Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit / Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
827091/1024926
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument liet bij de ondernemer meerdere dure reparaties uitvoeren vanwege een koelvloeistofprobleem. Uiteindelijk bleek de oorzaak een defecte EGR-koeler, die pas na vervanging het probleem oploste. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat de ondernemer eerder en goedkoper had moeten handelen, zeker gezien het advies van een merkdealer. De motorvervanging was onnodig en voortgekomen uit een onjuiste diagnose. De klacht werd gegrond verklaard en de ondernemer moet €4.500 schadevergoeding en €127,50 klachtengeld betalen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Zaaknummer 827091/1024926
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit meerdere tussen partijen gesloten overeenkomsten. De ondernemer heeft zich daarbij telkens verplicht tot het verrichten van opgedragen werkzaamheden, tegen een door de consument te betalen prijs van in totaal € 8.132,–.
De overeenkomsten zijn uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 1 oktober 2024 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In augustus 2024 ging het lampje van de koelvloeistof branden. Daarop wendde de consument zich tot een Volvo dealer. Die gaf aan dat de koppakking zeer waarschijnlijk stuk was. De dealer had geen gelegenheid om de reparatie op korte termijn uit te voeren. Op zoek naar een garage die dit wel kon doen kwam de consument uit bij de ondernemer. Er werd een prijsafspraak gemaakt van ongeveer € 2.500,– voor het vervangen van de koppakking. De reparatie duurde ongeveer 3,5 week en er werd een leenauto ter beschikking gesteld.
Kort na de reparatie begon het lampje van de koelvloeistof opnieuw te branden. Na enige contacten met de ondernemer heeft deze de auto wederom onderzocht. Na een dag kreeg de consument te horen dat de thermostaat zeer waarschijnlijk kapot zou zijn omdat er een verschil in temperatuur was gemeten. Vertrouwend op de expertise van de ondernemer gaf de consument opdracht tot het vervangen van de thermostaat. De consument ging zelf ook op onderzoek uit. Het was van belang om na het vervangen van de koppakking de cilinderkop af te persen. Ook na het vervangen van de thermostaat ging het lampje van de koelvloeistof weer branden. Na dit aan de ondernemer gemeld te hebben gaf deze aan dat de enige mogelijkheid die nog restte het vervangen van de motor was. De consument liet de ondernemer daarop weten van andere garages te hebben gehoord dat de oorzaak van het probleem ook in de (koeling van de) EGR-klep zou kunnen liggen. De ondernemer gaf aan daarnaar te hebben gekeken. Ook bleek uit een onderzoek naar de cilinderkop dat die in orde was.
Opnieuw vertrouwend op de expertise van de ondernemer gaf de consument opdracht aan de ondernemer om de motor te vervangen. Na enkele weken was de auto gereed. De motor maakte een ander geluid en de auto stonk naar uitlaatgassen. De motor kreeg steeds minder vermogen. Ook na een ingreep van de ondernemer bleef de auto naar uitlaatgassen stinken.
Zoals uit het deskundigenonderzoek blijkt heeft de ondernemer er uiteindelijk voor gekozen om de EGR koeler te vervangen waarmee het koelvloeistofprobleem was opgelost. De consument had alvorens de motor werd vervangen al aangegeven dat het wellicht ook aan de EGR-koeler zou liggen, die informatie had de consument van een merkdealer gekregen. Het onderzoek van de ondernemer is ondeskundig geweest.
Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Het vervangen van de motor kostte € 6.000,–. De kosten van een EGR-koeler bedroegen ongeveer
€ 300,–. De symptomen duidden niet op een interne lekkage in het motorblok. De ondernemer heeft niet de juiste volgorde toegepast. De EGR-koeler is weliswaar geen slijtage onderdeel, maar uit elders ingewonnen informatie bleek dat de EGR koeler wel problemen kon geven. De dealer gaf aan dat dit een mogelijke oorzaak zou zijn en die informatie heeft de consument voor het vervangen van het blok aan de ondernemer doorgegeven. Men had eerst een goedkopere en minder ingrijpende oplossing moeten proberen. EGR-klep en koeler zijn afzonderlijke zaken. De ondernemer gaf aan naar de klep te hebben gekeken. Wellicht had overleg met een merkdealer moeten plaatsvinden.
