Ondernemer had auto moeten inspecteren in het bijzijn van consument. Ondernemer kan schade achteraf niet meer verhalen op consument.

  • Home >>
  • Voertuigverhuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigverhuur    Categorie: Schade    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: AVH 09-0006

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 13 mei 2009 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot de verhuur van een bestelauto voor de door consument te betalen prijs van € 52,94 per dag, vermeerderd met € 0,13 per gereden kilometer boven de 100 kilometer. De huurovereenkomst is uitgevoerd van 13 mei 2009 tot 14 mei 2009.   De consument heeft op 27 mei 2009 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Toen wij de auto kwamen afhalen zagen wij dat zich op de linkerzijde daarvan een zwarte veeg bevond. Wij vroegen of dat niet moest worden vermeld op het inspectieformulier. De ondernemer vond dat niet nodig omdat het geen schade was, maar vuil. Wij hebben de auto op 13 mei 2009 ’s avonds teruggebracht en op het terrein van de ondernemer geparkeerd. De sleutels mochten in de brievenbus worden gedeponeerd. Op 27 mei 2009 kregen wij een afrekening. Deze was weliswaar op 14 mei 2009 gedateerd, maar wij ontvingen deze pas op 27 mei 2009. Tot onze verbazing was een extra bedrag van € 71,40 inclusief BTW op de door ons gestorte waarborgsom ingehouden. Toen wij hierover contact opnamen, werd ons verteld dat wij de auto hadden teruggebracht met een zwarte streep en dat er € 60,– exclusief BTW in rekening was gebracht voor het verwijderen daarvan. Op ons argument dat wij bij het afhalen van de auto op die streep hadden gewezen en dat de ondernemer het niet nodig had gevonden om daarvan melding te maken op het inspectieformulier, reageerde de ondernemer afwijzend. Het ingehouden bedrag zou niet worden terugbetaald. Wij weten 100% zeker dat de streep al aanwezig was op het moment waarop wij de auto meenamen en wij vinden de opstelling van de ondernemer dus buitengewoon onredelijk.   De consument verlangt terugbetaling van het bedrag van € 71,40.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Toen de consument de auto afhaalde bevond zich geen streep op de auto. Op het inspectieformulier is daarover ook niets vermeld. Wij hebben vastgesteld dat de streep op de auto terecht is gekomen gedurende de tijd dat de consument de auto onder haar beheer had. Wij leggen foto’s van de auto over zonder en met streep. Op de foto’s zonder streep zijn de overige schades, die wel op het inspectieformulier zijn vermeld, gemarkeerd. Voor het verwijderen van de streep hebben wij € 60,– exclusief BTW arbeidsloon in rekening gebracht. De consument is hiervoor als huurder aansprakelijk.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Als een verhuurder aan de huurder een vergoeding in rekening wenst te brengen wegens schade aan de huurauto, dient hij te bewijzen dat de schade tijdens de huurperiode is ontstaan. In dit verband is het volgende van belang. De ondernemer heeft niet betwist dat hij de afrekeningfactuur pas twee weken na de beëindiging van de huurovereenkomst aan de consument heeft verzonden. Het valt niet aan te nemen dat de auto gedurende die periode in de garage heeft gestaan. Het is dus alleszins mogelijk dat de door de ondernemer bedoelde streep, die niet dezelfde behoeft te zijn als die waarvan de consument zegt melding te hebben gemaakt bij het aangaan van de huurovereenkomst, gedurende die twee weken is ontstaan. De overgelegde foto’s bieden daarover geen uitsluitsel, omdat deze niet zijn gedateerd. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer dus onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de streep op de auto is ontstaan gedurende de tijd dat de consument de auto in gebruik heeft gehad. De ondernemer had zich dit bewijs kunnen verschaffen door de auto op het moment waarop deze werd teruggebracht in aanwezigheid van de consument te inspecteren of dat direct de volgende ochtend vroeg te doen. Nu de ondernemer dat heeft nagelaten dient hij de zelf de kosten van het verwijderen van de streep te dragen, daargelaten of een streep als de onderhavige moet worden beschouwd als op geld waardeerbare schade, nu een auto van tijd tot tijd pleegt te worden gewassen en gepoetst en een huurder in het algemeen niet verplicht is om de auto gepoetst terug te brengen.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument € 71,40 terug. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 330,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Autoverhuur, op 19 februari 2010.