Ondernemer corrigeert nota’s correct, commissie wijst klacht af

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Factuur    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 233869/235406

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat de jaarafrekening van september 2023 onjuiste energietarieven bevat. Hij had tussen 2020 en 2022 geen meterstanden doorgegeven, maar deed dit pas op 6 januari 2023. De ondernemer zag toen dat het verbruik eerder te laag was ingeschat en heeft de nota’s van 2020/2021 en 2021/2022 aangepast. Daarbij heeft hij het extra verbruik verdeeld over die jaren, vooral in het jaar met de laagste tarieven, zodat de consument niet werd belast met hogere kosten. De consument wilde een andere verdeling en dacht dat verkeerde tarieven waren gebruikt. De commissie oordeelt dat de ondernemer juist heeft gehandeld en dat de consument geen bewijs heeft geleverd voor foutieve tarieven. Ook is het berekende verbruik niet buitensporig. Daarom is de klacht ongegrond. Wel moet de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 aan de consument terugbetalen, omdat de laatste correcties pas na de klacht zijn gedaan.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Nadat door opgave van meterstanden per 6 januari 2023 geconstateerd was dat in het recente verleden het verbruik te laag was ingeschat, heeft de ondernemer de nota’s over de twee voorgaande jaren (uiteindelijk) gecorrigeerd door het geconstateerde meerverbruik over die jaren te verdelen. De commissie acht de wijze van verdeling van het verbruik gepast. Dat onjuiste tarieven gehanteerd zijn, is niet aangetoond. De klacht wordt dan ook inhoudelijk afgewezen.

Beoordeling
De consument is van mening dat de jaarafrekening 2022/2023 d.d. 16 september 2023 onrechtmatige tarieven vermeldt. Van belang is dat de consument in de periode 2020-2022 geen meterstanden heeft opgegeven, althans een dergelijke opgave kan hij niet aantonen. Eerst per 6 januari 2023 heeft de consument meterstanden doorgegeven. De ondernemer onderkende toen dat hij het verbruik in de twee voorgaande jaren te laag had ingeschat. Hij heeft toen de jaarnota’s 2020/2021 (op 25 maart 2023) en 2021/2022 (op 18, 23 en 25 maart 2023) herzien. De ondernemer stelt het na de opgave van de meterstanden van 6 januari 2023 geconstateerde meerverbruik over beide jaren verdeeld te hebben op een voor de consument zo gunstig mogelijke wijze (met de nadruk op 2020/2021) met toepassing van de tarieven van het betreffende jaar. Aldus werden hoge tarieven uit de laatste jaren en overschrijding van het energieplafond vermeden. Ten slotte heeft hij over het jaar 2022/2023 op 16 september 2023 de jaarnota uitgebracht waarvan de meterstanden aansluiten op de geschatte meterstanden van de gecorrigeerde nota over 2021/2022.

Ter zitting erkende de ondernemer dat wat betreft de gasrekening de verdeling naar de graaddagenmethode gebruikelijker is, maar dat hij de voor de consument gunstigste verdeling gekozen heeft.

De consument wenst een evenredige verdeling van het verbruik over de betreffende jaren en stelt dat de juiste tarieven niet zijn toegepast.

De commissie constateert dat het grootste deel van het verbruik is toegekend aan het jaar met de laagste tarieven (2020/2021). De ondernemer heeft aldus gekozen voor de voor de consument gunstigste oplossing. De consument kan daarover niet klagen. De ondernemer heeft een uitvoerig overzicht overgelegd van de oorspronkelijke en uiteindelijk gehanteerde tarieven. Dat overzicht laat minimale afrondingsverschillen zien die de commissie buiten beschouwing laat. De ondernemer heeft aldus aangetoond de tarieven van het betreffende jaar gehanteerd te hebben. De consument heeft zijn betoog dat verkeerde tarieven gebruikt zijn, niet onderbouwd, zodat de commissie, na het betoog van de ondernemer, ook in zoverre de klacht afwijst. Dat een exorbitant hoog verbruik berekend zou zijn, is niet aannemelijk. Het gemiddelde jaarlijkse verbruik bedraagt voor gas 900 m³ en voor elektriciteit 1700 kWh. De commissie wijst de klacht dan ook inhoudelijk af.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht inhoudelijk ongegrond is, omdat de ondernemer uiteindelijk op een juiste manier de jaarnota’s gecorrigeerd heeft. Omdat de laatste correcties eerst na de klacht van de consument hebben plaatsgevonden, dient de ondernemer aan de consument het klachtengeld te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 29 februari 2024.

Opslaan als PDF