Het is opmerkelijk dat de thermostaat wel preventief is vervangen. Waarom de koeler niet? Ook na het vervangen van de motor moest de consument vaak terugkomen voor herstelreparaties. De consument acht een teruggave door de ondernemer van een bedrag van € 4.500,– in de rede liggen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De opdracht hield in het uitvoeren van de reparatie zoals die door een merkdealer was gediagnosticeerd. De consument vroeg niet om een verdere diagnose. De koppakking bleek lek te zijn, zodat er geen enkele reden was om nader onderzoek te doen. Er was geen aanleiding om de cilinderkop af te persen. De cilinderkop is wel op vlakheid gecontroleerd, die was in orde.
Na het vervangen van de koppakking ging het koelvloeistoflampje pas na een week weer branden. Dat betekende dat er meer aan de hand was. Omdat de thermostaat een paar graden te laat openging zou dat ook een oorzaak van het koelvloeistofverlies kunnen zijn, is die vervangen. Op dat moment is ook de EGR-koeler op dichtheid gecontroleerd, maar kon geen lekkage worden vastgesteld. Alles leek in orde, maar al gauw kwam de klacht terug. Daarop is de cilinderkop gedemonteerd en laten testen. De kop was in orde. Omdat voor deze motor werd aangegeven dat de EGR koeler wel eens wil gaan lekken is deze nogmaals met een overdruk van 2 bar getest. De koeler lekte niet. Als enige mogelijke oorzaak bleef het motorblok zelf over. Na het in overleg met de consument vervangen van de motor bleek de klacht echter weer terug te komen. Na opnieuw een test van de EGR-koeler is deze uiteindelijk vervangen waarmee het probleem eindelijk opgelost bleek te zijn. Andere en terechte klachten met betrekking tot de uitgevoerde reparaties zijn onder garantie hersteld.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Het is een samengesteld onderdeel, de klep en de koeler. De EGR-koeler was wel een verdacht onderdeel, maar uit de testen kwam dat niet naar voren. Om die reden was de klep niet vervangen. De ondernemer was bekend met de informatie van de dealer dat de koeler problemen kon geven. Vanwege het testresultaat werd niet gedacht aan het preventief vervangen van de EGR koeler. De thermostaat werd wel vervangen omdat deze pas bij een te hoge temperatuur openging. De vervangen motor had ongeveer dezelfde kilometrage. Een koeler kost tussen de € 200,– en € 300,–.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapportage het volgende vastgesteld.
De klant heeft bij de ondernemer diverse reparaties uit laten voeren in verband met koelvloeistoflekkages.
De volgende reparaties werden uitgevoerd:
1. Koppakking vervangen en cilinderkop getest;
2. EGR-koeler gecontroleerd op lekkage;
3. Thermostaat vervangen;
4. Motor vervangen door een gebruikt exemplaar;
5. Koelsysteem afgeperst (4 bar);
6. EGR Koeler vervangen.
Na het uitvoeren van de reparaties 1 t/m 5 bleef het probleem aanwezig. Toen de EGR-koeler werd vervangen was het probleem opgelost.
De klacht:
De klant is van mening dat de ondernemer een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat onder andere de motor onterecht is vervangen.
Onderzoek:
Het onderzoek vond plaats op 16 april 2025 bij de ondernemer.
Het voertuig is inmiddels gerepareerd.
Het motorblok en de EGR-koeler waren aanwezig voor inspectie.
Gesprek met de ondernemer:
De ondernemer deelde de deskundige mee dat toe de auto in eerste instantie het voertuig ter reparatie werd aangeboden er druk werd opgebouwd in het koelsysteem. De koppakking werd vervangen en vervolgens werd er toen volgens de ondernemer geen druk meer opgebouwd in het koelsysteem. Na deze reparatie bleef er sprake van koelvloeistofverlies. Hierna heeft de ondernemer diverse zaken gecontroleerd maar kon geen uitwendige lekkage ontdekken, ook niet na het afpersen van het koelsysteem. Het vermoeden bestond toen dat er sprake zou zijn van een inwendige lekkage in het motorblok Vervolgens heeft de ondernemer een gebruikte motor gemonteerd, echter daarna was er nog steeds sprake van koelvloeistof verlies. Na het afpersen van het koelsysteem met 4 bar druk werd er geen lekkage geconstateerd. Op de gebruikte motor heeft de ondernemer de EGR koeler, na deze visueel gecontroleerd te hebben, overgebouwd van de oude motor op de andere motor. Nadat het koelvloeistofverlies bleef bestaan heeft de ondernemer ten einde raad de EGR-koeler vervangen waarna het probleem van koelvloeistofverlies was opgelost.
