Ondernemer brengt zonder geldige reden extra kosten in rekening bij Curly behandeling

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Uiterlijke verzorging    Categorie: Kosten    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 33477/41519

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de in extra in rekening gebrachte kosten door de ondernemer. De consument ging naar de ondernemer voor een Curly behandeling. Vanwege een operatie en de coronamaatregelen is een behandeling niet doorgegaan, waardoor de consument hiervoor een toeslag moest betalen. De consument is het hier niet mee eens, maar heeft dit onder protest betaald. De ondernemer geeft aan dat een Curly behandeling om de maximaal drie maanden moet worden gedaan. Voor elke extra maand wordt € 30,– toeslag in rekening gebracht. De ondernemer heeft dit meerdere keren aan de consument uitgelegd. Volgens de commissie komt nergens naar voren dat er eerdere afspraken zijn gemaakt tussen de consument en de ondernemer over eventuele toeslagen bij extra maanden. Daarnaast komt het niet voor rekening van de consument dat er in maart 2020 door de coronamaatregelen geen afspraak kon worden ingepland. De klacht is gegrond en de consument heeft recht op terugbetaling van het bedrag.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 14 mei 2020 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van een Curly-behandeling tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 135,–.

De behandeling vond plaats op of omstreeks 14 mei 2020.

Het geschil betreft de hoogte van de aan de consument extra in rekening gebrachte kosten.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In november 2019 was de consument voor het laatst bij de ondernemer geweest. De behandeling, curly, moet elke drie maanden gedaan worden.

De consument heeft in november 2020 met de ondernemer overleg gehad over de volgende behandeling, vanwege een operatie die de consument in januari 2020 zou ondergaan. Afgesproken is dat de behandeling van februari niet door zou gaan.

De consument zou in maart 2020 weer gaan, maar vanwege de maatschappelijke verwikkelingen in verband met het coronavirus kon dat niet.

Na de behandeling op 14 mei 2020 deelde de ondernemer mee dat de gemiste behandeling nog wel in rekening gebracht zou worden. Omdat de consument het daar niet mee eens was zou in plaats van de gebruikelijke € 135,– slechts € 90,– extra in rekening gebracht worden.

Hoewel de consument het er niet mee eens was heeft zij toch betaald.

Vervolgens heeft de consument het geld teruggevraagd. De ondernemer wilde daar niet aan meewerken, omdat extra product gebruikt was.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De consument is in 2019 voor de eerste keer voor een behandeling bij de ondernemer geweest. Zij betaalde toen voor de Curly behandeling € 130,–. De consument moest elke drie maanden naar de salon. Haar is niets verteld over kosten als een afspraak zou komen te vervallen.

Ook op de prijslijst in de salon heeft de consument niets zien staan over kosten als een behandeling eens niet door zou gaan. Op de prijslijst staat alleen iets vermeld over een toeslag voor lang haar.

In november 2019 is in onderling overleg, op uitdrukkelijk advies van de ondernemer, afgesproken dat de behandeling in februari beter even uitgesteld kon worden vanwege de mogelijke gevolgen van een operatie en de daarbij behorende medicatie die de consument moest ondergaan.

De consument was van plan om voor maart weer een afspraak te maken, maar toen waren alle salons dicht vanwege corona. Zodra de salons weer open mochten heeft de consument een afspraak gemaakt.

Voorafgaand aan de behandeling in mei 2020 is door de ondernemer niets verteld over een toeslag. Daar is de consument mee geconfronteerd bij het afrekenen.

De consument verlangt terugbetaling van € 90,–.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 14 mei 2020 een Curly behandeling gehad. Een Curly behandeling wordt om maximaal drie maanden gedaan voor een prijs van € 135,–.

Voor elke extra maand wordt € 30,– toeslag in rekening gebracht. Als een consument zes maanden wegblijft moet dus een toeslag van € 90,– betaald worden. Dit is diverse keren aan de consument uitgelegd. Ze heeft uiteindelijk onder luid protest ook de toeslag betaald.

Later heeft de consument nog telefonisch contact opgenomen om te vertellen dat ze er niet mee eens was en de € 90,– terug wilde hebben. De ondernemer heeft het nogmaals uitgelegd en medegedeeld dat er niets terugbetaald zou worden.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft aan de consument een bedrag in rekening gebracht, omdat de consument de behandeling een aantal maanden heeft uitgesteld.

Nergens wordt duidelijk dat daarover eerder afspraken tussen de consument en de ondernemer zijn gemaakt. De afspraak voor de maand februari 2020 is in onderling overleg verplaatst en niet is gebleken dat toen door de ondernemer is aangegeven dat het verplaatsen wel financiële consequenties voor de consument zou hebben bij een volgende behandeling.

Ook de omstandigheid dat vanwege corona vanaf maart 2020 geen afspraak kon worden ingepland is ook geen geldige reden om een extra bedrag aan de consument in rekening te brengen.

Ook is niet duidelijk waarom de lengte van het haar van de consument een extra vergoeding zou rechtvaardigen. Aan de consument is immers bij de eerste behandeling, waarbij het haar helemaal behandeld moest worden, geen toeslag in rekening gebracht.

De commissie is daarom van oordeel dat niet is gebleken van een deugdelijke grondslag, die het voor de ondernemer mogelijk maakte om achteraf, zonder daarover vooraf gemaakte afspraak, aan de consument een extra bedrag van € 90,– in rekening te brengen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
De ondernemer moet daarom € 90,– aan de consument terugbetalen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument € 90,– terug. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Uiterlijke Verzorging, bestaande uit mr. F. H. C. M. van Schaijk, voorzitter, J. W. F. Oortwijn en mr. P. B. Vos, leden, op 29 april 2021.