop van de afname van kinderopvang zou komen. Om de positie van de ondernemer te verbeteren is besloten om de openingstijden te verruimen van 18.00 uur naar 19.00 uur. Deze verruiming van de openingstijden werd niet aan de consument doorberekend. Een gevolg daarvan was dat de gebruikte uurprijs van de kinderopvang wijzigde van € 4,89 in € 4,48. Deze wijzigingen hielden dus in dat er geen financiële consequenties voor de klanten waren. De klanten zijn door middel van een nieuwsbrief op de hoogte gesteld. Voor 2006 was een tariefsverhoging van 10,87% noodzakelijk. Die verhoging is goedgekeurd door de daartoe aangewezen instemmingsorganen. Het tarief voor een dagdeel werd conform verhoogd en kwam voor de kinderopvang, uitgaande van € 4,48, uit op € 4,97 per uur.   De ondernemer verzoekt de klacht van de consument af te wijzen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Bepalend voor de verhouding tussen partijen is hetgeen zij met elkaar overeengekomen zijn. In de op schrift gestelde overeenkomsten is, naast de dagdelen en de uurprijs, het aantal uren vermeld. De commissie is van oordeel dat aan de vermelding van het dagdeel geen zelfstandige betekenis toekomt, nu het aantal uren bepalend is en desgewenst omgerekend kan worden uit hoeveel uren een dagdeel bestaat. De ondernemer hanteert dan ook het onjuiste uitgangspunt dat het dagdeel bepalend is en dat hij het aantal uren daarvan eenzijdig kan wijzigen. In de overeenkomst en in de daarbij behorende Algemene Voorwaarden is niets bepaald over eenzijdige wijziging van het aantal uren. Het staat de ondernemer niet vrij zonder instemming van de consument het aantal uren aan te passen. Hij dient dan ook de gesloten overeenkomsten te handhaven op het daarin bepaald aantal uren, thans tegen het voor 2006 geldend uurtarief. Het voor 2006 geldend uurtarief komt voor de ene zoon uit op € 4,97 en voor de andere zoon op € 4,49/4,97. Dat de ondernemer inmiddels nieuwe overeenkomsten heeft opgesteld tegen een niet binnen zijn onderneming van kracht zijnd uurtarief, dient als niet goedgekeurd door de betreffende instemmingsorganen buiten beschouwing te blijven.   Conclusie is dan ook dat de ondernemer het in de overeenkomsten genoemd aantal uren dient te handhaven tegen de bij hem geldende prijs.   Nu de consument in het gelijk wordt gesteld, dient de ondernemer haar het klachtengeld te vergoeden.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie bepaalt dat de ondernemer het in de plaatsingsovereenkomsten vermelde aantal uren dient te handhaven tegen het geldend uurtarief.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 35,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang op 24 juli 2006.