Een EGR-koeler:
Normaal gesproken behoort de EGR-koeler niet tot de slijtende onderdelen.
De extreme temperatuurschommelingen kunnen echter tot defecten leiden.
Op de lange termijn leidt dit tot lekkages in de koeler – meestal aan de uitlaatzijde van de koeler.
Tijdens het bezoek heeft de deskundige de EGR-koeler geïnspecteerd (foto 1).
De deskundige kon geen sporen van lekkage in de EGR-koeler ontdekken aan de uitlaatzijde van de EGR-koeler.
In onderhavig geval is de deskundige van mening dat er in koude toestand geen lekkage is geweest in de EGR-koeler temeer omreden dat de ondernemer het koel-systeem heeft afgeperst met 4 bar druk en er geen sprake was van drukverlies.
De lekkage in de EGR-koeler moet zijn ontstaan bij hoge temperaturen (bedrijfstemperatuur) doordat dan een haarscheur door uitzetting in de koeler opent.
Achteraf gezien was het beter geweest eerst de EGR-koeler te vervangen, echter wanneer het probleem daarna niet was opgelost zou er sprake geweest zijn van een lekkage in het motorblok.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In deze zaak klaagt de consument over de uitvoering van diverse reparaties door de ondernemer die het onderliggende probleem niet hebben opgelost, maar wel duizenden euro’s hebben gekost. De ondernemer heeft een onjuiste volgorde aangehouden en een onjuiste diagnose van het probleem gesteld.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
De commissie stelt voorop dat nu partijen geen bezwaren tegen de rapportage van de door haar ingeschakelde deskundige, zij diens bevindingen zal overnemer en tot de hare zal maken.
De consument erkent dat hij de ondernemer opdracht gaf tot het vervangen van de koppakking naar aanleiding van een door een merkdealer gestelde diagnose dat de koppakking lekte. De ondernemer voerde die opdracht uit, waarvoor aldus geen nadere diagnose behoefde te worden gesteld. Hij mocht afgaan op de bevindingen van de merkdealer.
Die situatie veranderde toen na de reparatie bleek dat het lampje van de koelvloeistof weer ging branden en dus het koelvloeistofprobleem (nog) niet was opgelost. De ondernemer droeg kennis van de informatie die de consument van een merkdealer had ontvangen dat de EGR koeler mogelijk moeilijkheden zou geven. Om die reden testte de ondernemer de EGR koeler, maar constateerde hij geen lekkage. Aan het vervangen van de EGR werd toen niet gedacht. Wel was inmiddels de thermostaat preventief vervangen, zij het zonder resultaat.
Vervolgens gaf de ondernemer aan dat enkel het vervangen van het motorblok bij die stand van zaken nog soelaas zou kunnen geven, maar dat bleek, naar het vervangen van het blok, niet het geval.
De deskundige geeft in zijn rapportage aan dat het achteraf bezien beter was geweest om eerst de koeler te vervangen alvorens de motor te vervangen.
De commissie is van oordeel dat dit niet alleen bij nader inzien zo is, maar ook zonder die wetenschap achteraf had moeten plaatsvinden. Met name gelet op het advies van de merkdealer en ook de leeftijd van de auto en het daarmee gereden kilometers had het in de rede gelegen eerst alle mogelijke veel goedkopere oplossingen te onderzoeken alvorens tot het advies te komen de motor te vervangen. De geringe kosten van de EGR-koeler vergeleken met die van het vervangen van de motor maken dat het een logischer gang van zaken zou zijn geweest, met name nu het testen van de koeler statisch plaatsvond en niet onder rijomstandigheden, waarbij sprake is van hogere en oplopende temperaturen. De ondernemer heeft aldus de beperkingen van de door hem gekozen wijze van testen derhalve onvoldoende onderkend.
De slotsom is dan ook dat de ondernemer bij zijn advisering om de motor te vervangen is tekortschoten en derhalve gehouden is de daardoor geleden schade te vergoeden. De commissie begroot de schade naar billijkheid op een bedrag van € 4.500,– en zal bepalen dat dit bedrag door de ondernemer aan de consument dient te worden betaald. Bij de begroting van dit bedrag laat de commissie meewegen dat het bestaande motorblok door een soortgelijk motorblok is vervangen, zodat van enige verbetering wegens nieuw voor oud geen sprake is.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt een bedrag van € 4.500,– aan de consument. Betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzendatum van dit bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50 aan hem te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer B.H. Oving, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 14 juli 2025.
uith
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.