Ondernemer had moeten ingaan op tussentijdse opzegging van de consument

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Ontbinding, opzegging en tussentijdse beëindiging    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ECD08-0567

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op een [ADSL] abonnement.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Ik wil mijn abonnement opzeggen bij de ondernemer per 28 oktober 2008 met inachtneming van één maand opzegtermijn, conform algemene voorwaarden die nu volgens hun website (en volgens mij) van kracht zijn. De ondernemer meent dat ik pas op kan zeggen per 31 augustus 2009, en gebruikt hiervoor verschillende argumenten. Het staat in het contract (wat niet waar is); Het staat in de algemene voorwaarden die destijds bij het contract hoorden (deze zijn echter door de overname van [de vorige provider] door de ondernemer niet meer van toepassing). De ondernemer zegt de ene keer dat de nieuwe voorwaarden [van de huidige ondernemer] van toepassing zijn en de andere keer dat de voorwaarden van [de vorige provider] van toepassing zijn. De ondernemer toont echter niet aan waar hij zich nu precies op beroept. Volgens mij is mijn opzegging correct en rechtsgeldig. De ondernemer biedt formeel alleen de mogelijkheid om telefonisch op te zeggen, maar dit werkt zeer frustrerend. Ik heb vier pogingen ondernomen maar ik word er niets wijzer van. De medewerkers zeggen stuk voor stuk geen leidinggevende te hebben, wat naar mijn mening voor een afdeling opzegging onacceptabel is.   De consument verlangt beëindiging van het abonnement per 30 november 2008, alsmede een schadevergoeding van € 1.698,33.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument is het internetcontract, destijds met [zijn vorige provider] aangegaan op 31 augustus 2005. In de bij dit internetcontract horende overeenkomst stond het volgende vermeld:   "Deze overeenkomst met [de vorige provider] wordt aangegaan voor de duur van één (1) jaar, ingaande op de datum dat de ADSL-verbinding bedrijfsklaar ter beschikking is gesteld. De overeenkomst wordt steeds stilzwijgend verlengd voor één (1) jaar, tenzij deze schriftelijk per post (doch niet per fax) of telefonisch (telefoonnummer: 0900-9990900 € 0,30 p/m) met opgaaf van reden tegen het einde van het lopende contract jaar wordt opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand. Zonder opzegging wordt de overeenkomst telkens automatisch verlengd. In geval van telefonische beëindiging stuurt [de vorige provider] een schriftelijke bevestiging hiervan. Bij beëindiging van het [ADSL-abonnement van de vorige provider] vindt geen restitutie plaats van (vooruit) betaalde bedragen."   Daarnaast heeft ook op de website van [vorige provider] altijd duidelijk vermeld gestaan dat alle ADSL-abonnementen worden afgesloten voor minimaal één jaar, met elk jaar een stilzwijgende verlenging indien er niet tijdig werd opgezegd. De consument geeft in zijn klacht aan dat de Algemene Voorwaarden die golden ten tijde van zijn contract [met de vorige provider] met de overgang naar [de ondernemer], zijn vervallen. Dit is correct. Echter, de abonnementsvoorwaarden, waarvan bovenstaande deel uitmaakt, blijven wel geldig. Immers, het abonnement van de consument is ongewijzigd gebleven.   Artikel 15.1 van de huidige Algemene Voorwaarden stelt dat, tenzij in de Overeenkomst anders is bepaald, deze wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, met een minimumduur van 12 maanden. In het geval van de consument is in de Overeenkomst duidelijk anders bepaald, en is er derhalve sprake van een contract voor bepaalde tijd. Ten aanzien van het beëindigen van een contract voor bepaalde tijd stelt artikel 15.3 van de Algemene Voorwaarden het volgende:   "De opzegtermijn voor de Klant bedraagt bij Overeenkomsten voor onbepaalde tijd één maand na afloop van de minimumduur. Indien de Overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd bedraagt de opzegtermijn voor de Klant één maand voor het einde van de duur van de Overeenkomst. Als moment van opzeggen geldt het moment van ontvangst van de opzegging door [de ondernemer]. Opzegging geschiedt op de wijze zoals beschreven op de Website."   Op 27 oktober 2008 nam de consument telefonisch contact op met de helpdesk van [de ondernemer] om zijn abonnement op te zeggen. Naar aanleiding hiervan is het abonnement van de consument opgezegd per eerstvolgende einde contractdatum, zijnde 31 augustus 2009.   De consument vordert het volgende: 1. Beëindiging van zijn abonnement per 30 november 2008; 2. Een totale schadevergoeding van € 1.698,33, bestaande uit de volgende posten:     a. schade misgelopen aanbieding € 622,95;     b. onterecht in rekening gebrachte abonnementskosten € 349,–;     c. kosten in nalezen € 326,88.     d. schade in verband met niet kunnen beschikken over een internetverbinding naar keuze € 399,50.   Met betrekking tot de onder 1 genoemde vordering stelt [de ondernemer] zich op het standpunt dat zij zich, gezien het bovenstaande, niet gehouden acht tot een tussentijdse beëindiging van het abonnement.   [De ondernemer] is van mening dat in de overeenkomst, behorende bij het abonnement van de consument, duidelijk staat vermeld wat de abonnements- en opzegtermijn is.   Met betrekking tot de onder 2 genoemde vordering stelt [de ondernemer] zich op het standpunt dat zij zich, gezien het bovenstaande, niet gehouden acht tot het vergoeden van de door de consument geclaimde kosten.   De ondernemer is van mening dat hij in onderhavig dossier correct en zorgvuldig heeft gehandeld. De ondernemer verzoekt de commissie dan ook de klacht van de consument af te wijzen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat de ondernemer de juistheid van het verweer met betrekking tot de inhoud van het contract met [de vorige provider] onvoldoende heeft onderbouwd. De commissie heeft in de stukken geen tekst van een overeenkomst gevonden met een citaat als in het verweer van de ondernemer vermeld. Daarom kan de commissie niet uitgaan van de juistheid van de stelling van de ondernemer dat het [vorige] abonnement voor een termijn van één jaar met stilzwijgende verlengingen voor één jaar is aangegaan. Daarom had de ondernemer in moeten gaan op de opzegging door de consument en claimt de consument op goede gronden onterecht in rekening gebrachte abonnementskosten, welke hij onweersproken heeft begroot op een bedrag van € 349,–, welk bedrag de ondernemer aan de consument verschuldigd is. De overige door de consument geclaimde schadeposten zijn evenwel niet toewijsbaar, nu de consument deze schade had kunnen voorkomen door, zoals de ondernemer heeft aangegeven, opzegging van het abonnement met slotnota. Met betrekking tot de slotnota had de consument dan desgewenst een geschil bij de commissie aanhangig kunnen maken, maar was de schade daartoe beperkt gebleven. Toewijsbaar is dus een bedrag van € 349,–. Hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd, kan niet tot een andere beslissing leiden en behoeft derhalve geen afzonderlijke bespreking.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 349,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektronische Communicatiediensten op 23 februari 2009.